Nieuw onderzoek laat zien: leerlingen leren écht met StudyGo
Daan Smith
Je kind oefent online voor een toets. Maar als ouder wil je natuurlijk vooral één ding weten: werkt dat online oefenen op StudyGo ook echt?
Nieuw wetenschappelijk onderzoek naar StudyGo laat zien van wel. Leerlingen worden al tijdens het oefenen beter in wat ze doen. En dat is goed nieuws, want juist die korte oefenmomenten passen vaak het beste in een drukke schoolweek.
Wat is er onderzocht?
In samenwerking met de Universiteit Utrecht is er gekeken naar gewone oefensessies op StudyGo. Dus niet naar een speciale test in een lab, maar naar hoe leerlingen StudyGo normaal gebruiken; thuis of op school.
De onderzoekers bekeken meer dan 53.000 antwoorden van ruim 6.300 middelbare scholieren. Daarbij werd op een slimme manier gekeken of leerlingen dezelfde soort vragen aan het einde van een oefenset beter maakten dan aan het begin.
Wat kwam er uit het onderzoek?
Leerlingen maakten aan het einde van een oefenset minder fouten dan aan het begin.
Het verschil was ongeveer 3 procentpunt. Dat lijkt misschien geen enorme sprong. Maar bij leren gaat het vaak juist om kleine stappen. Het gaat namelijk om korte oefensessies, vaak dus al tastbare resultaten na het oefenen met maar een paar vragen.
Waarom is dit fijn om te weten?
Veel middelbare scholieren moeten steeds zelfstandiger leren. Dat is niet altijd makkelijk. Want hoe weet je of je kind goed oefent? En of die tien of vijftien minuten achter de laptop echt iets opleveren?
Dit onderzoek laat zien dat korte, gerichte oefenmomenten op StudyGo kunnen helpen. Niet door harder of langer te leren, maar door slimmer te oefenen.
Gedeeld op een wetenschappelijk congres
Het onderzoek naar StudyGo is gepubliceerd op een internationaal wetenschappelijk congres over leren, data en onderwijs. Dit jaar vond het congres plaats in Bergen, Noorwegen.
Dat betekent: de werking van StudyGo wordt niet alleen door onszelf onderzocht, maar ook gedeeld met wetenschappers en onderwijsprofessionals van over de hele wereld. Ook was dit onderzoek speciaal gericht op een goede samenwerking tussen de wetenschap en de praktijk. Iets wat heel goed past bij StudyGo.
We blijven onderzoeken wat werkt
StudyGo doet al langer onderzoek naar hoe leerlingen beter leren. Eerder schreven we bijvoorbeeld een blog over de overhoormethode Leren, waarin actief oefenen en slim herhalen centraal staan.
Dit nieuwe onderzoek breidt het bewijs verder uit, en laat opnieuw zien wat voor leerlingen, docenten en ouders het belangrijkst is: oefenen met StudyGo helpt leerlingen echt vooruit.
Want uiteindelijk draait leren niet om zoveel mogelijk oefenen. Het draait om effectief en efficiënt leren. En daar helpt StudyGo leerlingen stap voor stap bij.
Het invoeren van breuken op je rekenmachine hangt af van het type rekenmachine dat je gebruikt. De meeste wetenschappelijke rekenmachines hebben een speciale breukentoets, maar de precieze manier van werken verschilt per merk en model. Hieronder leggen we de meest voorkomende methodes uit.
Breuken invoeren op wetenschappelijke rekenmachines
De meeste wetenschappelijke rekenmachines, zoals die van Casio en Texas Instruments (TI), hebben een speciale toets voor breuken. Deze toets herken je vaak aan het symbool ab/c ou n/d.
Casio rekenmachines (fx-82MS en fx-82EX)
Bij Casio-modellen zoek je naar de toets met het symbool ab/c. Soms zie je ook een icoon dat lijkt op twee rechthoeken boven elkaar (één wit, één zwart). Zo werkt het:
Druk op de breukentoets
Typ de teller (het bovenste getal)
Druk op de pijltjestoets naar beneden of rechts om naar de noemer te gaan
Typ de noemer (het onderste getal)
Texas Instruments rekenmachines (TI-30 serie)
Bij TI-rekenmachines gebruik je de toets A b/c ou n/d. Het principe is hetzelfde als bij Casio: je typt eerst de teller, navigeert met de pijltjestoetsen naar de noemer, en voert die in.
Breuken op grafische rekenmachines
Moderne grafische rekenmachines, zoals de TI-84 Plus CE-T, werken met visuele sjablonen. Dit maakt het invoeren van breuken nog overzichtelijker:
Druk op de groene ALPHA-knop
Druk daarna op de Y= knop (dit is F1)
Kies de eerste optie: n/d voor een gewone breuk
Gebruik de pijltjestoetsen om tussen teller en noemer te bewegen
Je ziet nu een breuksjabloon op je scherm waarin je de getallen kunt invullen. Dit voorkomt typfouten en maakt je berekeningen overzichtelijker.
