De brugklas: alles wat je moet weten voor een goede start

Daan Smith

De brugklas is een spannende nieuwe fase, zowel voor leerlingen als voor ouders. Een nieuwe school, onbekende klasgenoten, eerste schooldag, andere docenten en vakken: er verandert ineens heel veel. Voor veel kinderen voelt dit als een grote stap en ook ouders moeten wennen aan een nieuwe rol.

In dit artikel lees je alles wat je moet weten over de brugklas: van nieuwe vakken en toetsweken tot vrienden maken en boeken kaften. Ook geven we praktische tips om deze periode zo soepel mogelijk te laten verlopen.

Wat verandert er als je brugklasser wordt?

Op de middelbare school ziet een schooldag er heel anders uit dan op de basisschool.

  • Je hebt meerdere docenten in plaats van één meester of juf.
  • Je dag is verdeeld in lesuren, vaak in verschillende lokalen.
  • Je krijgt huiswerk voor elk vak apart.

Dat betekent dat er veel meer zelfstandigheid van leerlingen wordt verwacht. Een agenda of digitale planner is daarom onmisbaar, want goed plannen voorkomt stress.

Ook toetsen werken anders. Veel scholen organiseren toetsweken waarin alleen toetsen worden afgenomen en geen gewone lessen plaatsvinden. Brugklassers moeten zich hier zelfstandig op voorbereiden door hun leerwerk te verdelen over meerdere dagen.

Nieuwe vakken en lesmethodes

De overstap naar de brugklas betekent ook nieuwe vakken. Rekenen verandert bijvoorbeeld in wiskunde. Waar rekenen vooral draait om basisvaardigheden als optellen of vermenigvuldigen, vraagt wiskunde om meer inzicht, patronen en structuren.

Daarnaast maken brugklassers kennis met nieuwe vakken zoals biologie, natuurkunde, geschiedenis en moderne vreemde talen. Ook creatieve vakken zoals muziek, tekenen of drama horen er vaak bij.

Tip: moedig je kind aan nieuwsgierig te zijn. Vaak ontstaat er vanzelf een favoriet vak (en misschien ook een minst favoriet).

Huiswerk en toetsweken plannen

Voor elke toets en elk vak is voorbereiding nodig. In de brugklas wordt van leerlingen verwacht dat ze leren plannen.

  • Gebruik een agenda of huiswerk-app om opdrachten en toetsen overzichtelijk te noteren.
  • Begin ruim op tijd, zeker voor toetsweken.
  • Maak een planning met kleine stukjes leerwerk per dag.

StudyGo kan hierbij een handig hulpmiddel zijn. Met de planner en woordlijsten die aansluiten op schoolboeken oefenen scholieren stap voor stap, waardoor ze niet alles op het laatste moment hoeven te doen.

Ouders kunnen in de eerste maanden helpen bij het plannen, maar het is belangrijk om de verantwoordelijkheid steeds meer bij de leerling te leggen.

Vrienden maken en wennen op school

Voor veel brugklassers is het spannend om een klas binnen te stappen waar ze niemand kennen. Gelukkig doen scholen veel om dit makkelijker te maken. Zo is er vaak een brugklaskamp met sport- en spelactiviteiten.

Tips voor een fijne start:

  • Stimuleer je kind om tijdens pauzes het gesprek aan te gaan.
  • Zoek een klasgenoot om samen mee te fietsen.
  • Herinner je kind eraan dat iedereen in de klas in hetzelfde schuitje zit.

Ook de mentor speelt een belangrijke rol. Deze docent begeleidt de klas, geeft tips om te wennen en organiseert vaak activiteiten om leerlingen dichter bij elkaar te brengen.

Spullen en boeken voorbereiden

In de brugklas nemen leerlingen hun eigen boeken mee naar school. Het boekenpakket dat thuis wordt bezorgd moet vaak worden gekaft.

  • Kies samen leuk kaftpapier of rekbare kaften die je kunt hergebruiken.
  • Zorg voor een gevulde etui met pennen, markeerstiften, liniaal en post-its.
  • Vergeet ook een rekenmachine, schriften en oplader voor laptop of tablet niet.

Een georganiseerde tas of kluisje helpt om de schooldag overzichtelijk te houden.

Ouderavonden en ouderrol

Op de middelbare school zijn er minder vaste contactmomenten tussen ouders en school. Ouderavonden zijn belangrijk om docenten te ontmoeten, informatie te krijgen over het schooljaar en voortgang te bespreken.

Als ouder kun je je kind ondersteunen door:

  • te helpen met plannen in de eerste maanden
  • regelmatig te vragen naar ervaringen op school
  • mee te denken bij nieuwe routines en huiswerkgewoonten

Overgang naar de tweede klas

In sommige brugklassen, bijvoorbeeld havo/vwo, wordt pas na het eerste jaar bepaald welk niveau het beste past. De school kijkt dan samen met ouders en leerlingen naar de cijfers en de voortgang.

Ook in klassen zonder gemengd niveau kan een leerling soms overstappen. Doubleren van de brugklas komt zelden voor, maar is wel een optie. Elke school werkt met overgangsnormen die duidelijk maken wat er nodig is om naar de tweede klas te gaan.

Tips om de brugklasperiode fijn te maken

De brugklas is een jaar vol nieuwe ervaringen. Enkele praktische tips om deze periode soepel te laten verlopen:

  1. Oefen samen de fietsroute naar school. Dat geeft vertrouwen.
  2. Bekijk de boeken thuis alvast, zodat je kind weet wat er komt.
  3. Koop samen nieuwe schoolspullen en kleding waarin je kind zich prettig voelt.
  4. Houd huiswerk in de gaten en ondersteun waar nodig bij het plannen.

Zie de brugklas vooral als een leerzaam en leuk jaar vol eerste keren. Je kind wordt steeds zelfstandiger en ontdekt stap voor stap zijn of haar plek op de middelbare school.

StudyGo helpt bij een goede start

De overgang naar de brugklas gaat makkelijker met de juiste ondersteuning. Met een gratis account bij StudyGo krijgen leerlingen toegang tot:

  • woordjes en begrippenlijsten die aansluiten bij hun schoolboeken
  • oefentoetsen en uitlegvideo’s van docenten
  • een persoonlijke planner om dagelijks leerwerk in te delen

Zo kunnen brugklassers vanaf dag één slimmer leren en met meer vertrouwen het schooljaar starten.

Wil je dat je kind goed voorbereid de brugklas ingaat? Maak gratis een StudyGo-account aan en ontdek hoe leren makkelijker kan.

Hoe typ je de o met puntjes?

Daan Smith

Hoe typ je de o met puntjes? De puntjes op de letter o worden ook wel umlaut genoemd. Voor Mac en PC is het invoeren van deze speciale tekens als umlauts, accenten en tildes vaak verschillend. Je leest hieronder hoe je de o-umlaut kunt invoeren.

De ö op Mac – snelste versie

Het intoetsen van vreemde tekens op Mac is heel eenvoudig. Door de alt-toets (of option-toets), (⌥) te combineren met de o komt er reen keuzescherm naar voren.

1. Houd de ‘o’ 1 seconde ingedrukt.
2. Je krijgt een scherm te zien met verschillende opties. Zie afbeelding hieronder.
3. Druk op 2.
4. Voilà! De ö.

De ö op Mac – alternatief

Lukt bovenstaande oplossing niet? Dan heb je wellicht nog een oudere versie van Mac OS. Probeer dan het volgende:

1. alt (⌥) ingedrukt houden.
2. de ‘u’ intoetsen. (Je leest het goed, houd de u ingedrukt.)
3. alt (⌥) en ‘u‘ loslaten.
4. Vervolgens de ‘o‘ intoetsen.

Zie hieronder een afbeelding met een stappenplan om de o met verschillende leestekens te krijgen.

ó ö ô ò
Stap 1
Stap 1 alt (⌥) + e alt (⌥) + u alt (⌥) + i alt (⌥) + `
Stap 2
Stap 2 Laat stap 1 los Laat stap 1 los Laat stap 1 los Laat stap 1 los
Stap 3
Stap 3 Druk op o Druk op o Druk op o Druk op o

De ö op PC

Op het toetsenbord van je PC vind je de trema/ umlaut (“).
Druk op de SHIFT + (“)-toets en daarna op de o. De letter ö verschijnt.
Een (“) met een a, e, i, o, u, of y, geeft respectievelijk een ä, ë, ï, ö, ü, of ÿ.

