
De stelling van Pythagoras: Wat is het en hoe gebruik je het?
De stelling van Pythagoras komt op iedereen zijn pad! Lukt het je al om deze handige formule goed te gebruiken? Op deze pagina vind je alles wat je moet weten over de stelling van Pythagoras en leer je wat er allemaal mee kunt in het echte leven!
Wie was Pythagoras?
Pythagoras was een Griekse wiskundige en filosoof die ongeveer 2.500 jaar geleden leefde. Hij hield zich bezig met allerlei ideeën over getallen, muziek en het heelal. Hij was een groot denker én een van de grootste wiskundige breinen van de oudheid! Hij is vooral beroemd door de naar hem vernoemde stelling van Pythagoras, die stelt dat in een rechthoekige driehoek de som van de kwadraten van de rechthoekszijden gelijk is aan het kwadraat van de schuine zijde: a² + b² = c². Zonder Pythagoras zou wiskunde er heel anders uitzien. Zijn ideeën worden nog steeds elke dag gebruikt; in bouwkunde, techniek, games, gps en nog veel meer.
De stelling is van toepassing op een rechthoekige driehoek.
De stelling van Pythagoras is van toepassing op rechthoekige driehoeken — dat zijn driehoeken waarin één van de hoeken precies 90 graden is.
In een driehoek met een rechte hoek geldt:
De lengte van de schuine zijde in het kwadraat = de som van de kwadraten van de twee andere zijden.
Oftewel: a² + b² = c²
Dat klinkt ingewikkeld, maar het helpt je bijvoorbeeld om de kortste afstand tussen twee punten te berekenen. Denk aan het lopen dwars door een park in plaats van eerst recht vooruit en dan links. Dat bespaart je een hoop tijd! Door het toepassen van de stelling van Pythagoras wonen we bijvoorbeeld ook in huizen met muren die perfect haaks op elkaar staan en zien de games die je speelt er verbazingwekkend goed uit in 3D.
De formule van Pythagoras
De stelling van Pythagoras zegt:
a² + b² = c²
Dat betekent: a en b zijn de korte zijden van een rechthoekige driehoek (de zijden die de rechte hoek vormen: de rechthoekszijden).
c is de lange schuine zijde (de zijde tegenover de rechte hoek, ook wel de hypotenusa genoemd).
Het ² betekent in het kwadraat, dus je vermenigvuldigt het getal met zichzelf.
Bijvoorbeeld
Stel:
zijde a = 3
zijde b = 4
Dan is:
a² + b² = c²
→ 3² + 4² = c²
→ 9 + 16 = c²
→ 25 = c²
Dan is c = √25 = 5
De schuine zijde is dus 5 eenheden lang.
Let op! De stelling van Pythagoras is alleen van toepassing op rechthoekige driehoeken.
Als je twee zijden weet, kun je de derde berekenen
Je kunt de stelling van Pythagoras gebruiken als je twee zijden weet van een rechthoekige driehoek, omdat je met die informatie de derde zijde kunt uitrekenen. Dat werkt omdat de stelling een vaste wiskundige relatie geeft tussen de drie zijden:
a² + b² = c²
De formule verbindt de twee korte zijden (a en b) met de schuine zijde (c). Dus:
– Als je a en b weet, kun je c uitrekenen met: → c = √(a² + b²);
– Als je c en a weet, kun je b uitrekenen met: → b = √(c² − a²);
– Als je b en c weet, dan kun je a uitrekenen met: → a = √(b² − c²).
Voorbeeld 1 – Schuine zijde berekenen (c)
Reken de schuine zijde uit.
Je weet:
a = 6
b = 8
Dan:
c² = 6² + 8² = 36 + 64 = 100
→ c = √100 = 10
Voorbeeld 2 – Rechthoekszijde berekenen (a of b)
Reken de korte zijde uit.
Je weet:
c = 13
a = 5
Dan:
b² = c² − a² = 169 − 25 = 144
→ b = √144 = 12
Wanneer gebruik je de stelling van Pythagoras?
Stel je voor: je staat in de tuin en je wilt een ladder tegen de muur zetten om iets van het dak te pakken. De muur is precies 3 meter hoog, en je wilt de ladder op een veilige manier zo’n 4 meter van de muur af neerzetten. Maar… hoe lang moet die ladder dan zijn?
Dat is precies een situatie waarin de stelling van Pythagoras goed van pas komt.
De stelling van Pythagoras is een wiskundige regel die je helpt bij het berekenen van afstanden in een rechthoekige driehoek — een driehoek waarin één van de hoeken een rechte hoek (90 graden) is. Denk aan die ladder, de muur, en de grond: samen vormen ze zo’n driehoek. De muur en de grond staan haaks op elkaar, en de ladder vormt de schuine zijde.
Volgens Pythagoras geldt in zo’n driehoek:
a² + b² = c²
waarbij a en b de korte zijden zijn (de muur en de afstand op de grond), en c de schuine zijde (de ladder).