Geen breukentoets? Gebruik de deeltoets
Heb je een eenvoudige rekenmachine of smartphone-app zonder speciale breukentoets? Dan kun je gewoon de deeltoets gebruiken. Een breuk is namelijk eigenlijk een deling.
Bijvoorbeeld: voor de breuk ⁵⁄₇ typ je 5 ÷ 7. Je rekenmachine rekent dit uit als een decimaal getal (0,714…).
Belangrijk: Gebruik haakjes als de breuk onderdeel is van een grotere som. Typ bijvoorbeeld (5 ÷ 7) + 3 in plaats van 5 ÷ 7 + 3. Zonder haakjes kan je rekenmachine de som in de verkeerde volgorde uitrekenen.
Handige extra functies voor breuken
Van breuk naar decimaal (en andersom)
Op veel Casio-rekenmachines vind je de toets S⇔D. Hiermee schakel je tussen een breuk en een decimaal getal. Handig als je wilt controleren of je antwoord klopt, of als je een decimaal getal juist als breuk wilt zien.
Hele getallen uit breuken halen
Sommige breuken zijn groter dan 1, zoals ⁷⁄₃. Je kunt dit ook schrijven als een gemengd getal: 2⅓. Op veel rekenmachines schakel je hiertussen met de combinatie SHIFT + breukentoets. Dit helpt bij het vereenvoudigen van je antwoorden.
Tips voor het werken met breuken
Controleer altijd of je rekenmachine in de juiste modus staat (vaak staat dit in je scherm als ‘MATH’ of ‘MathIO’)
Oefen eerst met eenvoudige breuken zoals ½ of ¼ om te wennen aan de toetsen
Gebruik de handleiding van je rekenmachine als je er niet uitkomt – deze vind je vaak ook online
Let op de volgorde van bewerkingen: breuken worden vaak eerst uitgerekend voordat er andere bewerkingen plaatsvinden. Gebruik haakjes als een breuk onderdeel is van een grotere som.
Wil je meer oefenen met breuken? Dan kun je bij StudyGo terecht voor uitlegvideo’s en oefentoetsen die je helpen om breuken beter te begrijpen. Zo word je steeds handiger in het werken met je rekenmachine.
Welke rekenmachine heb jij?
De exacte stappen kunnen per model verschillen. Kijk op de toetsen van je rekenmachine naar symbolen zoals ab/c, n/d of een breukicoon. Staat er niets op? Check dan de handleiding of zoek online naar “[jouw model] breuken invoeren”. De meeste fabrikanten hebben instructievideo’s beschikbaar.
Hoe kan ik woordjes oefenen?
Daan Smith
Woordjes oefenen doe je het meest effectief door regelmatig korte sessies in te plannen in plaats van één keer lang te blokken. Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat actieve herhaling en gespreide herhaling het beste werken: je hersenen onthouden informatie beter als je het vaker herhaalt met tussenpozen. Gelukkig zijn er verschillende manieren om dit te doen, van digitale tools tot klassieke methodes zoals flashcards.
Digitale tools voor woordjes oefenen
Met digitale platforms kun je gemakkelijk woordenlijsten invoeren en jezelf overhoren. Het voordeel is dat deze tools vaak automatisch bijhouden welke woorden je al kent en welke je nog moet herhalen. Zo oefen je efficiënter en besteed je meer tijd aan de woorden die je lastig vindt.
Bij StudyGo kun je bijvoorbeeld Praticando inglês door lijsten te maken en jezelf te overhoren met verschillende oefenmodi. Het systeem houdt bij welke woorden je al beheerst en welke extra aandacht nodig hebben.
Klassieke methodes die werken
Naast digitale tools zijn er ook bewezen klassieke methodes die goed werken. Deze vragen vaak iets meer voorbereiding, maar zijn net zo effectief:
Flashcards maken: Schrijf het woord aan de ene kant van een kaartje en de vertaling aan de andere kant. Leg de woordjes die je al kent op een aparte stapel, zodat je je kunt focussen op de moeilijke woorden.
De flapmethode: Dek één kolom van je woordenlijst af met een blaadje en probeer de vertalingen hardop te zeggen of op te schrijven. Schuif het blaadje steeds verder op.
Ezelsbruggetjes gebruiken: Koppel een vreemd woord aan een beeld of een Nederlands woord dat erop lijkt. Bijvoorbeeld: het Engelse woord ‘island’ (eiland) kun je onthouden door te denken aan ‘ice land’ – een koud eiland.
Tips om woorden beter te onthouden
Hoe je woordjes oefent, maakt verschil voor hoeveel je onthoudt. Deze tips helpen je om woorden sneller in je langetermijngeheugen op te slaan:
Spreek woorden hardop uit: Door woorden hardop te zeggen, onthoud je ze sneller dan wanneer je ze alleen in je hoofd leest. Je gebruikt dan namelijk meerdere zintuigen tegelijk.
Schrijf woorden op: Het fysiek opschrijven van woorden versterkt de verbinding in je hersenen meer dan alleen typen. Probeer nieuwe woorden een paar keer over te schrijven.