ö
Stap 1
Stap 1 SHIFT + “
Stap 2
Stap 2 Druk op o

De ö op PC – alternatief

Let op! Deze methode werkt alleen met een numeriek toetsenbord, dat zijn cijfers rechts naast de pijltjes toetsen. Het werkt dus niet cijfers boven je toetsenbord. Houd de linker Alt toets ingedrukt en typ op het numerieke toetsenbord 148.

De o met puntjes op StudyGo.

Dit zijn natuurlijk handige sneltoetsen om te kennen. Maar het kan best ingewikkeld zijn om de sneltoetsen uit je hoofd te leren. Leer je bijvoorbeeld het woord ‘zonen’ met de Duitse vertaling ‘Söhne’ dan hebben wij daar een oplossing voor. Op StudyGo worden deze leestekens, afhankelijk van de taal waarvoor je leert, automatisch weergegeven. Minder kans op typefouten en daardoor leer je je woordjes dus beter. Op StudyGo kun je gratis woordjes en begrippen leren.

Wat is de persoonsvorm en hoe herken je deze in een zin?

Daan Smith

De persoonsvorm is een van de belangrijkste onderdelen van een zin. Het is altijd een werkwoord: iets wat je kunt doen of wat gebeurt, zoals lopen, voetballen, kopen of kijken. De persoonsvorm geeft je veel informatie over de zin: je kunt eraan zien in welke tijd de zin staat (tegenwoordige, verleden of toekomende tijd) en of het onderwerp enkelvoud of meervoud is. Dit is handig bij zinsontleden, werkwoordspelling en het maken van grammaticaoefeningen. Oefen daarom ook regelmatig met je woordenschat.

Als je de persoonsvorm goed kunt herkennen, wordt het ontleden van zinnen een stuk makkelijker. Je kunt dan stap voor stap ook de andere zinsdelen vinden, zoals het onderwerp, het lijdend voorwerp en het gezegde. Daarom is het belangrijk om regelmatig te oefenen: hoe vaker je de persoonsvorm herkent, hoe sneller en zekerder je wordt tijdens toetsen en examens. Dan kun je daarna ook de andere zinsdelen, zoals het onderwerp en lijdend voorwerp, benoemen.

Wat is de persoonsvorm?

De persoonsvorm is altijd een werkwoord in een zin. Dit werkwoord laat zien wat er gebeurt of wat iemand doet. Voorbeelden van werkwoorden zijn: lopen, voetballen, kopen, kijken.
De persoonsvorm is belangrijk omdat het je veel vertelt over de zin:

  • In welke tijd de zin staat (tegenwoordige, verleden of toekomende tijd).
  • Of de zin enkelvoud of meervoud is.
  • Hoe je de andere zinsdelen kunt vinden, zoals het onderwerp of lijdend voorwerp.

Wil je een zin goed ontleden? Dan begin je altijd met het vinden van de persoonsvorm.

Waarom is het belangrijk om de persoonsvorm te herkennen?

  • Het helpt je om grammatica en spelling beter te begrijpen.
  • Je ziet direct of je -t of -en moet gebruiken (loopt/loop, rent/rennen).
  • Het maakt zinsontleden en werkwoordspelling makkelijker.
  • Op toetsen Nederlands komt het vaak terug: zinsontleding, werkwoordspelling en grammatica beginnen allemaal bij de persoonsvorm.

Voorbeelden van een zin vragend maken

vragende zin persoonsvorm
Ik loop in het park.
Ik loop in het park. Loop ik in het park? loop
Sam rent achter de bal aan.
Sam rent achter de bal aan. Rent Sam achter de bal aan? ren

Hoe herken je de persoonsvorm?

Er zijn drie manieren om de persoonsvorm te vinden. Gebruik ze apart of combineer ze:
1. Maak een ja/nee-vraag van de zin
Als je de zin vragend maakt, komt de persoonsvorm vooraan te staan.
Voorbeeld:
Ik loop in het park. → Loop ik in het park? → loop is de persoonsvorm.
Sam rent achter de bal aan. → Rent Sam achter de bal aan? → rent is de persoonsvorm.

Voorbeelden van een zin in een andere tijd zetten

Verander de zin naar verleden of toekomende tijd. Het werkwoord dat meeverandert, is de persoonsvorm.

verleden tijd persoonsvorm
Ik loop in het park.
Ik loop in het park. Ik liep in het park. loop
Sam rent achter de bal aan.
Sam rent achter de bal aan. Sam rende achter de bal aan. ren

Voorbeelden van een zin in enkelvoud/meervoud zetten

Zet het onderwerp om van enkelvoud naar meervoud (of andersom). Het werkwoord dat meeverandert, is de persoonsvorm.

enkelvoud/meervoud persoonsvorm
Ik loop in het park.
Ik loop in het park. Wij lopen in het park. loop
Sam rent achter de bal aan.
Sam rent achter de bal aan. Sam en Max rennen achter de bal aan ren

Enkelvoud en meervoud: wat moet je weten?

De persoonsvorm en het onderwerp van een zin zijn nauw met elkaar verbonden. Is het onderwerp van de zin enkelvoud? Dan moet de persoonsvorm ook enkelvoud zijn. Hetzelfde geldt bij een meervoudig onderwerp: is het onderwerp meervoud, dan moet de persoonsvorm dit ook zijn.

  • De moeder wandelt met een kinderwagen. -> het onderwerp (de moeder) en de persoonsvorm (wandelt) zijn allebei enkelvoud
  • De moeders wandelen met een kinderwagen. -> het onderwerp (de moeders) en persoonsvorm (wandelen) zijn allebei meervoud

In welke tijd staat een zin?

Aan de persoonsvorm zie je of een zin in de tegenwoordige, verleden of toekomende tijd staat:

  • Ik zet mijn wekker elke dag. -> tegenwoordige tijd
  • Haar vader speelde vroeger in een band. -> verleden tijd
  • Na de middelbare school zullen veel kinderen gaan studeren. -> toekomende tijd

Veelgemaakte fouten bij het vinden van de persoonsvorm

Hulpwerkwoorden verwarren met de persoonsvorm
Voorbeeld: Ik heb mijn huiswerk gemaakt. → De persoonsvorm is heb, niet gemaakt.

Denken dat er maar één werkwoord in een zin staat
Er kunnen meerdere werkwoorden in een zin staan, maar slechts één is de persoonsvorm.

Niet het hele onderwerp meenemen
Als je het onderwerp verkeerd ziet, herken je soms de verkeerde persoonsvorm.

Oefenen met de persoonsvorm

Wil je zeker weten dat je het snapt? Oefen dan met zinnen die op jouw niveau en leerjaar aansluiten. Op StudyGo kun je:

  • Oefentoetsen maken over zinsontleden.
  • Uitlegvideo’s bekijken van docenten.
  • Extra oefenen met werkwoordspelling en grammatica.

Zo herken je de persoonsvorm altijd goed op toetsen en examens.

5 bewezen methodes om woordjes beter te onthouden

Daan Smith

Je staart wanhopig naar de enorme lijst met woordjes die voor je neus ligt. Hoe krijg je deze ooit in je hoofd gestampt? Nooit! Want de tijd van ouderwets ‘woordjes stampen’ ligt gelukkig ver achter ons. Volg deze wetenschappelijk bewezen leertechnieken en je wanhoop verandert als snel in vertrouwen. Die woordjes onthoud je straks – met groot gemak- állemaal!

1. Herhaal de woordjes gespreid over de tijd: spaced repetition

In een meta-analyse van 254 studies (Cepeda et al., 2006) bleek dat spaced repetition het telkens overtuigd won van het traditionele ‘woordjes uit je hoofd stampen’. Spaced repetition betekent dat je informatie meerdere keren herhaalt, maar met steeds langere tussenpozen. In plaats van alle woordjes in één keer te leren (cramming), herhaal je de stof in kleine hoeveelheden, verspreid over meerdere dagen of weken. Door te herhalen net vóór je iets vergeet, versterk je de geheugensporen. Je kunt de woordjes daardoor op de lange termijn veel beter onthouden.

Aan de slag!

