Hoe gebruik je de present continuous?

Lamar

De present continuous gebruik je in het Engels om aan te geven dat iets op dit moment bezig is. Je maakt deze tijd door een vorm van ’to be’ (am, is of are) te combineren met een werkwoord dat eindigt op -ing. Bijvoorbeeld: “I am studying” (Ik ben aan het studeren).

Wanneer gebruik je de present continuous?

De present continuous wordt ook wel de ‘ing-vorm’ of ‘present progressive’ genoemd. Het is een veelgebruikte tijd in het Engels, omdat je ermee kunt aangeven wat er nu gebeurt of wat je binnenkort gaat doen. Er zijn vier belangrijke situaties waarin je de present continuous gebruikt:

1. Handelingen die nu bezig zijn

Als iets op dit moment aan de gang is, gebruik je de present continuous. Bijvoorbeeld: “I am reading a book” (Ik ben nu een boek aan het lezen) of “They are playing football” (Zij zijn aan het voetballen).

2. Tijdelijke situaties

Ook voor dingen die tijdelijk zijn, maar niet per se op dit exacte moment gebeuren, gebruik je deze tijd. Bijvoorbeeld: “She is staying with her aunt this week” (Ze logeert deze week bij haar tante). Het gaat om een situatie die niet permanent is.

3. Plannen in de nabije toekomst

Je kunt de present continuous gebruiken om aan te geven wat je binnenkort gaat doen, vooral als het al is afgesproken. Bijvoorbeeld: “We are meeting them tonight” (We spreken vanavond met hen af) of “I am visiting my grandparents this weekend” (Ik ga dit weekend naar mijn grootouders).

4. Irritaties uitdrukken

Als je iets vervelend vindt dat steeds gebeurt, gebruik je de present continuous met ‘always’. Bijvoorbeeld: “You are always losing your keys!” (Je raakt ook altijd je sleutels kwijt!) of “He is always complaining” (Hij klaagt ook altijd).

Hoe maak je de present continuous?

De opbouw is altijd hetzelfde: onderwerp + am/is/are + werkwoord-ing. Welke vorm van ’to be’ je gebruikt, hangt af van het onderwerp:

PersoonVorm van ’to be’Voorbeeld
IamI am working
You / We / TheyareThey are working
He / She / ItisShe is working

Spellingsregels bij -ing toevoegen

Als je -ing achter een werkwoord zet, moet je soms de spelling aanpassen. Let op deze drie belangrijke regels:

Werkwoorden die eindigen op -e

Als een werkwoord eindigt op een stomme -e, laat je deze weg voordat je -ing toevoegt. Bijvoorbeeld: make → making, write → writing, dance → dancing.

Korte klinker + medeklinker

Bij werkwoorden met een korte klinker gevolgd door één medeklinker, verdubbel je de laatste letter. Bijvoorbeeld: sit → sitting, run → running, stop → stopping. Let op: bij twee medeklinkers of een lange klinker doe je dit niet (help → helping, read → reading).

Werkwoorden die eindigen op -ie

Als een werkwoord eindigt op -ie, verander je dit in -y voordat je -ing toevoegt. Bijvoorbeeld: lie → lying, die → dying, tie → tying.

Signaalwoorden die je helpen

Bepaalde woorden geven aan dat je waarschijnlijk de present continuous moet gebruiken. De belangrijkste zijn:

  • now (nu)
  • at the moment (op dit moment)
  • right now (op dit moment)
  • look! (kijk!)
  • listen! (luister!)

Als je deze woorden in een zin ziet, is de kans groot dat je de present continuous nodig hebt.

Veelgemaakte fouten

Sommige werkwoorden gebruik je bijna nooit in de present continuous, ook al gebeurt iets nu. Dit zijn vooral werkwoorden die met denken, voelen of bezit te maken hebben. Voorbeelden: know (weten), like (leuk vinden), love (houden van), want (willen), need (nodig hebben), understand (begrijpen).

Je zegt dus niet “I am knowing the answer”, maar “I know the answer”. Ook al weet je het op dit moment.

Oefenen met de present continuous

Wil je deze tijd goed onder de knie krijgen? Oefen dan vooral met het herkennen van situaties waarin je de present continuous gebruikt. Maak zinnen over wat je nu aan het doen bent, of schrijf op wat je plannen zijn voor het weekend. Je kunt ook oefentoetsen maken om te checken of je de spelling goed toepast.

Let bij het oefenen vooral op het verschil tussen de present continuous en de present simple. De present simple gebruik je namelijk voor gewoontes en feiten, terwijl de present continuous gaat over wat er nu gebeurt of tijdelijk is.

Main shop CTA

Learning vocabulary and definitions on StudyGo is free for everyone. If you want to try out the other packages, there is always a 7 day free trial.