Oefen in korte sessies: Liever drie keer per week tien minuten oefenen dan één keer dertig minuten. Je hersenen hebben tijd nodig om informatie te verwerken.
Test jezelf actief: Lees niet alleen je lijst door, maar probeer actief de vertalingen op te halen uit je geheugen. Dit versterkt je herinnering veel beter.
Maak een oefenschema
Een vast oefenschema helpt je om consistent te blijven. Plan bijvoorbeeld elke maandag, woensdag en vrijdag tien minuten in om woordjes te herhalen. Begin met nieuwe woorden en herhaal daarna de woorden van vorige week. Na een week kun je de woorden die je goed kent minder vaak herhalen en je focussen op de lastige woorden.
Wil je meer structuur in je leerproces? Op StudyGo vind je naast woordjes oefeningen ook samenvattingen en uitlegvideo’s die je helpen om je schoolwerk beter te begrijpen.
Welke methode past bij jou?
Iedereen leert anders. Sommige leerlingen vinden digitale tools fijner omdat ze overal kunnen oefenen op hun telefoon. Anderen onthouden woorden beter door ze op papier te schrijven. Probeer verschillende methodes uit en kijk wat voor jou het beste werkt. Het belangrijkste is dat je regelmatig oefent en niet alles in één keer probeert te leren.
Hoe kun je het beste Engelse woordjes leren?
Daan Smith
Engelse woordjes leer je het beste door een slimme combinatie van regelmatig herhalen en de woorden actief te gebruiken. In plaats van urenlang stampen vlak voor een toets, werkt het veel beter om woorden op vaste momenten te herhalen en ze meteen in zinnen toe te passen.
Hieronder vind je de meest effectieve methodes en praktische tips die je direct kunt gebruiken.
3 effectieve methodes om Engels te leren
Gespreide herhaling
In plaats van alle woorden in één keer te stampen, herhaal je ze op slimme momenten: direct na het leren, na een dag, na een week en na een maand. Door deze spreiding onthoud je woorden veel langer. Je kunt dit zelf bijhouden in een schrift, of je gebruikt een tool die dit automatisch voor je regelt, zoals de woordjestrainer van StudyGo.
Leren in context
Leer geen losse woordjes uit een rijtje, maar hele zinnen. Door een woord te koppelen aan een situatie of een grappig beeld in je hoofd, blijft het veel beter hangen. Bijvoorbeeld: in plaats van alleen “embarrassed” te leren, onthoud je de zin “I was so embarrassed when I tripped in front of the class.”
Zintuiglijke koppeling
Gebruik zoveel mogelijk zintuigen bij het leren. Schrijf woorden met de hand op, spreek ze hardop uit en koppel ze aan een plaatje of situatie. Fysiek schrijven helpt je brein om informatie beter op te slaan dan alleen maar lezen of typen.
Praktische tips voor elke dag
Dompel jezelf onder in het Engels
Verander de taal van je telefoon naar het Engels of lees artikelen over onderwerpen die je interesseren. Zo kom je vanzelf nieuwe woorden tegen in een natuurlijke context. Je kunt bijvoorbeeld Engelse nieuwssites lezen of Engelstalige YouTube-kanalen volgen over je hobby’s.
Leer in kleine stukjes
Het is veel effectiever om elke dag 10 nieuwe woorden te leren dan 100 woorden in één keer vlak voor een toets. Je brein heeft tijd nodig om informatie te verwerken. Door dagelijks een klein beetje te doen, bouw je een stevige basis op zonder dat het overweldigend wordt.
Gebruik entertainment als leermiddel
Kijk series met Engelse ondertiteling of luister naar Engelse podcasts. Zo leer je niet alleen nieuwe woorden, maar ook hoe je ze uitspreekt en in welke situaties je ze gebruikt. Begin met ondertiteling in het Nederlands, en schakel later over naar Engelse ondertitels.
Maak ezelsbruggetjes
Voor lastige woorden kun je een grappige link bedenken met een Nederlands woord dat erop lijkt. Bijvoorbeeld: “island” (eiland) lijkt op “IJsland” – stel je een eiland van ijs voor. Hoe gekker het beeld, hoe beter je het onthoudt.
Hoe vaak moet je herhalen?
Voor de beste resultaten herhaal je nieuwe woorden volgens dit schema:
Direct na het leren
Na 1 dag
Na 3 dagen
Na 1 week
Na 1 maand
Dit ritme zorgt ervoor dat woorden van je kortetermijngeheugen naar je langetermijngeheugen gaan. Na een maand zitten de meeste woorden stevig in je hoofd.
Fouten maken hoort erbij
Veel scholieren zijn bang om fouten te maken bij het spreken of schrijven van Engels. Maar juist door fouten te maken leer je het beste. Probeer Engelse woorden actief te gebruiken in gesprekken, ook al voel je je onzeker. Hoe vaker je een woord gebruikt, hoe natuurlijker het wordt.
Wil je direct beginnen met oefenen? Dan kun je bij StudyGo terecht voor oefentoetsen en uitlegvideo’s die je helpen om Engels beter te begrijpen en toe te passen.