Optie 1: Maak een account aan op StudyGo; het algoritme laat je automatisch leren met spaced repetition. Maak je al gebruik van StudyGo? Dan ben je – misschien zonder dat je het wist- al langer met deze effectieve manier van leren bezig! StudyGo gebruikt namelijk algoritmes om telkens het ideale herhaalmoment voor jou te bepalen.

Optie 2:  Ga zelf aan de slag. Je herhaalt hierbij steeds op het moment dat je het nét begint te vergeten. Gebruik eventueel een papieren systeem, zoals: doosjes of mapjes met kaartjes. De Leitner-methode kan je hierbij helpen: woordjes die je goed kent → gaan naar een volgende bak → minder vaak herhalen. Moeilijke woordjes → blijven in bak 1 → vaker oefenen. Bijvoorbeeld:

Nieuwe woordjes Herhaling
Maandag
Maandag W1 – W10
Dinsdag
Dinsdag W11 – W20 W1 – W10
Woensdag
Woensdag W21 – W30 W11 – W20
Donderdag
Donderdag W31 – W40 W1 – W10, W21 – W30
Vrijdag
Vrijdag W41 – W50 W11 – W20, W31 – W40
Zaterdag
Zaterdag W51 – W60 W1 – W10, W21 – W30, W41 – W50
Zondag
Zondag W1 – W60 (alles)

2. Haal woordjes actief op uit het geheugen: active recall

Active recall (ook wel actief ophalen) is bewezen één van de meest effectieve manieren om woordjes blijvend te onthouden. Het is een leermethode waarbij je jezelf actief probeert te herinneren wat je geleerd hebt, zonder meteen naar het antwoord te kijken. Je overhoort dus jezelf zonder te spieken!

Je oefent door jezelf actief te overhoren in plaats van woordjes alleen maar opnieuw te lezen of te markeren. Elke keer dat je probeert een woordje zélf te herinneren (zonder te spieken), wordt de herinnering sterker. Dit heet ‘the testing effect’: het testen is het leren. In plaats van de woordjes steeds opnieuw door te lezen of te markeren (passief leren), probeer je ze uit je hoofd te reproduceren. Je traint je brein als het ware om informatie op te halen uit het geheugen, waardoor je het veel beter onthoudt. Actieve recall laat je actief nadenken over wat je al weet en werkt daardoor beter dan het simpelweg herhalen van woordjes.

Aan de slag!

  • Maak gebruik van StudyGo. Actieve recall zit ingebouwd in de online oefeningen!
  • Overhoor jezelf met flashcards.
  • Maak oefentoetsen zonder te spieken.
  • Stel jezelf vragen over de leerstof of laat iemand anders dat doen.
  • Overschrijven zonder voorbeeld: kijk 5 seconden naar een woord, verberg het en schrijf het op.
  • Quiz jezelf of laat iemand je overhoren zonder je boek met de antwoorden erbij te houden.

3. Leer de woorden in een betekenisvolle context

Het is bewezen dat je woordjes beter kunt leren als deze worden gebruikt in een betekenisvolle context: een zin, een verhaal, of een situatie waarin het woord wordt gebruikt. Als woorden verbonden zijn aan een situatie, betekenis of emotie, worden ze beter opgeslagen in je geheugen. Dit maakt het ook makkelijker om ze weer op te halen in echte gesprekken of bij toetsvragen. Als je gebruikt maakt van deze techniek, dan begrijp je de woorden sneller en beter én ze blijven ook nog eens beter verankerd in je geheugen!

Bijvoorbeeld:

In plaats van alleen ‘bread= brood’ leer je:
‘My mother bakes a fresh bread every Sunday morning.’
Of: ‘My favourite breakfast is bread with eggs benedict and avocado.’

4. Koppel de woorden aan beeld en geluid: dual coding

Volgens de Dual Coding Theory van Allan Paivio worden woorden die zowel als beeld én als taal worden opgeslagen sterker onthouden. Hij stelde dat het brein informatie op twee manieren verwerkt:

  1. Verbaal systeem: woorden, taal, zinnen
  2. Visueel systeem: beelden, kleuren, vormen

Wanneer je een woord én een beeld tegelijk leert, worden twee geheugensporen aangelegd in je hersenen. Door leerstof zowel verbaal (woorden) als visueel (plaatjes, schema’s, symbolen) op te nemen, gebruik je dus twee systemen van je brein om de informatie op te slaan en later weer terug te halen. Als je het ene spoor vergeet (het woord), kun je het andere spoor (het beeld) gebruiken als geheugensteun.

 Je vergroot dus de kans dat je de woordjes later gemakkelijker op kunt halen uit je geheugen! Met deze leertechniek koppel je een woord bijvoorbeeld aan plaatjes, kleuren, gebaren of uitspraak.

Aan de slag!

  • Maak flashcards met beeld én tekst.

Schrijf op de voorkant het Nederlandse woord (alleen tekst). Schrijf op de achterkant het Engelse woord (tekst + tekening). Maak dus bij elk woord een kleine, eenvoudige tekening die het woord voorstelt. Hoe simpeler de tekening, hoe beter: je herkent het beeld sneller en koppelt het makkelijker aan het woord.

Dog → teken een hondje 🐶

Sun → teken een zon 🌞

Book → teken een boek 📖

  • Voeg – naast de tekening- bij elk woord ook nog een beweging toe indien mogelijk. Zo wordt er nog een derde geheugenspoor aangelegd! Doe een hond na bij dog, straal als een sun en sla met je handen denkbeeldig een book open. Positief side affect: het tovert vast ook nog een lach op je gezicht!
  • Kun je een of meerdere woorden moeilijk onthouden? Teken een eenvoudige strip waarin de woorden verwerkt zijn. ‘De dog zit aan tafel met een book in de sun.’ Je koppelt de woorden aan elkaar in een of meerdere beelden. Dit beeld kun je bijvoorbeeld tijdens een toets oproepen in je hoofd. Zo kan de strip die je zorgvuldig tekende je mooi weer een extra punt bezorgen!

  • Maak online een tabel met woordjes en icoontjes:


NederlandsEngelsPictogram
fietsbike🚲
regenrain🌧️
vliegtuigairplane✈️

5. Leg de woordjes uit aan een ander: the protégé-effect

Leren door uitleggen leidt tot betere verwerking en begrip (Fiorella & Mayer, 2013). Als je iets uitlegt, dan dwing je jezelf om de stof écht te begrijpen. De wetenschap dat je moet gaan onderwijzen, verhoogt je leerniveau. Dit heet het protégé-effect: mensen leren beter als ze denken dat ze iemand anders moeten onderwijzen. Tijdens het uitleggen denk je actief na over wat je weet, je vertaalt de informatie uit je geheugen naar uitleg en door het geven van uitleg ontdek je sneller fouten in je kennis.

Zoek een ‘slachtoffer’ om je woordjes aan uit te leggen! Kun je niemand vinden? Zoek een knuffel of een foto. Het gaat om het idee dat je brein ervaart dat je een uitleg geeft.

Aan de slag!

  • Doe alsof je docent bent

Kies 10 woordjes uit die je wilt leren. Leg elk woord hardop uit aan een (denkbeeldige) leerling:

Adult’ betekent volwassen, je spreekt het uit als ‘a·duhlt’, en zo schrijf je het!’

  • Doe een duo-oefening met een klasgenoot of een familielid

Iemand is de ‘leraar’ en iemand is de ‘leerling’. De leraar legt 5 woordjes uit, controleert of de ander het begrijpt en stelt vragen. Daarna wisselen de rollen om.

  • Maak een uitlegvideo

Neem jezelf op terwijl je de woordjes uitlegt, alsof je een taalcoach bent. Beluister het terug: klopt je uitleg? Heb je alles juist?

Extra tip! Maak een filmpje met gebaren of tekeningen erbij (dual coding + protégé-effect = een nog beter resultaat).

Heb je geen zin of tijd om uit te vinden welke leertechniek jij het beste kunt toepassen om effectief woordjes te leren? Wacht dan niet langer en start met het oefenen van woordjes op StudyGo! Het leerplatform is ontwikkeld in samenwerking met onderwijskundigen en gebaseerd op wetenschappelijk bewezen leertechnieken. Met 1 klik op de knop start je vol vertrouwen jouw oefensessie; laat die woordjes maar komen!  

Generatie Z: zó werkt leren in 2025!

