Hoe weet je of je D of T moet gebruiken?

Ruben

Bijna iedereen worstelt er weleens mee: wanneer schrijf je nou d, en wanneer t? Geen zorgen, het is een kwestie van de juiste stappen leren. De d-t-dt regel is misschien wel de bekendste struikelaar van de Nederlandse taal. Maar met een paar simpele stappen schrijf jij het voortaan foutloos. Klinkt lastiger dan het is. Als je de truc eenmaal snapt, maak je die fout nooit meer.

De d-t-dt regel in drie stappen

De d-t-dt regel bestaat uit drie onderdelen: de tegenwoordige tijd, het voltooid deelwoord en een handige truc om te controleren of je het goed hebt gedaan. We leggen ze stuk voor stuk uit.

Stap 1: d of t in de tegenwoordige tijd

Voor de tegenwoordige tijd begin je altijd met de stam van het werkwoord. Die vind je door -en van het hele werkwoord af te halen. Bij ‘lopen’ wordt dat ‘loop’, bij ‘worden’ wordt dat ‘word’.

Ik-vorm

Bij de ik-vorm schrijf je alleen de stam. Bijvoorbeeld: ik loop, ik word, ik maak.

Jij/u-vorm

Als ‘jij’ of ‘u’ achter het werkwoord staat, schrijf je ook alleen de stam. Bijvoorbeeld: loop jij, word je, maak je. Let op: staat ‘jij’ of ‘u’ vóór het werkwoord? Dan voeg je een -t toe: jij loopt, u wordt.

Hij/zij/het-vorm

Bij hij, zij of het voeg je altijd een -t toe aan de stam. Bijvoorbeeld: hij loopt, zij wordt, het maakt.

Let op: eindigt de stam al op een -d?

Als de stam al eindigt op een -d, dan komt daar nog een -t achter. Dat geeft -dt. Bijvoorbeeld: hij wordt (stam: word), zij vindt (stam: vind). Dit is vaak een struikelblok, maar onthoud: de -t komt er altijd bij in de hij/zij/het-vorm.

Stap 2: d of t in het voltooid deelwoord

Het voltooid deelwoord gebruik je in zinnen als ‘ik heb gelopen’ of ‘zij is gemaakt’. Deze woorden beginnen vaak met ge-, be- of ver-. Of je een -d of -t schrijft aan het einde, hangt af van de laatste letter van de stam.

’t Kofschip

Kijk naar de laatste letter van de stam. Staat deze letter in ’t kofschip? Dan eindigt het voltooid deelwoord op een -t. Bijvoorbeeld: gemaakt (stam: maak → eindigt op k, zit in ’t kofschip), gewerkt (stam: werk → eindigt op k), gefixt (stam: fix → eindigt op x… wacht, die zit er niet in). Staat de laatste letter er niet in? Dan eindigt het op -d. Bijvoorbeeld: geleefd (stam: leef → eindigt op f, zit er wél in… nee, wacht).

Staat de laatste letter niet in ’t kofschip? Dan eindigt het voltooid deelwoord op een -d. Bijvoorbeeld: geleefd (stam: leef), gehoord (stam: hoor).

Stap 3: De lopen-truc om te controleren

Twijfel je nog steeds? Gebruik dan de ‘lopen’-truc. Vervang het werkwoord in je zin door ‘lopen’ en luister goed. Zeg je ‘hij loopt’ met een -t? Dan schrijf je jouw werkwoord ook met een -t of -dt. Zeg je ‘hij heeft gelopen’ met een -t? Dan eindigt jouw voltooid deelwoord ook op een -t.

Deze truc werkt bijna altijd, omdat ‘lopen’ een werkwoord is dat iedereen goed kent. Het helpt je om te horen of je een -d of -t nodig hebt.

Veelgemaakte fouten met de d-t-dt regel

Dit zijn de fouten die leerlingen het vaakst maken:

  • “Hij word” vs “hij wordt”: De stam van ‘worden’ is ‘word’. Bij hij/zij/het voeg je altijd een -t toe: hij wordt.
  • “Veranderd” vs “verandert”: ‘Jij verandert’ (tegenwoordige tijd, -t erbij), maar ‘hij is veranderd’ (voltooid deelwoord, stam ‘verander’ eindigt op -r, niet in ’t kofschip, dus -d).
  • “Gewerkt” vs “gewerkd”: De stam van ‘werken’ is ‘werk’, die eindigt op -k. Dat zit in ’t kofschip, dus: gewerkt.
  • “Loop jij” vs “loopt jij”: Staat ‘jij’ ná het werkwoord? Dan geen -t: loop jij. Staat ‘jij’ ervóór? Dan wel: jij loopt.

    Voorbeelden om mee te oefenen

    Hieronder zie je per werkwoord hoe de vormen eruitzien:

    • Worden: ik word, jij wordt, hij wordt, het is geworden
    • Maken: ik maak, jij maakt, zij maakt, het is gemaakt
    • Horen: ik hoor, jij hoort, hij hoort, het is gehoord
    • Vinden: ik vind, jij vindt, zij vindt, het is gevonden

    Nu je de theorie kent, is het tijd om te oefenen. Op StudyGo vind je oefenvragen per onderwerp en uitlegvideo’s over de d-t-dt regel, zodat je het echt inslaat. Je kunt ook oefenen met Nederlands om deze regel helemaal onder de knie te krijgen.

    Loop je ergens tegenaan of wil je zien hoe anderen deze regel toepassen? Bekijk de vraag in ons forum en lees mee met andere leerlingen. Nog geen account? Maak gratis een account aan en oefen meteen verder.

    Start proefperiode

    Start met een van onze pakketten met oefentoetsen, uitlegvideo's en online bijlessen.