Hoe maak ik zelf flashcards?
Daan Smith
Flashcards maken is eenvoudiger dan je denkt. Het belangrijkste principe: zet een vraag of begrip op de voorkant en het antwoord of de definitie op de achterkant. Je kunt flashcards zowel op papier als digitaal maken, en beide manieren hebben hun voordelen.
Flashcards maken op papier
Zelf schrijven heeft een groot voordeel: je hersenen slaan de stof beter op doordat je actief bezig bent met het materiaal. Zo pak je het aan:
Kies stevig papier: Dit voorkomt dat je het antwoord aan de achterkant door het kaartje heen ziet. Kartonnen kaartjes of indexkaarten werken het beste.
Werk met kleurcodes: Gebruik verschillende kleuren voor verschillende vakken of moeilijkheidsniveaus. Bijvoorbeeld: groen voor makkelijke kaartjes, oranje voor gemiddeld en rood voor lastige begrippen.
Houd het kort en krachtig: Zet per kaartje maar één specifiek concept. Gebruik opsommingstekens en vermijd lange zinnen.
Voeg visuals toe: Kleine tekeningen, symbolen of pijltjes helpen je om ezelsbruggetjes te maken en de stof beter te onthouden.
Een voorbeeld: voor geschiedenis kun je op de voorkant schrijven “Wanneer begon de Tachtigjarige Oorlog?” en op de achterkant “1568”. Simpel en effectief.
Digitale flashcards maken
Leer je liever op je telefoon of laptop? Dan zijn digitale flitskaarten een handige optie. Je kunt ze overal meenemen en ze gaan nooit verloren.
Bij StudyGo kun je bijvoorbeeld online flashcards maken voor al je vakken. Het voordeel van digitale kaartjes is dat je ze makkelijk kunt aanpassen, delen met klasgenoten en altijd bij de hand hebt.
Voordelen van digitale flashcards
Je kunt ze overal gebruiken, ook in de bus of trein
Ze zijn makkelijk aan te passen als je een fout ontdekt
Je kunt afbeeldingen en kleuren toevoegen zonder gedoe
Sommige tools onthouden welke kaartjes je lastig vindt en laten die vaker zien
Tips voor effectief leren met flashcards
Het maken van flashcards is één ding, maar hoe gebruik je ze slim? Deze tips helpen je om er het maximale uit te halen:
Zeg de antwoorden hardop: Door uit te spreken activeer je meer hersengebieden, waardoor je de stof beter onthoudt.
Oefen beide kanten op: Leer niet alleen van vraag naar antwoord. Draai de stapel ook eens om en probeer van antwoord naar vraag te werken.
Wissel onderwerpen af: Mix kaartjes van verschillende onderwerpen door elkaar. Dit heet interleaving en zorgt ervoor dat je hersenen sneller kunnen schakelen tussen verschillende soorten informatie.
Herhaal regelmatig: Plan vaste momenten in om je flashcards door te nemen. Korte sessies van 15-20 minuten werken beter dan één lange marathon.
Wat zet je op een flashcard?
Niet alle informatie leent zich even goed voor flashcards. Ze werken het beste voor:
Woordjes en vertalingen (bijvoorbeeld voor Engels, Frans of Duits)
Definities en begrippen (handig voor biologie, scheikunde of aardrijkskunde)
Data en gebeurtenissen (perfect voor geschiedenis)
Formules en regels (wiskunde, natuurkunde)
Hoofdsteden, rivieren en andere feitjes
Voor complexere stof waarbij je verbanden moet begrijpen, kun je flashcards combineren met andere leermethoden zoals samenvattingen maken of oefentoetsen doen.
Veelgemaakte fouten bij flashcards
Let op deze valkuilen:
Te veel tekst: Als je hele alinea’s op een kaartje zet, werkt het niet meer. Houd het bij maximaal één zin of een korte opsomming.
Te brede vragen: “Vertel alles over de Tweede Wereldoorlog” is te vaag. Splits het op in kleinere vragen zoals “Wanneer begon de Tweede Wereldoorlog?” of “Wat was het Verdrag van Versailles?”
Alleen maar herlezen: Actief oefenen werkt beter dan passief kijken. Probeer het antwoord echt te bedenken voordat je de kaart omdraait.
Door flashcards slim te maken en regelmatig te gebruiken, kun je grote hoeveelheden leerstof effectief onthouden. Begin klein met een paar kaartjes per dag en bouw het langzaam op.
Hoe kan ik snel woordjes leren?
Daan Smith
Snel woordjes leren draait niet om urenlang stampen, maar om slimme technieken. Het goede nieuws: een kwartier per dag gericht oefenen werkt vaak beter dan één lange sessie. Door de juiste methodes te gebruiken, onthoud je woorden sneller én langer.
De beste technieken om woordjes te onthouden
Er zijn een paar methodes die wetenschappelijk bewezen effectief zijn. Deze kun je allemaal zelf toepassen, of je nu Engelse woordjes ou Franse woordjes aan het leren bent.