Daan Smith

Ze groeiden op met een smartphone in de hand en een airfryer in de keuken. School, bijbaan, side hustle en sociale media lijken moeiteloos in elkaar over te lopen. Onder die hoodie en noise cancelling koptelefoon schuilt een scherpe mening, een gezonde dosis maatschappelijke betrokkenheid én droge humor. Herken jij iets van jezelf hierin? Dan behoor jij misschien ook wel tot Gen Z! De kinderen die opgroeiden in een periode van snelle technologische veranderingen en digitale innovaties blijken als tiener niet altijd effectief meer te leren met klassieke leermethodes. Maar wat werkt wél? Lees verder en ontdek welke manier van leren Gen-Z op weg helpt naar een schooldiploma!

Wie behoren tot Gen Z?

Als je geboren bent tussen 1997 en 2012 behoor je tot Generatie Z (ook wel Gen Z genoemd).  Deze generatie is opgegroeid in een periode waarin de technologische ontwikkelingen ons om de oren vlogen en dit is van grote invloed op hoe zij in het leven staan. Gen Z hecht veel waarde aan maatschappelijke verantwoordelijkheid, duurzaamheid, eerlijkheid, authenticiteit (diversiteit, inclusiviteit, anti-hokjesgeest), zelfzorg (o.a. mentale gezondheid), digitale verbondenheid en flexibiliteit. Ze hebben vaak een sterke mening over hoe overheden, bedrijven en scholen zich op zouden moeten stellen om beter tegemoet te komen aan de snel veranderende wereld waarin zij opgroeien.

Volgens het ‘Rapport Jongeren 2020: Het profiel van Generatie Z’ van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) is Gen Z bijna altijd online en spelen sociale media zoals Instagram, TikTok en Snapchat een belangrijke rol in hun sociale interacties en zelfexpressie. De focus op mentale gezondheid komt ook sterk naar voren in het rapport. Jongeren zijn meer open over psychische problemen, en de druk van school en sociale verwachtingen worden genoemd als een belangrijke stressfactor. Deze jongeren geven de voorkeur aan flexibiliteit in werk en willen zelfgestuurd leren, wat aangeeft dat de traditionele onderwijsmethoden soms niet effectief zijn.

Het brein van Gen Z: sneller, maar minder focus

Generatie Z is groot geworden in een wereld waarin digitale technologie centraal staat; digitale informatie is 24/7 beschikbaar en een groot deel van het sociale leven speelt zich af via de smartphone. Het brein van deze jongeren staat continue aan. Onderzoek wijst uit dat Gen Z eraan gewend is om continu afgeleid te worden door digitale apparaten, wat leidt tot een kortere concentratieboog. Studies tonen aan dat het brein van jonge mensen onder invloed van digitale media sneller informatie kan verwerken, maar ook sneller afgeleid raakt. Ze kunnen hierdoor – in tegenstelling tot vorige generaties – moeite hebben met langdurige focus, zoals bij studeren, werk of sociale interacties.

Veel prikkels: minder ruimte voor creativiteit

De voortdurende meldingen van sociale media, de eindeloze stroom van content en de snelle beloningssystemen in apps zorgen voor regelmatige dopamineshots, wat kan leiden tot verslaving aan schermgebruik. De nodige Gen Z-ers hebben daarom moeite om te genieten van momenten van rust of verveling, omdat ze steeds afgeleid worden door hun telefoon. Dit heeft ook invloed op hun creativiteit. Een effectief creatief denkproces heeft nood aan een uitgerust, prikkelarm brein dat ruimte biedt voor verveling. Deze momenten van rust en verveling worden bij Gen Z-ers steeds schaarser, wat het moeilijker maakt om nieuwe ideeën te ontwikkelen of diep na te denken over complexe vraagstukken.

Waarom werken sommige klassieke leermethoden niet meer?

Gen Z kan het niet altijd opbrengen om aandachtig lange teksten te lezen
in lesboeken of een heel lesuur te luisteren naar een mondelinge uitleg van een docent. Er zijn een aantal redenen waarom de klassieke leermethoden steeds minder effectief worden voor Gen Z:

  • Gen Z is gewend aan directe feedback (zoals ‘likes’ en reacties op sociale media). Dit verlangen naar onmiddellijke feedback is geen goede match met hoe de traditionele onderwijsmethoden zijn opgebouwd. Het gebrek aan snelle evaluaties kan leiden tot frustratie en demotivatie.
  • Gen Z heeft een hoge behoefte aan interactie. Ze kunnen zich moeilijk concentreren op passief luisteren of lezen zonder enige vorm van activiteit of interactie. Onderzoek toont aan dat actieve leermethoden, zoals probleemgestuurd leren, veel effectiever zijn dan traditionele lessen, omdat ze leerlingen bij de lesstof betrekken en hen dwingen om actief te denken en te participeren.
  • Gen Z is altijd in de buurt van hun smartphones. Hierdoor kunnen ze zich moeilijk concentreren in een omgeving die geen gebruik maakt van technologie of digitale hulpmiddelen. Het is moeilijker voor hen om zich voor langere tijd in een klassikale setting zonder digitale hulpmiddelen te concentreren. Innovatieve technologieën, zoals gamification en digitale leerplatforms, passen beter bij hun voorkeuren.
  • Gen Z is opgegroeid met gepersonaliseerde content (bijvoorbeeld Netflix, YouTube, Spotify), waardoor ze gewend zijn aan snel beschikbare, op maat gemaakte informatie. Wanneer het onderwijs niet aansluit bij hun interesses of zich niet aanpast aan hun persoonlijke leerstijl, verliezen ze snel hun motivatie.

Wat werkt wél voor Gen Z?

Onderzoek van het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO) toont aan dat jongeren in Nederland steeds vaker gebruik maken van digitale leerplatformen en dat ze sneller geneigd zijn om technologie in hun leerproces te integreren. Positief nieuws voor Gen Z: er worden steeds meer tools ontwikkeld die wél aansluiten bij hun leervoorkeuren en behoeftes!

Zo leert Gen Z graag op school:

  • Ze geven de voorkeur aan interactieve en visuele leermethoden, zoals apps, video’s. e-learning platforms en gamified learning die direct aansluiten bij hun snelle, visuele verwerkingsstijl.
  • Gen Z-ers zijn voorstanders van zelfgestuurd leren.
  • Ze hebben een voorkeur voor gepersonaliseerde en flexibele leerervaringen.
  • Ze hebben behoefte aan autonomie binnen het leerproces
  • Gen Z-ers hebben behoefte aan een hoge mate van (inter)actie tijdens een les.
  • Ze leren graag in groepsvorm, dus vanuit samenwerking met andere leerlingen.
  • Gen Z is op zoek naar een connectie tussen wat ze leren en de realiteit van de wereld om hen heen. Ze willen weten waarom iets relevant is en van daaruit zelf bepalen of het nuttig is om te leren.

Helaas sluiten nog niet alle scholen in ons land goed aan bij bovenstaande leerbehoeftes. Gelukkig kun je in je eigen tijd altijd op zoek naar manieren van leren die beter aansluiten bij hoe jouw brein werkt! Oefen eens op StudyGo en ervaar zelf hoe effectief leren kan zijn op een e-learning platform!

Goed presteren op school? Ga slapen!

Daan Smith

Dat slapen belangrijk is voor je gezondheid weten we inmiddels allemaal. Maar nog niet iedereen weet dat het ook van grote invloed kan zijn op je schoolprestaties. Helaas boost je je cijferlijst natuurlijk niet zomaar met een extra uurtje slaap per nacht, maar voldoende slaap is wel cruciaal voor je geheugen en concentratie! Lees snel verder en ontdek hoe je de nachtrust kunt pakken die je brein nodig heeft om beter te kunnen presteren op school.

Waarom is voldoende slaap zo belangrijk voor leren en presteren?

Goede slaap zorgt voor een scherper brein, beter geheugen, meer motivatie en minder stress. Wanneer je voldoende nachtrust hebt gehad functioneert je brein op alle fronten beter! Je kunt je beter concentreren in de les en je hersenen verwerken de informatie efficiënter. Tijdens je slaap verwerkt je brein wat je overdag hebt geleerd; nieuwe kennis en nieuwe herinneringen worden opgeslagen. Dit draagt allemaal direct bij aan betere prestaties op school. Overweeg daarom toch eens om te luisteren naar je ouders als ze weer eens hameren op je bedtijd in de proefwerkweek; het blijkt uiteindelijk toch nog niet zo’n gek idee van die mensen!  