Je gebruikt deze stelling dus wanneer je een rechthoekige driehoek hebt en twee van de drie zijden kent. Dan kun je de derde berekenen. In het voorbeeld: je weet hoe hoog de muur is en hoe ver de ladder van de muur komt te staan — dus kun je uitrekenen hoe lang de ladder moet zijn.
De stelling van Pythagoras in het echte leven
Misschien denk je: ‘Leuk, die wiskundige formule met a² + b² = c² en handig dat ik weet wat de lengte van een ladder moet zijn om veilig naar boven te klimmen, maar wat heb ik er nog meer aan in het echte leven?’. Best veel! De stelling van Pythagoras komt namelijk in superveel beroepen en situaties voor. Een aantal voorbeelden:
Bouw en klussen
Stel je bent een huis aan het bouwen of een schuur aan het timmeren. Je wilt weten hoe lang een schuine balk voor een afdak moet worden, zodat het veilig is en niet in zal storten. Met de stelling van Pythagoras kun je dat makkelijk uitrekenen!
Navigatie en reizen
Als je met de auto, het vliegtuig of zelfs met een drone ergens naartoe moet, wil je vaak de kortste route. Die is niet altijd via de wegen of bochten, maar gewoon ‘recht erdoorheen’ — hemelsbreed. De stelling van Pythagoras helpt je de afstand te berekenen tussen twee punten op een kaart.
Games en technologie
In games moet je soms weten hoe ver je bent van iets — een vijand, een power-up, een doelwit. De computer gebruikt Pythagoras om die afstand supersnel te berekenen.
Ook in 3D-graphics en animaties wordt deze wiskunde constant gebruikt.
Medische technologie
In ziekenhuizen gebruiken ze scans (zoals MRI of CT) om in je lichaam te kijken. Ze willen weten hoe groot of ver iets zit binnenin je lichaam. De stelling van Pythagoras biedt hier ook weer ondersteuning!
Robots en magazijnen
In grote magazijnen rijden er vaak robots rond die spullen ophalen en wegbrengen. Ze moeten de kortste route weten. Met Pythagoras kan zo’n robot uitrekenen hoe snel hij van A naar B komt.
Sport
Soms wil je op een voetbalveld weten hoe lang de diagonaal van het veld is (van hoek naar hoek), of hoe ver een speler schuin heeft gelopen. Ook dat kun je uitrekenen met Pythagoras.
De stelling van Pythagoras is dus niet alleen iets uit je wiskundeboek. Het is een slimme truc om afstanden te berekenen als je een hoek van 90 graden hebt. En of je nu later iets met techniek, games, bouwen, reizen of sport gaat doen – de formule komt vaker teruxsg in je eigen leven dan je denkt!
Veelgemaakte fouten
De stelling van Pythagoras is een superhandig hulpmiddel om afstanden te berekenen in een rechthoekige driehoek. Maar… er gaat nog weleens wat mis. Zeker als je niet goed oplet, kun je fouten maken waardoor je antwoord niet klopt — zelfs als je netjes hebt gerekend. Hieronder lees je de meest voorkomende fouten én hoe je ze kunt voorkomen.
1. De verkeerde zijde als ‘c’ gebruiken
In de stelling a² + b² = c² staat de c voor de langste zijde van de driehoek: de schuine zijde of hypotenusa. Dit is altijd de zijde die tegenover de rechte hoek ligt.
Wat vaak fout gaat, is dat mensen zomaar één van de drie zijden als ‘c’ kiezen, terwijl het niet de langste is. Als je dat doet, kloppen je berekeningen niet meer.
Tip: Kijk goed naar de driehoek. Zoek de rechte hoek, en kijk welke zijde daar tegenover ligt — dát is de schuine zijde, en dus de ‘c’ in de formule.
2. De stelling gebruiken bij een driehoek die géén rechte hoek heeft
De stelling van Pythagoras werkt alleen bij driehoeken met een rechte hoek (90 graden). Gebruik je hem bij een willekeurige driehoek zonder rechte hoek? Dan krijg je een fout antwoord. Sommige mensen passen de formule automatisch toe op elke driehoek, maar dat is niet de bedoeling.
Tip: Controleer altijd eerst of je echt met een rechthoekige driehoek te maken hebt. Geen rechte hoek = geen Pythagoras!
3. De wortel nemen van een negatief getal
Bij het berekenen van een van de korte zijden (a of b), moet je soms iets aftrekken: c² – b² = a². Als je per ongeluk een grotere waarde van een kleinere aftrekt, krijg je een negatief getal.
De vierkantswortel van een negatief getal bestaat niet in de gewone wiskunde (tenzij je met complexe getallen werkt, maar dat is niet nodig op dit niveau).
Tip: Denk logisch na: een korte zijde kan nooit langer zijn dan de schuine zijde. Controleer je getallen voor je de wortel neemt.
4. Vergeten om de uitkomst af te ronden of de eenheid toe te voegen
Je hebt alles goed berekend en komt uit op bijvoorbeeld √50. Maar als je het antwoord zo laat staan, weet niemand hoeveel dat ongeveer is. Of je schrijft gewoon 7,1 zonder te zeggen of het meters, centimeters of iets anders is. Dat maakt het onduidelijk! Je weet zo namelijk niet of het antwoord klopt en je weet niet wat de uitkomst nu eigenlijk betekent.