Gespreide herhaling (spaced repetition)
Dit is een van de meest effectieve methodes. Het idee is simpel: je herhaalt een woord net voordat je het dreigt te vergeten. Woorden die je moeilijk vindt, komen vaker terug. Woorden die je al goed kent, zie je minder vaak. Zo besteed je je tijd aan wat echt nodig is.
Je kunt dit zelf doen met kaartjes die je in verschillende stapels verdeelt. Kaartjes die je goed kent, leg je opzij. Kaartjes die je fout hebt, komen terug in de stapel voor morgen. Maar dit kan ook automatisch met online woordjes leren, waarbij het systeem bijhoudt welke woorden je extra aandacht nodig hebben.
Leer woorden in context
Leer geen losse woorden, maar hele zinnen of woordgroepen. In plaats van alleen “to run” te leren, onthoud je “I run to school every day”. Zo maak je associaties en begrijp je ook hoe je het woord gebruikt. Dit helpt enorm bij het onthouden én bij het daadwerkelijk gebruiken van de taal.
Combineer woorden met beelden
Je brein onthoudt plaatjes beter dan tekst. Teken daarom een klein icoontje bij een moeilijk woord, of stel je de betekenis voor in je hoofd. Bijvoorbeeld: bij het Franse woord “le chat” (de kat) visualiseer je een kat. Hoe gekker of grappiger het beeld, hoe beter je het onthoudt.
Overhoor jezelf actief
Alleen de lijst doorlezen werkt niet goed. Je brein moet actief zoeken naar het antwoord. Dat versterkt de verbindingen in je geheugen. Dek daarom het Nederlandse woord af en probeer het op te halen uit je hoofd. Of laat iemand anders je overhoren. Hoe vaker je actief moet nadenken, hoe sterker de herinnering wordt.
Praktische tips voor dagelijks oefenen
Naast de juiste methode helpen deze tips om woordjes leren makkelijker te maken:
Oefen kort maar regelmatig: Liever 15 minuten per dag dan één uur in het weekend. Je brein heeft tijd nodig om informatie te verwerken.
Begin met de moeilijkste woorden: Als je fris bent, kun je je beter concentreren. Bewaar de makkelijke woorden voor het einde.
Zeg de woorden hardop: Dit helpt vooral bij talen, omdat je dan ook de uitspraak oefent. Je gebruikt meer zintuigen, wat het onthouden makkelijker maakt.
Maak verbindingen: Zoek overeenkomsten met Nederlandse woorden of woorden die je al kent. Bijvoorbeeld: “apple” lijkt op “appel”.
Test jezelf regelmatig: Maak oefentoetsen of laat jezelf overhoren. Zo ontdek je welke woorden je nog niet goed kent.
Digitaal of op papier?
Beide manieren werken, maar hebben verschillende voordelen. Op papier schrijven helpt sommige mensen beter onthouden, omdat je motorisch bezig bent. Digitaal oefenen is handig omdat je overal kunt leren en het systeem automatisch bijhoudt welke woorden je moeilijk vindt.
Bij StudyGo kun je bijvoorbeeld je eigen woordjes invoeren of gebruikmaken van bestaande lijsten. Het systeem past gespreide herhaling automatisch toe, zodat je niet zelf hoeft bij te houden welke woorden je vaker moet oefenen.
Korte termijn of lange termijn?
Bedenk vooraf wat je doel is. Moet je de woordjes kunnen voor een toets volgende week? Dan kun je intensiever oefenen in korte tijd. Wil je een taal echt leren spreken? Dan is het belangrijk om regelmatig te blijven herhalen, ook na de toets.
Voor een toets op korte termijn kun je focussen op herkenning: je hoeft het woord te herkennen als je het ziet. Voor langdurig leren is actieve reproductie belangrijker: je moet het woord uit je hoofd kunnen ophalen zonder hints.
Wat als het niet lukt?
Sommige woorden blijven lastig, hoe vaak je ze ook oefent. Probeer dan een ezelsbruggetje te bedenken of een gekke zin te maken. Bijvoorbeeld: voor het Engelse woord “island” (eiland) kun je denken: “is land, maar omringd door water”.
Ook helpt het om woorden in groepjes te leren die bij elkaar horen, zoals alle woorden over eten, of alle werkwoorden over bewegen. Zo maak je verbindingen tussen woorden, wat het onthouden makkelijker maakt.
Hoe gebruik je de present continuous?
Daan Smith
De present continuous gebruik je in het Engels om aan te geven dat iets op dit moment bezig is. Je maakt deze tijd door een vorm van ’to be’ (am, is of are) te combineren met een werkwoord dat eindigt op -ing. Bijvoorbeeld: “I am studying” (Ik ben aan het studeren).