Hoeveel slaap heb je nodig?

Om goed te kunnen leren en presteren is slaap essentieel. Voor middelbare scholieren is 8 tot 10 uur per nacht het minimum om – fysiek én mentaal – echt goed te kunnen functioneren. De Nederlandse richtlijnen voor slaap bij pubers zijn grotendeels gebaseerd op internationale wetenschappelijke aanbevelingen, zoals die van de National Sleep Foundation en het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu), aangevuld met onderzoek van Nederlandse slaapexperts zoals Prof. Dr. Eus van Someren (Nederlandse Hersenstichting/Nederlands Slaap Instituut).

Slaap per nacht
6 – 13 jaar
6 – 13 jaar 9-11 uur
14 – 17 jaar
14 – 17 jaar 8 – 10 uur
18 jaar en ouder
18 jaar en ouder 7 – 9 uur
Bron: Nederlands Jeugdinstituut
Bron: Nederlands Jeugdinstituut

Waarom is slapen extra belangrijk voor tieners?

Tijdens de puberteit verschuift het biologische ritme: pubers worden later moe en willen ’s ochtends langer slapen (de zogenaamde slaapfasevertraging). Hierdoor raken ze in conflict met vroege schooltijden, wat kan leiden tot een chronisch slaaptekort. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat slaaptekort bij tieners leidt tot verminderde concentratie, slechtere schoolprestaties en een hoger risico op stemmingsstoornissen.

Eveline Crone, hoogleraar neurocognitieve ontwikkelingspsychologie (Universiteit Leiden), heeft uitgebreid onderzoek gedaan naar het puberbrein. In haar werk beschrijft ze hoe de hersenen van adolescenten nog volop in ontwikkeling zijn, wat invloed heeft op hun gedrag en leervermogen. Voldoende slaap is essentieel voor de ontwikkeling van deze hersengebieden en helpt jongeren beter te functioneren in het dagelijks leven.

10 Tips om een slaaptekort te voorkomen én je prestaties te verbeteren

  • 1. Zorg voor een vast slaapritme
    Ga elke dag rond hetzelfde tijdstip naar bed en sta op een vast tijdstip op, ook in het weekend. Het helpt je om je biologische klok in balans te houden; je zult je energieker voelen!
  • 2. Slaap voldoende uren
    Tieners hebben gemiddeld 8 tot 10 uur slaap per nacht nodig. Te weinig slaap kan leiden tot een chronisch slaaptekort wat zorgt voor vermoeidheid en teruglopende schoolprestaties.
  • 3. Beperk schermtijd voor het slapengaan
    Stop minstens 1 uur voor het slapengaan met telefoon, tablet of laptop. Het blauwe licht van schermen remt de aanmaak van melatonine (het slaaphormoon). Naast het licht kan het consumeren van veel informatie door spelletjes of social media er ook voor zorgen dat je moeilijk je hoofd leeg kan maken. Plan je scherm-momenten dus beter wat vroeger in de avond!
  • 4. Maak je slaapkamer donker, stil en koel
    Een rustige, donkere en koele kamer (rond de 18°C)
    bevordert de slaap. Gebruik eventueel oordoppen of verduisterende gordijnen.
  • 5. Gebruik je bed alleen om te slapen
    Probeer geen huiswerk te maken, te gamen of TikToks te kijken in bed. Zo leert je brein: ‘bed = slapen’ en zul sneller in slaap komen.
  • 6. Beweeg overdag voldoende
    Lichaamsbeweging helpt je om beter te slapen. Ga overdag naar buiten voor daglicht en beweging. Zorg ervoor dat je niet intensief sport vlak voor het slapengaan, want dan zal het nog even duren, voordat je in dromenland bent.
  • 7. Vermijd cafeïne na 14:00 uur
    Koffie, energiedrankjes, cola en zelfs chocola bevatten cafeïne. Dit kan je slaap kan verstoren. Gebruik deze producten met mate en helemaal niet meer na de middag.
  • 8. Ontwikkel een slaaproutine
    Doe elke avond dezelfde rustige dingen voor het slapen: bijvoorbeeld douchen, lezen of luisteren naar rustige muziek. Dat geeft je lichaam het signaal dat het tijd is om te slapen.
  • 9. Schrijf je gedachten op papier
    Ben je in de piekermodus? Schrijf voor het slapengaan je zorgen of to-do’s op in een schriftje. Dit helpt om je hoofd leeg te maken, waardoor er ruimte komt voor rust.
  • 10. Slaap niet te lang uit in het weekend
    Een uurtje later opstaan is prima, maar als je tot in de middag slaapt, raakt je ritme ontregeld en wordt het heel moeilijk om op zondagavond goed in slaap te komen.
  • Extra tip
    Kom je vaak moeilijk in slaap of ben je overdag heel moe? Praat met je ouders, huisarts of je mentor. Slaapproblemen kunnen ook met voeding of je mentale gezondheid te maken hebben. Erover praten zorgt ervoor dat je niet alleen bent met je slaapprobleem. Samen kun je onderzoeken wat jou zou kunnen helpen. Zo kun je langzaam toewerken naar een leven met meer slaap en dus ook meer energie!

    Je weet nu dat huiswerk maken in bed geen optie meer is… Verschuif die laptop of telefoon gewoon mee naar die comfortabele, zachte bank en oefen voor je proefwerk op StudyGo! Je weet nu hoe je voldoende uren kan slapen om optimaal te kunnen presteren op school, maar in je slaap leer je helaas niet automatisch die ellenlange lijsten Engelse woordjes. Uitgerust aan de slag dus. Hier op StudyGo!

Mijn kind gaat naar de brugklas:
8 handige tips voor ouders

Daan Smith

Weet je het nog, de eerste schooldag van je zoon of dochter op de basisschool? De spanning, de opwinding en misschien wel het traantje dat je moest wegpinken. Voor je het weet is dat moment alweer voorbij en staat je kind klaar voor een nieuwe stap: de brugklas.

De overgang naar de middelbare school is voor veel kinderen spannend. Nieuwe vakken, meerdere docenten, toetsen en meer huiswerk: er verandert ontzettend veel. Ook voor ouders is dit een nieuwe fase. Hoe bereid je je kind, en jezelf, hierop voor? Met deze 8 tips help je je brugklasser goed van start te gaan.

1. Schoolspullen samen kopen

De meeste scholen geven een lijst met benodigdheden. Denk aan een agenda, rekenmachine, etui, geodriehoek en schriften.

  • Bekijk kritisch welke spullen je meteen nodig hebt en stel grotere aankopen eventueel uit.
  • Maak er een gezamenlijk uitje van: samen schoolspullen uitzoeken geeft je kind eigenaarschap en maakt de start leuker.
  • Vergeet ook een stevige en praktische schooltas niet.

2. Schoolroute samen oefenen

Voor veel brugklassers betekent de middelbare school ook een langere route naar school, vaak met de fiets of het openbaar vervoer.

  • Fiets of reis samen een keer de route zodat je kind weet hoe hij of zij zelfstandig kan gaan.
  • Probeer ook variaties, zoals een alternatieve fietsroute of busverbinding.
  • Door te oefenen voelt de eerste schooldag minder spannend en begint je kind zelfverzekerder.

3. Kennis opfrissen voor een zelfverzekerde start

Tijdens de zomervakantie zakt veel basisschoolkennis weg. Een kleine opfrisser helpt je kind om met vertrouwen te beginnen.

  • Oefen samen wat basisstof, zoals rekenen, taal of Engels.
  • Gebruik online platforms zoals StudyGo om spelenderwijs te herhalen én alvast kennis te maken met vakken van de middelbare school, zoals wiskunde of biologie.

Wist je dat leerlingen die met vertrouwen starten in de brugklas vaak sneller wennen aan de nieuwe leeromgeving (NJi, 2025)?

4. Een fijne werkplek inrichten

Een rustige, vaste plek om huiswerk te maken helpt je kind om zich te concentreren.

  • Zorg voor een bureau, goede stoel en voldoende opbergruimte.
  • Betrek je kind bij het inrichten, zodat het echt als een eigen plek voelt.
  • Houd de werkplek overzichtelijk en vrij van afleiding.

