Wat zijn voorbeelden van signaalwoorden?

Ruben

Lees je een tekst en snap je niet goed hoe de zinnen met elkaar samenhangen? Dan mis je waarschijnlijk de signaalwoorden. Signaalwoorden zijn woorden die de samenhang tussen zinnen en alinea’s aangeven. Ze werken als wegwijzers in een tekst: ze laten zien hoe informatie met elkaar verbonden is en wat voor soort informatie er gaat komen. Veelgebruikte voorbeelden zijn: en, maar, want, omdat, dus, kortom, toen en daarnaast.

Hieronder vind je een overzicht van de negen belangrijkste soorten signaalwoorden, gesorteerd per tekstverband. Dit helpt je om teksten beter te begrijpen en zelf duidelijker te schrijven.

Signaalwoorden voor een opsomming

Deze signaalwoorden gebruik je om informatie achter elkaar te plaatsen of aan te vullen. Ze geven aan dat er meer van hetzelfde soort informatie volgt.

  • Ten eerste, ten tweede, ten derde
  • En
  • Ook
  • Bovendien
  • Daarnaast
  • Tevens
  • Vervolgens
  • Tot slot

Voorbeeld: “Ik moet nog huiswerk maken voor Nederlands. Daarnaast moet ik ook nog leren voor mijn wiskundetoets.”

Signaalwoorden bij een tegenstelling

Deze woorden geven aan dat er een tegenovergesteld idee of een contrast volgt. Ze laten zien dat de nieuwe informatie niet past bij wat je net las.

  • Maar
  • Echter
  • Toch
  • Hoewel
  • Daarentegen
  • Integendeel
  • In tegenstelling tot

Voorbeeld: “Ik wilde naar het feest gaan, maar ik moest nog leren voor mijn examen.”

Signaalwoorden voor oorzaak en gevolg

Deze signaalwoorden laten zien dat het ene het andere veroorzaakt. Ze leggen een verband tussen een oorzaak en wat daaruit volgt.

  • Doordat
  • Daardoor
  • Waardoor
  • Zodat
  • Hierdoor
  • Ten gevolge van

Voorbeeld: “Het regende hard, waardoor de wedstrijd werd afgelast.”

Signaalwoorden voor reden of verklaring

Deze woorden leggen uit waarom iets zo is. Ze geven een reden of argument voor een bewering.

  • Want
  • Omdat
  • Immers
  • Namelijk
  • Aangezien
  • Daarom

Voorbeeld: “Ik ging vroeg naar bed, omdat ik de volgende dag een belangrijke toets had.”

Signaalwoorden voor uitleg of voorbeeld

Deze signaalwoorden verduidelijken een eerdere bewering. Ze kondigen een voorbeeld of nadere toelichting aan.

  • Bijvoorbeeld
  • Zo
  • Zoals
  • Ter illustratie
  • Dat wil zeggen

Voorbeeld: “Er zijn veel manieren om te leren. Bijvoorbeeld kun je samenvattingen maken of oefentoetsen doen.”

Signaalwoorden voor conclusie of samenvatting

Deze woorden kondigen de afronding van een tekst of gedachte aan. Ze geven aan dat er een conclusie of samenvatting volgt.

  • Dus
  • Kortom
  • Al met al
  • Concluderend
  • Samenvattend
  • Met andere woorden
  • Hieruit volgt

Voorbeeld: “Ik heb hard geleerd en alle stof doorgenomen. Kortom, ik ben goed voorbereid op mijn examen.”

Signaalwoorden voor tijd of volgorde

Deze signaalwoorden laten zien wanneer iets gebeurt of in welke volgorde gebeurtenissen plaatsvinden.

  • Eerst
  • Toen
  • Daarna
  • Vervolgens
  • Intussen
  • Uiteindelijk
  • Tot slot

Voorbeeld:Eerst maak ik mijn huiswerk. Daarna ga ik gamen.”

Signaalwoorden voor doel en middel

Deze woorden geven aan met welk doel iets gebeurt of op welke manier iets bereikt wordt.

  • Om te
  • Opdat
  • Door middel van
  • Met de bedoeling om
  • Zodat

Voorbeeld: “Ik maak een planning, om te zorgen dat ik alles op tijd af heb.”

Signaalwoorden voor vergelijking

Deze signaalwoorden gebruik je om dingen met elkaar te vergelijken of overeenkomsten aan te geven.

  • Net als
  • Zoals
  • Evenals
  • In vergelijking met

Voorbeeld:Net als vorig jaar, heb ik dit jaar weer een hoog cijfer gehaald.”

Wat is het verschil tussen signaalwoorden en verwijswoorden?

Signaalwoorden en verwijswoorden worden vaak door elkaar gehaald, maar ze doen iets anders. Signaalwoorden laten zien hoe zinnen inhoudelijk samenhangen, denk aan een tegenstelling of een reden. Verwijswoorden verwijzen juist terug naar iets dat eerder in de tekst genoemd is, zoals “hij”, “deze” of “daarmee”.

Een voorbeeld: “Lisa haalde een negen. Dit kwam doordat ze goed geleerd had.” Hier is “dit” een verwijswoord dat terugverwijst naar “een negen”, en “doordat” is het signaalwoord dat het gevolg aan de oorzaak koppelt.

Waarom zijn signaalwoorden belangrijk?

Signaalwoorden helpen je op twee manieren. Ten eerste maken ze het makkelijker om teksten te begrijpen. Je ziet sneller hoe zinnen en alinea’s met elkaar samenhangen. Dit is vooral handig bij Dutch, maar ook bij andere vakken waar je veel moet lezen.

Ten tweede helpen signaalwoorden je om zelf betere teksten te schrijven. Door de juiste signaalwoorden te gebruiken, maak je je tekst logischer en duidelijker. Dit is belangrijk voor werkstukken, essays en examens.

Aan de slag met signaalwoorden

Wil je oefenen met het herkennen van signaalwoorden? Dan kun je oefenvragen per onderwerp maken of kijken naar vidéos d’explication die het nog eens stap voor stap uitleggen.

Wil je signaalwoorden echt onder de knie krijgen? Maak een gratis account op StudyGo en oefen met vragen over Nederlands, bekijk uitlegvideo’s of stel je vraag aan een van onze tutoren. Zo herken je signaalwoorden straks moeiteloos in elke tekst.

Start proefperiode

Start met een van onze pakketten met oefentoetsen, uitlegvideo's en online bijlessen.