De present continuous wordt ook wel de ‘ing-vorm’ of ‘present progressive’ genoemd. Het is een veelgebruikte tijd in het Engels, omdat je ermee kunt aangeven wat er nu gebeurt of wat je binnenkort gaat doen. Er zijn vier belangrijke situaties waarin je de present continuous gebruikt:
1. Handelingen die nu bezig zijn
Als iets op dit moment aan de gang is, gebruik je de present continuous. Bijvoorbeeld: “I am reading a book” (Ik ben nu een boek aan het lezen) of “They are playing football” (Zij zijn aan het voetballen).
2. Tijdelijke situaties
Ook voor dingen die tijdelijk zijn, maar niet per se op dit exacte moment gebeuren, gebruik je deze tijd. Bijvoorbeeld: “She is staying with her aunt this week” (Ze logeert deze week bij haar tante). Het gaat om een situatie die niet permanent is.
3. Plannen in de nabije toekomst
Je kunt de present continuous gebruiken om aan te geven wat je binnenkort gaat doen, vooral als het al is afgesproken. Bijvoorbeeld: “We are meeting them tonight” (We spreken vanavond met hen af) of “I am visiting my grandparents this weekend” (Ik ga dit weekend naar mijn grootouders).
4. Irritaties uitdrukken
Als je iets vervelend vindt dat steeds gebeurt, gebruik je de present continuous met ‘always’. Bijvoorbeeld: “You are always losing your keys!” (Je raakt ook altijd je sleutels kwijt!) of “He is always complaining” (Hij klaagt ook altijd).
Hoe maak je de present continuous?
De opbouw is altijd hetzelfde: onderwerp + am/is/are + werkwoord-ing. Welke vorm van ’to be’ je gebruikt, hangt af van het onderwerp:
Persoon
Vorm van ’to be’
Voorbeeld
I
am
I am working
You / We / They
are
They are working
He / She / It
is
She is working
Spellingsregels bij -ing toevoegen
Als je -ing achter een werkwoord zet, moet je soms de spelling aanpassen. Let op deze drie belangrijke regels:
Werkwoorden die eindigen op -e
Als een werkwoord eindigt op een stomme -e, laat je deze weg voordat je -ing toevoegt. Bijvoorbeeld: make → making, write → writing, dance → dancing.
Korte klinker + medeklinker
Bij werkwoorden met een korte klinker gevolgd door één medeklinker, verdubbel je de laatste letter. Bijvoorbeeld: sit → sitting, run → running, stop → stopping. Let op: bij twee medeklinkers of een lange klinker doe je dit niet (help → helping, read → reading).
Werkwoorden die eindigen op -ie
Als een werkwoord eindigt op -ie, verander je dit in -y voordat je -ing toevoegt. Bijvoorbeeld: lie → lying, die → dying, tie → tying.
Signaalwoorden die je helpen
Bepaalde woorden geven aan dat je waarschijnlijk de present continuous moet gebruiken. De belangrijkste zijn:
now (nu)
at the moment (op dit moment)
right now (op dit moment)
look! (kijk!)
listen! (luister!)
Als je deze woorden in een zin ziet, is de kans groot dat je de present continuous nodig hebt.
Veelgemaakte fouten
Sommige werkwoorden gebruik je bijna nooit in de present continuous, ook al gebeurt iets nu. Dit zijn vooral werkwoorden die met denken, voelen of bezit te maken hebben. Voorbeelden: know (weten), like (leuk vinden), love (houden van), want (willen), need (nodig hebben), understand (begrijpen).
Je zegt dus niet “I am knowing the answer”, maar “I know the answer”. Ook al weet je het op dit moment.
Oefenen met de present continuous
Wil je deze tijd goed onder de knie krijgen? Oefen dan vooral met het herkennen van situaties waarin je de present continuous gebruikt. Maak zinnen over wat je nu aan het doen bent, of schrijf op wat je plannen zijn voor het weekend. Je kunt ook oefentoetsen maken om te checken of je de spelling goed toepast.
Let bij het oefenen vooral op het verschil tussen de present continuous en de present simple. De present simple gebruik je namelijk voor gewoontes en feiten, terwijl de present continuous gaat over wat er nu gebeurt of tijdelijk is.
Hoe bereken je cm3 naar liter?
Daan Smith
Om kubieke centimeter (cm³) om te rekenen naar liters, deel je het aantal cm³ door 1000. Dat komt omdat er precies 1000 cm³ in één liter gaan. Deze omrekening kom je vaak tegen bij wiskunde en natuurkunde, bijvoorbeeld bij het berekenen van de inhoud van een aquarium of een blikje frisdrank.
De formule voor cm³ naar liter
De berekening is eigenlijk heel simpel. Je gebruikt deze formule:
Liters = cm³ ÷ 1000
Of andersom, als je van liter naar cm³ wilt omrekenen:
cm³ = Liters × 1000
Belangrijke verhoudingen onthouden
Bij het omrekenen van inhoudsmaten zijn deze verhoudingen handig om te kennen:
1 liter = 1000 cm³
1 cm³ = 1 milliliter (ml)
1 cm³ = 0,001 liter
1 dm³ = 1 liter
Vooral die laatste is belangrijk: één kubieke decimeter (dm³) is precies hetzelfde als één liter. Dat maakt omrekenen tussen dm³ en liter heel makkelijk. Lees hier meer over de relatie tussen dm³ en liter.