5. Plannen aanleren (stap voor stap) 

Huiswerk varieert van maakwerk en leerwerk tot grotere opdrachten en toetsen. Leren plannen is in de brugklas een van de belangrijkste vaardigheden.

  • Begin met een agenda of whiteboard en leer prioriteiten stellen.
  • Leg uit dat een proefwerk meer voorbereiding vraagt dan een gewone opdracht.
  • Met de planner van StudyGo kunnen leerlingen huiswerk eenvoudig verdelen en overzicht houden.

6. Ontdekken hoe je kind het beste leert

Iedere leerling leert op een andere manier. Sommige kinderen maken graag samenvattingen, anderen leren met flashcards of online oefeningen.

  • Laat je kind verschillende leermethodes uitproberen.
  • Stimuleer dat je kind zelf ontdekt wat het beste werkt.
  • Geef de ruimte om fouten te maken en nieuwe manieren te proberen.

7. Uitgerust én rustig starten

De eerste schooldag en de eerste weken op de middelbare school zijn intensief. Voldoende slaap en rust thuis zijn cruciaal.

  • Bouw al voor de schoolstart een slaaproutine op.
  • Zorg dat je in de eerste weken wat vaker thuis bent als je kind uit school komt. Zo is er ruimte om ervaringen te delen of samen een planning te maken.

Onderzoek toont aan dat voorspelbare routines kinderen helpen sneller te wennen en zich veiliger te voelen (Wij-leren.nl, 2024).

8. Leren gaat met vallen en opstaan

In de brugklas leren kinderen veel nieuwe vaardigheden, en fouten maken hoort daarbij.

  • Lage cijfers, te laat komen of groepsopdrachten die niet goed lopen zijn normaal.
  • Geef je kind de ruimte om te leren en te groeien, ook al wil je soms direct bijsturen.
  • Blijf vertrouwen geven en coach waar nodig.

Loslaten hoort erbij

De brugklas betekent niet alleen een nieuwe fase voor je kind, maar ook voor jou als ouder. Je zoon of dochter wordt zelfstandiger, maakt nieuwe vrienden en ontdekt eigen interesses. Dat kan trots oproepen, maar ook spanning of de neiging om alles in de gaten te houden.

Probeer je rol als begeleider te zien: bied steun, stel vragen en help bij het plannen, maar geef ook de ruimte om zelf keuzes te maken. Het loslaten hoort erbij en maakt deel uit van de groei naar zelfstandigheid.

Klaar voor een goede start?

Met de juiste voorbereiding maak je de overgang naar de brugklas een stuk makkelijker. Wil je je kind helpen bij het leren plannen en oefenen? Met een gratis StudyGo-account kan je kind woordjes leren, oefentoetsen maken en uitlegvideo’s bekijken die aansluiten op de schoolboeken.

Maak vandaag nog een gratis account aan en geef je brugklasser een sterke start op de middelbare school.

Faalangst bij toetsen de baas!

Daan Smith

Klamme handen, trillende benen, een verhoogde ademhaling, een bonzend hart… de toets begint! Faalangst kan je ontzettend in de weg zitten tijdens je schoolcarrière. Het voelt vaak alsof je er nooit vanaf zult komen. Maar er is hoop! Je brein is kneedbaar en nog volop in ontwikkeling. Je kunt jezelf dus helpen om de faalangst de baas te worden. Lees verder voor effectieve tips tegen faalangst, zodat jij die toets ontspannen kunt invullen in de toekomst.

Wat is faalangst precies?

Volgens de ‘APA Dictionary of psychology’ is faalangst een aanhoudende en irrationele angst om niet te voldoen aan de normen en doelen die jezelf of anderen stellen. Die angst zit vaak niet in wat er écht gebeurt, maar in wat je denkt dat er kan gebeuren (‘Wat als ik niks kan invullen?‘). Het gevolg is dat je vaak minder goed presteert dan je eigenlijk zou kunnen of dat je zelfs een volledige black-out krijgt en je een toets daardoor bijvoorbeeld niet kunt maken.

Faalangst zit niet alleen in je hoofd

Faalangst nestelt zich in je hoofd en kan zich uiten in negatieve gedachtepatronen; ‘Het gaat me nooit lukken’ of ‘Ik ben hier toch heel slecht in’. Ook kan het lichamelijk tot uiting komen, bijvoorbeeld in de vorm van hoofdpijn, zweten, gespannen spieren, hartkloppingen of buikpijn. Deze klachten kunnen bij iedereen anders zijn. Faalangst zie je ook terug in het gedrag van iemand; je stelt dingen uit, vermijdt toetsen of werkt juist overdreven hard.

Hoe ontstaat faalangst?

Faalangst ontstaat meestal door een combinatie van persoonlijke ervaringen, de omgeving waarin je opgroeit -thuis en school- en omstandigheden. Meestal begint het als je bang bent om fouten te maken of om niet goed genoeg te zijn. Dat kan op school zijn, bij sport, of zelfs in vriendschappen. Het is geen aangeboren probleem, maar een aangeleerd patroon dat zich vaak geleidelijk tijdens de schooltijd ontwikkelt. Faalangst ontstaat wanneer je als kind – om uiteenlopende redenen-je prestaties gaat verbinden met angst en twijfel.

De belangrijkste oorzaken voor het ontstaan van faalangst:

  • Je hebt een paar vervelende ervaringen gehad. Bijvoorbeeld een toets die slecht ging, een black-out tijdens een presentatie, of iemand die je uitlachte toen je iets fout deed.
  • Je legt de lat te hoog voor jezelf. Alles wat je aanpakt wil je supergoed doen; misschien wel té goed. Je bent perfectionistisch van aard en durft geen fouten te maken.

  • Je bent gevoelig en/of onzeker. Sommige mensen zijn van nature gevoelig of onzeker van aard. En dit kan soms ook betekenen dat je gevoeliger bent voor spanning of dat je van nature overmatig piekert. Dit piekeren zorgt voor onnodige spanning.
  • School of thuis legt veel druk op je. Op sommige scholen heerst er een prestatiecultuur of is er een grote focus op het behalen van hoge cijfers. Ook thuis ervaren sommige kinderen en jongeren prestatiedruk vanuit hun ouders.

Wanneer heb je hulp nodig bij faalangst?

Onderzoek toont aan dat ongeveer 1 op de 4 middelbare scholieren wel eens last heeft van faalangst, prestatiedruk en stress. Het Trimbos-instituut en het Nederlands Jeugd Instituut geven aan dat faalangst bij jongeren een groeiend probleem is, zeker sinds de coronaperiode. Faalangst komt iets vaker voor bij meisjes dan bij jongens en het komt voor op alle niveaus van de middelbare school (vmbo, havo en vwo). Faalangst is dus een veelvoorkomend probleem en je hoeft je er dus niet voor te schamen. Het is wel belangrijk om hulp te zoeken als faalangst zó sterk wordt dat het je leerproces of je welzijn belemmert.

Faalangst bij toetsen

Veel middelbare scholieren die last hebben van faalangst zien toets-momenten met angst en beven tegemoet. Een toets geeft veel leerlingen met faalangst een ongezonde hoge druk. Het is een momentopname waarin je ‘moet laten zien wat je in je mars hebt’. Het feit dat er een bepaald moment is gepland waarop je moet presteren kan je soms letterlijk ziek maken. Weet dat je niet de enige bent én dat je jezelf kunt helpen om beter om te leren gaan met de druk die toetsen je kunnen geven. Ga aan de slag met onderstaande tips en werk langzaam toe naar een toets zonder stress!

Tips tegen faalangst tijdens de toets

  • Oefen met ademhalingsoefeningen
    Ademhalingsoefeningen zijn een eenvoudige en krachtige manier om faalangst bij toetsen te verminderen. Als je faalangstig bent, reageert je lichaam alsof er gevaar dreigt: je gaat hoog ademen, je hartslag stijgt en je kunt een black-out krijgen of je ‘verlamd’ voelen. Je brein komt in de vecht-vluchtstand en dat maakt nadenken moeilijker. Juist tijdens een toets is dat natuurlijk erg onhandig. Met gerichte ademhalingsoefeningen kun je je lichaam tot rust brengen, waardoor ook je hoofd helderder wordt. Je hartslag zal dalen, de algehele spanning in je lijf neemt af, je gedachten worden rustiger en je kunt je beter concentreren. En dat is nu precies waar die toets om vraagt!