Tip: Rond je antwoord netjes af (bijvoorbeeld op één decimaal), en zet altijd de juiste eenheid erbij: meter, centimeter, kilometer, enzovoort. Zo laat je zien dat je snapt waar je mee rekent.
Oefenen met Pythagoras
Opgave 1:
Een rechthoekige driehoek heeft zijden van 3 cm en 4 cm. Bereken de lengte van de schuine zijde.
Tip: gebruik a² + b² = c²
Opgave 2:
Een ladder staat tegen een muur. De ladder raakt de grond op 2 meter afstand van de muur. De muur is 5 meter hoog. Hoe lang is de ladder?
Opgave 3:
Een televisie heeft een breedte van 80 cm en een hoogte van 45 cm. Wat is de diagonaal van het scherm?
Opgave 4:
De schuine zijde van een rechthoekige driehoek is 10 cm en één van de rechthoekszijden is 6 cm. Bereken de lengte van de andere rechthoekszijde.
Opgave 5:
Een drone vliegt hemelsbreed 13 km van punt A naar punt B. De afstand tussen A en B in oost-west richting is 5 km. Hoeveel kilometer is de afstand in noord-zuid richting?
Opgave 6:
Een schilder gebruikt een ladder van 5 meter. Hij plaatst de ladder tegen de muur zodat het hoogste punt 4 meter hoog is. Hoe ver staat de ladder van de muur af?
Opgave 7:
Bereken de lengte van de schuine zijde in een driehoek met rechthoekszijden van 7 cm en 24 cm.
Opgave 8:
In een rechthoekige driehoek is de schuine zijde 17 cm en één van de rechthoekszijden 8 cm. Hoe lang is de andere zijde?
Opgave 9:
Een vlaggenmast van 12 meter wordt gestabiliseerd met een touw dat vastzit op de grond, 5 meter van de voet van de mast. Hoe lang moet het touw zijn?
Opgave 10:
Twee punten liggen 9 meter uit elkaar op een plattegrond. Het ene punt ligt 6 meter oostelijk en het andere 6 meter noordelijk van een derde punt. Hoe groot is de afstand tussen die twee punten hemelsbreed?
Opgave 11:
Een skiër glijdt van een helling die 20 meter lang is. De hoogte van de berg is 12 meter. Hoe ver komt de skiër horizontaal (op de grond) vanaf het startpunt?
Oefenen: de antwoorden & uitleg
Opgave 1
Gegeven: a = 3 cm, b = 4 cm
Formule: a² + b² = c²
→ 3² + 4² = c²
→ 9 + 16 = 25
→ √25 = 5 cm
Opgave 2
Gegeven: muur = 5 m, afstand tot muur = 2 m
→ 2² + 5² = c²
→ 4 + 25 = 29
→ √29 ≈ 5,4 m (afgerond op 1 decimaal)
Opgave 3
Gegeven: breedte = 80 cm, hoogte = 45 cm
→ 80² + 45² = c²
→ 6400 + 2025 = 8425
→ √8425 ≈ 91,8 cm
Opgave 4
Gegeven: c = 10 cm, a = 6 cm
→ b² = c² – a²
→ b² = 100 – 36 = 64
→ √64 = 8 cm
Opgave 5
Gegeven: schuine afstand = 13 km, ene zijde = 5 km
→ b² = 13² – 5² = 169 – 25 = 144
→ √144 = 12 km
Opgave 6
Gegeven: ladder = 5 m, hoogte = 4 m
→ x² = 5² – 4² = 25 – 16 = 9
→ √9 = 3 m
Opgave 7
Gegeven: a = 7, b = 24
→ 7² + 24² = c²
→ 49 + 576 = 625
→ √625 = 25 cm
Opgave 8
Gegeven: c = 17 cm, a = 8 cm
→ b² = 17² – 8² = 289 – 64 = 225
→ √225 = 15 cm
Opgave 9
Mast = 12 m, touw komt 5 m verder op de grond
→ 12² + 5² = c² = 144 + 25 = 169
→ √169 = 13 m touw nodig
Opgave 10
Ene punt ligt 6 m oost, andere 6 m noord → vormt rechthoekige driehoek
→ 6² + 6² = c² = 36 + 36 = 72
→ √72 ≈ 8,5 m
Opgave 11
Helling = 20 m, hoogte = 12 m
→ x² = 20² – 12² = 400 – 144 = 256
→ √256 = 16 m (horizontale afstand)
Een formule die geldt voor rechthoekige driehoeken: a² + b² = c²
Als je in een rechthoekige driehoek twee zijden weet en de derde wilt berekenen.
-Als je a en b weet, kun je c uitrekenen met: → c = √(a² + b²)
-Als je c en a weet, kun je b uitrekenen met: → b = √(c² − a²)
-Als je b en c weet, dan kun je a uitrekenen met: → a = √(b² − c²)
De langste zijde tegenover de rechte hoek in een rechthoekige driehoek.