Stappenplan: van cm³ naar liter
Volg deze stappen om zelf een berekening te maken:
Stap 1: Noteer het aantal kubieke centimeters dat je hebt
Stap 2: Deel dit getal door 1000
Stap 3: Het antwoord is het aantal liters
Rekenvoorbeelden uit de praktijk
Stel, je hebt een doos met een inhoud van 2500 cm³. Hoeveel liter is dat?
Je rekent: 2500 ÷ 1000 = 2,5 liter
Nog een voorbeeld: een blikje frisdrank heeft een inhoud van 330 cm³. In liters is dat:
330 ÷ 1000 = 0,33 liter (of 330 ml)
En andersom: een fles van 1,5 liter bevat hoeveel cm³?
1,5 × 1000 = 1500 cm³
Waarom delen door 1000?
Dit heeft te maken met het metrieke stelsel. Een liter is gebaseerd op een kubus van 10 bij 10 bij 10 centimeter. Dat is dus 10 × 10 × 10 = 1000 cm³. Daarom past er precies 1000 cm³ in één liter.
Als je het lastig vindt om dit te onthouden, kun je het vergelijken met andere metrieke omrekeningen. Net zoals 1 meter gelijk is aan 100 centimeter, is 1 liter gelijk aan 1000 cm³.
Voor een balk of kubus vermenigvuldig je lengte × breedte × hoogte (allemaal in cm). Voor een cilinder gebruik je de formule π × straal² × hoogte. Het resultaat krijg je dan in cm³, en die kun je vervolgens omrekenen naar liters.
Veelgemaakte fouten
Let op deze veelvoorkomende vergissingen:
Vermenigvuldigen in plaats van delen: je moet delen door 1000, niet keer 1000 doen (tenzij je van liter naar cm³ gaat)
Verkeerde eenheid gebruiken: controleer of je echt cm³ hebt en niet bijvoorbeeld m³
Komma vergeten: 2500 cm³ is 2,5 liter, niet 25 liter
Probeer verschillende getallen uit: grote aantallen zoals 5000 cm³, maar ook kleine zoals 250 cm³. Zo krijg je een beter gevoel voor de verhouding tussen deze twee eenheden. Je kunt ook oefentoetsen maken om te checken of je het echt snapt.
Wanneer gebruik je welke eenheid?
In de praktijk gebruik je cm³ vaak bij kleinere volumes en bij technische berekeningen. Liters gebruik je meer in het dagelijks leven, bijvoorbeeld bij het afmeten van vloeistoffen of het aangeven van de inhoud van verpakkingen.
Bij toetsen en examens zie je beide eenheden regelmatig langskomen. Soms moet je zelf kiezen welke eenheid het handigst is voor je antwoord. Een inhoud van 0,025 liter kun je beter schrijven als 25 ml of 25 cm³ – dat leest gewoon makkelijker.
Hoe bereken ik de inhoud in liters?
Daan Smith
De inhoud in liters berekenen doe je door eerst het volume te berekenen en dit vervolgens om te rekenen naar liters. De slimste manier is om alle maten om te zetten naar decimeters (dm). Waarom? Omdat 1 kubieke decimeter (dm³) precies gelijk is aan 1 liter. Zo hoef je aan het einde niet meer om te rekenen.
Inhoud berekenen van een balk of kubus
Voor rechthoekige objecten zoals een aquarium, doos of zwembad gebruik je een eenvoudige formule. Je vermenigvuldigt de lengte, breedte en hoogte met elkaar.
Formule: Lengte × Breedte × Hoogte = Inhoud
Een voorbeeld: stel je hebt een aquarium van 4 dm lang, 3 dm breed en 2 dm hoog. Dan reken je: 4 × 3 × 2 = 24 dm³. Omdat 1 dm³ gelijk is aan 1 liter, is de inhoud 24 liter.
Omrekenen vanuit andere eenheden
Niet altijd heb je de maten in decimeters. Soms staan ze in centimeters of meters. Dan moet je eerst omrekenen voordat je de inhoud in liters weet.
Van centimeters naar liters
Bereken eerst de inhoud in kubieke centimeters (cm³). Deel dit getal daarna door 1000 om liters te krijgen. Voorbeeld: een doos van 40 cm × 30 cm × 20 cm heeft een inhoud van 24.000 cm³. Dat is 24.000 ÷ 1000 = 24 liter.
Van meters naar liters
Bereken eerst de inhoud in kubieke meters (m³). Vermenigvuldig dit getal met 1000 om liters te krijgen. Voorbeeld: een zwembad van 2 m × 1,5 m × 1 m heeft een inhoud van 3 m³. Dat is 3 × 1000 = 3000 liter.
Inhoud van een cilinder berekenen
Voor ronde objecten zoals een ton, emmer of cilindervormig aquarium gebruik je een andere formule. Je hebt dan de straal en de hoogte nodig. De straal is de helft van de diameter (de breedte van de cirkel).