    Een effectieve en rustgevende ademhalingsoefening voor tijdens of vóór een toets is de 4-7-8 ademhaling:

    Adem 4 tellen in door je neus.
    Houd je adem 7 tellen vast.
    Adem 8 tellen langzaam uit door je mond
    → Herhaal dit 2–4 keer

    Een halve minuut bewust ademen kan al helpen om weer grip te krijgen op jezelf!
  • Deel je angst om te falen op school
    Het kan je veel rust geven als je tijdens het maken van de toets weet dat school op de hoogte is van je faalangst. Je mentor kan dit delen met alle andere docenten en met de leerlingbegeleider. Je mentor of leerlingbegeleider kan je mogelijk ook een faalangsttraining aanbieden of andere persoonlijke begeleiding voor je organiseren, bijvoorbeeld in de vorm van een gesprek met een (school)psycholoog.

    To do! Kom op tijd voor een toets, zodat je de surveillant of je eigen docent nogmaals (in alle privacy) kunt wijzen op jouw faalangst en een teken kunt afspreken voor als je bijvoorbeeld een black-out krijgt. Je kunt dan bijvoorbeeld na het geven van jullie teken even de klas uitlopen, zonder dat je in gesprek hoeft over je angst.
  • Neem een fidget toy mee naar de klas
    Faalangst uit zich vaak in lichamelijke spanning: trillen, onrust, nagelbijten of wiebelen. Een fidget toy geeft een gecontroleerde uitlaatklep voor die spanning. Door iets met je handen te doen, kan je brein minder ruimte geven aan negatieve gedachten zoals ‘ik ga falen’ of ‘ik weet het antwoord niet, dus de rest zal ook wel niet lukken’. Dit helpt bij het doorbreken van de faalangstcirkel. Probeer de fidget toy eerst thuis uit; let er op dat de fidget toy geen geluid maakt, want anders leidt je je klasgenoten ermee af.
  • Vul eerst in wat je met zekerheid weet
    Start je toets eerst met het doornemen van alle opdrachten. Zet een cirkel om alle opdrachten die je met zekerheid in kunt vullen. Start eerst met deze opdrachten. Dit is goed voor je zelfvertrouwen. Je weet dat je zo al een paar punten in je zak hebt zitten en dat je met een gerust gevoel kunt gaan ontdekken wat je nog meer in kunt vullen.

    To do! Spreek jezelf positief toe na het invullen van de eerste opdracht(en). Bijvoorbeeld: ‘Zie je wel, dit ging al goed, dit is een belangrijke stap waar je trots op mag zijn. Alles wat er nu nog bijkomt is mooi meegenomen!’.

Tips tegen faalangst voorafgaand aan de toets

  • Werk aan je mindset.

    Ga aan de slag met de mindsettheorie van Carol Dweck . Dit is een wetenschappelijk onderbouwde techniek om je vastgehamerde negatieve gedachtes (fixed mindset) om te leren buigen naar meer reële, positieve en open gedachtes (growth mindset). Je leert dus om met een open vizier en op een positievere manier te kijken naar je eigen capaciteiten, je leerproces en je persoonlijke ontwikkeling. De mindsettheorie moedigt een groeimindset aan: het idee dat je kunt leren en groeien door oefening, fouten en inzet. En het ontwikkelen van deze mindset kan een groot verschil maken bij toets-stress.


    Voorbeeld:


    Fixed mindset:  ‘Ik ga vast een fout maken en dan faal ik.’

    Growth mindset: ‘Fouten maken hoort bij het leerproces, als de toets nog niet goed gaat, dan blijf ik oefenen, zodat het telkens iets beter zal gaan!’
  • Kom in beweging!
    Het Trimbos-instituut toont aan dat regelmatige lichaamsbeweging aantoonbaar stressklachten vermindert bij jongeren. In het rapport “Mentale gezondheid van jongeren” wordt bewegen genoemd als een effectieve beschermende factor tegen stress, angst en depressie. Bewegen is niet alleen goed voor je lichaam, maar ook voor je hoofd. Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat lichamelijke activiteit helpt om stress te verminderen. Tijdens het bewegen maakt je lichaam stoffen aan zoals endorfine en dopamine, die zorgen voor een ontspannen en positief gevoel. Ook daalt het stresshormoon cortisol, waardoor je je rustiger en helderder voelt. Zelfs een korte wandeling of 10 minuten fietsen kan al helpen om je hoofd leeg te maken. Daarom is het goed om regelmatig te bewegen, zeker als je last hebt van faalangst of toets-stress.

    Heb je de mogelijkheid om te bewegen in de natuur? Dat is een pluspunt, want onderzoek (onder andere Stanford University, 2015) toont aan dat de natuur het piekeren vermindert. In een groene omgeving daalt de activiteit in het deel van je hersenen dat actief is bij stress en negatieve gedachten. Kijken naar bomen, vogels of water brengt je brein dus in een ruststand en dat kun je goed gebruiken voorafgaand aan de toets.
  • Oefen met visualiseren. 
    Visualiseren is een mentale voorbereiding die je helpt om faalangst te verminderen, doordat je brein positieve ervaringen ‘oefent’. Neurowetenschappelijk onderzoek toont aan dat visualiseren van een taak (zoals een toets succesvol maken) dezelfde hersengebieden activeert als wanneer je die taak echt uitvoert. Je brein ‘oefent’ dus zonder dat je fysiek iets doet; je brein wordt voorbereid op succes in plaats van op paniek. Vele succesvolle sprekers, artiesten en topsporters zijn je al voorgegaan; ze behaalden hun doelen en/of overwonnen hun angst met behulp van visualisatie. Visualiseren versterkt je zelfvertrouwen, het verlaagt stress en het bevordert je succes. Ogen dicht en aan de slag dus!

    Een voorbeeld van een visualisatie die je kunt doen:

    De ontspannen toetsdag
    Ga rustig zitten, doe je ogen dicht.
    Stel je voor: je loopt de klas binnen. Je voelt je rustig.
    Je ziet jezelf de toets openvouwen. Je ademt diep. Je begint.
    Je maakt de toets geconcentreerd. Je denkt helder en vult alles rustig in.
    Je levert de toets -binnen de tijd- in met een goed gevoel.
    Je bent trots op jezelf!
    → Herhaal dit elke dag kort in de dagen voor de toets.      

Wist je dat een goede voorbereiding ook kan bijdragen aan het verminderen van faalangst? Hoe meer je oefent, hoe beter je de lesstof beheerst; dit maakt je altijd zelfverzekerder voor een toets! Een goede balans is ook belangrijk, dus zorg dat je naast studeren ook genoeg rust pakt. Bespreek met een ouder, verzorger of leraar wat voor jou werkt. Oefenen kan makkelijk op StudyGo en geloof in je eigen kracht 💪

7 tips om goed voorbereid aan Engels in de brugklas te beginnen

Daan Smith

Als docent Engels loop je jaarlijks tegen het probleem aan dat er binnen de brugklas grote verschillen zitten in het Engels taalniveau van de leerlingen. Op de ene basisschool krijgen leerlingen al vanaf groep 1 Engels, op de andere pas in groep 7. Dit komt omdat er geen eindtermen zijn vastgelegd voor Engels aan het eind van de basisschool, je hoeft dus niet te voldoen aan een bepaald basisniveau.

Er komt in de brugklas al veel op je af. Nieuwe school, klasgenoten, docenten, andere vakken… Een achterstand op Engels komt dan niet echt van pas. Gebruik daarom je laatste paar maanden op de basisschool om je Engels op te krikken en goed voorbereid naar klas 1 te gaan. Hieronder 7 tips die je daarbij kunnen helpen. Succes!

1. Zorg ervoor dat je het leuk vindt

Grammatica stampen, woordjes leren; zo leer je voor een toets, maar daar heb je in je vrije tijd natuurlijk geen zin in. Daarnaast is dit niet helemaal de manier om echt beter te worden in Engels. De meest effectieve manier is veel in contact zijn met de Engelse taal. Of dit nou lezen of luisteren is, dat maakt niet zo veel uit. Het belangrijkste is dat je het leuk vindt. Komt je moeder aanzetten met een klassieker die ze vroeger fantastisch vond, maar lees jij liever Diary of a Wimpy Kid of een strip? Zeg dan tegen je moeder dat de snelste manier om je te laten stoppen met lezen is om saaie boeken voor te schrijven. Kies iets dat jou motiveert om te lezen.

2. Luister naar luisterboeken en podcasts

Onderzoek wijst uit dat het niet uitmaakt of je leest of luistert naar verhalen. Luisterboeken en podcasts zijn steeds populairder bij leerlingen. Het voordeel van podcasts is dat ze gratis zijn en dat je er niet voor stil hoeft te zitten. De website CommonSenseMedia heeft een collectie van leuke podcasts voor leerlingen die je kan uitproberen.

3. Luister met aandacht naar de liedjes die je luistert

Als je lezen in boeken echt niks vindt, dan zijn er ook een hoop andere manieren om Engels te leren. Hoe bewust ben je van de Engelse tekst in de liedjes die je luistert? Zing je mee met de tekst of probeer je de betekenis te achterhalen? Op Genius.com kun je de betekenis van heel veel songteksten vinden en als je het leuk vindt ook zelf proberen opmerkingen aan de liedjes toe te voegen. Zo oefen je je luisteren, lezen en schrijven.

4. Zet de taal van je telefoon, laptop of tablet in het Engels

Nogmaals: het is vooral belangrijk dat je veel in contact staat met de Engelse taal. Je leest gedurende de dag veel meer dan je beseft. Bijvoorbeeld alle woorden en zinnen op je telefoon, laptop of tablet. Als je de taal van je telefoon in het Engels zet, verhoog je in één klap het aantal Engelse woorden die je elke dag leest. Helemaal omdat veel websites en apps hun taal aanpassen aan de instellingen van jouw apparaat.

5. Verbind je dagelijkse activiteiten met Engels

Volgens onderzoek blijft taal extra goed hangen als je het verbindt aan de activiteiten die je onderneemt. Welke hobby’s heb je in de vakantie? Wil je bijvoorbeeld beter leren skateboarden? Misschien kan een Engelstalige YouTube-uitleg je goed helpen. Ga je een taart bakken? Zoek dan wat Engelse recepten. Ga je met je ouders naar een museum? Daag jezelf dan uit met de Engelse brochure of gids.

6. Gamen toegestaan

Docenten Engels weten altijd meteen welke leerlingen in de brugklas veel gamen. Deze leerlingen zijn namelijk altijd beter in Engels dan hun klasgenoten. De meeste spellen zijn in het Engels, dus je leest veel tijdens het spelen. Maar online multiplayer games zoals Minecraft en Fortnite nodigen je ook uit om in het Engels te praten. Een goed excuus wanneer je ouders weer vinden dat je te lang hebt zitten gamen!

7. Gebruik het vakantieboek The Next Step

StudyGo heeft samen met Squla en Stepping Stones een bijspijkerboek voor Engels gemaakt, om je te helpen goed voorbereid naar de brugklas te gaan. The Next Step is een werkboek van 100 pagina’s vol opdrachten, puzzels en interessante weetjes. Zo kun je in de zomervakantie aan de slag met Engels, op een leuke en leerzame manier. Lees hier meer over The Next Step.

Bronnen:

Tips om jouw kind te ondersteunen bij leren

Daan Smith

Remind Learning doet al 13 jaar onderzoek naar de beste manieren en technieken om te leren. Trainer Misha Foree gaf tijdens een online informatieavond concrete tips voor jou als ouder om je kind te helpen bij het leren. Na het lezen van het vorige blog ‘Een growth mindset stimuleren bij jouw kind; zo doe je dat!’ weet je nu beter hoe je de intrinsieke motivatie van jouw kind kunt vergroten en de growth mindset kunt stimuleren. Maar hoe ziet dat er in de praktijk uit? We zetten een aantal concrete tips voor je op een rij.

Tips voor experimenteren met wilskracht

Wilskracht is één van de pijlers binnen leren waarvan Remind Learning ziet dat daar bij veel leerlingen extra aandacht naartoe kan gaan. Wilskracht kun je zien als een waterfles. Aan het eind van de dag is de waterfles leger dan aan het begin van de dag, omdat je gedurende de dag een heleboel keuzes maakt. Iets doen op wilskracht wordt dan ook moeilijker. 

Dit geldt ook voor jouw kind als het aankomt op het maken van huiswerk. Dit gebeurt vaak in de middag of avond, na een drukke schooldag. Hoewel de motivatie van jouw kind om met schoolwerk aan de slag te gaan hoog kan zijn, kan het nog knap lastig zijn daar ook iets mee te doen. Experimenteer daarom eens met wilskracht. Dit kan op twee manieren: 

2 minuten challenge

Vindt jouw kind het moeilijk om het huiswerk erbij te pakken en aan de slag te gaan? Maak de start makkelijk. Vraag of jouw kind bereid is om 2 minuten huiswerk te maken en je zult zien dat het starten met huiswerk maken een stuk makkelijker wordt. Het resultaat is vaak dat doorgaan met huiswerk makkelijker is zodra die start eenmaal gemaakt is. 

Richt de omgeving optimaal in

Je kent het waarschijnlijk wel, een rommelige tienerkamer. Een vol bureau, een televisie met Netflix of een gameconsole maken het jouw kind alleen maar moeilijk om het huiswerk erbij te pakken en aan de slag te gaan. Zorg voor een opgeruimd bureau met een opengeslagen boek op het juiste hoofdstuk en je zult zien dat starten met huiswerk makkelijker wordt. 

Plan een beloning in

Vergeet vooral niet iets leuks te plannen, zoals lekker sporten aan het eind van de dag of iets leuks doen in het weekend. Het inplannen van een beloning helpt om een goed vooruitzicht te creëren. Het maakt het makkelijker om te bedenken ‘deze week wordt het even druk met schoolwerk, maar in het weekend ga ik X doen’.

Tips voor concentreren

Waar wilskracht vooral draait om het maken van een start, gaat concentratie vooral over het volhouden van de taak. Het is heel normaal dat jouw kind zich niet een geruime tijd op een taak kan concentreren. Bovendien ligt het risico van een superdip op de loer. Zorg in plaats daarvan voor een golfbeweging, zoals weergegeven in de afbeelding hieronder. 

Hoe je dit doet? Maak gebruik van de pomodoro techniek. Laat jouw kind 20 minuten ergens aan werken, gevolgd door een pauze van 5 minuten. Na 3x herhalen van deze cyclus neemt jouw kind een langere pauze. Op deze manier benut je de concentratie optimaal en voorkom je de grote concentratiedip. 

Flow

Ken je dat gevoel dat je zo lekker bezig bent met een taak dat je de tijd vergeet? We noemen dat flow. Een flow ontstaat als de uitdaging en je vaardigheden precies met elkaar matchen. Maar ook als die match er niet is, kan je dingen doen die hier invloed op hebben. 

Is de vaardigheid te hoog en de uitdaging te laag? Dan ontstaat verveling. Om van hieruit in de flow te komen is het belangrijk om meer spanning te creëren om de hartslag omhoog te brengen. Laat je kind bijvoorbeeld naar snelle muziek luisteren of stel een deadline voor de opdracht (maak deze som in x minuten).

Is de vaardigheid te laag en de uitdaging te hoog? Dan is het tijd voor ontspanning en het omlaag brengen van de hartslag. Dit kan bijvoorbeeld door rustige muziek op te zetten en ademhalingsoefeningen te doen.

Tips voor plannen

Planning is voor veel leerlingen op de middelbare school een uitdaging. Creëer samen een overzicht om het leren behapbaar te maken voor jouw kind. Je creëert overzicht door: 

  1. To-do-lijsten maken. Maak taken kort genoeg om daar met 20 minuten klaar te zijn, zodat je de eerder genoemde pomodoro techniek kunt toepassen. Voeg werkwoorden toe aan de taken, zoals ‘wiskunde opdracht 2 en 3 maken’, om de taak nog concreter te maken. 
  2. Prioriteren: bekijk samen welke taken belangrijk en dringend, belangrijk maar niet dringend, niet belangrijk maar wel dringend, niet belangrijk en niet dringend. Maak op basis van deze inzichten een goede volgorde voor het schoolwerk. 

Kijk de kennissessie terug!

Wil je de kennissessie met tips om je kind te ondersteunen bij leren terugkijken? Laat je gegevens hieronder achter en krijg direct toegang tot de video.

nl_BENederlands (België)