Formule: π × straal² × hoogte = Inhoud
Hierbij is π (pi) ongeveer 3,14. Een voorbeeld: een ronde ton met een straal van 2 dm en een hoogte van 5 dm. Dan reken je: 3,14 × 2² × 5 = 3,14 × 4 × 5 = 62,8 dm³. Dat is dus 62,8 liter.
Zorg er ook hier voor dat je de straal en hoogte in decimeters invult. Dan krijg je direct het antwoord in liters.
Handige tips bij het berekenen
Zet alle maten eerst om naar dezelfde eenheid voordat je gaat rekenen
Gebruik bij voorkeur decimeters, dan hoef je niet meer om te rekenen naar liters
Let goed op of je de diameter of de straal hebt bij ronde objecten
Controleer je antwoord: lijkt het logisch voor het object dat je berekent?
Wil je meer oefenen met dit soort berekeningen? Dan kun je bij StudyGo terecht voor oefentoetsen en uitlegvideo’s over volume en inhoud. Zo kun je stap voor stap oefenen tot je het helemaal onder de knie hebt.
Veelvoorkomende objecten en hun vorm
Niet altijd is het meteen duidelijk welke formule je moet gebruiken. Hier een overzicht van objecten die je vaak tegenkomt:
Aquarium: meestal rechthoekig, dus lengte × breedte × hoogte
Zwembad: rechthoekig of rond, kies de juiste formule
Ton of emmer: cilindervormig, gebruik de formule met π
Doos of kist: rechthoekig, dus lengte × breedte × hoogte
Door te oefenen met verschillende voorbeelden leer je snel welke formule je wanneer moet gebruiken. Zo wordt het berekenen van inhoud in liters steeds makkelijker.
Luister en kijk actief naar Engelstalige content
Door regelmatig Engels te horen, train je je oor en leer je nieuwe woorden in context. Dit werkt vaak beter dan alleen uit een boek leren.
Films en series: Kijk naar Engelstalige content op platforms zoals Netflix of YouTube. Begin met Engelse ondertiteling erbij, zodat je ziet hoe woorden worden geschreven terwijl je ze hoort.
Podcasts en luisterboeken: Kies onderwerpen die je interessant vindt. Zo wen je aan verschillende accenten en spreeksnelheden zonder dat het als studeren voelt.
Muziek: Luister naar Engelse liedjes en zoek de songteksten op. Probeer mee te zingen om je uitspraak te verbeteren.
Oefen online met apps en websites
Er zijn veel handige tools, zoals StudyGo, waarmee je Engels kunt oefenen op je eigen niveau. Het voordeel? Je krijgt direct feedback en kunt in je eigen tempo werken.
Voor beginners
Als je net begint of in groep 7 of 8 zit, zijn korte, interactieve lessen ideaal. Focus op het opbouwen van basiswoordenschat en eenvoudige zinnen.
Voor gevorderden
Zit je op de middelbare school? Dan kun je je richten op specifieke vaardigheden. Wil je beter worden in grammatica, dan helpt het om gerichte oefeningen te maken. Ook voor je leestoets kun je oefenen met Engelse teksten op verschillende niveaus.
Durf te spreken, ook als je alleen bent
Spreken is voor veel leerlingen het moeilijkste onderdeel, maar juist daarom is het belangrijk om ermee te oefenen. Je hoeft niet meteen met anderen te praten.
Zelfgesprekken: Praat hardop tegen jezelf in het Engels over wat je aan het doen bent. Bijvoorbeeld: “I’m making a sandwich” of “I need to finish my homework.” Dit helpt je om sneller in het Engels te denken.
Voorlezen: Lees teksten, artikelen of zelfs je schoolboek hardop voor. Zo oefen je je uitspraak en intonatie.
Taaluitwisseling: Zoek iemand die ook Engels wil oefenen, bijvoorbeeld een klasgenoot. Jullie kunnen elkaar helpen en samen oefenen voelt minder spannend.
Lees regelmatig Engelse teksten
Lezen helpt je om nieuwe woorden te leren en te zien hoe zinnen zijn opgebouwd. Begin met teksten die bij je niveau passen.
Boeken voor jongeren: Kies verhalen die je interessant vindt. Young adult boeken zijn vaak geschreven in toegankelijk Engels.
Nieuwsartikelen: Lees korte artikelen over onderwerpen die je leuk vindt, zoals sport, gaming of muziek.
Ondertiteling: Lees mee met Engelse ondertiteling bij series. Zo zie je hoe woorden worden gebruikt in normale gesprekken.
Maak kleine aanpassingen in je dagelijks leven
Door Engels onderdeel te maken van je omgeving, oefen je zonder dat je er bewust mee bezig bent.
Verander je taalinstellingen: Zet je telefoon, computer of social media op Engels. Je leert zo automatisch veel praktische woorden.
Gebruik labels: Plak briefjes met Engelse woorden op voorwerpen in huis, zoals “mirror”, “door” of “fridge”. Elke keer dat je het ziet, herhaal je het woord.
Denk in het Engels: Probeer je gedachten soms in het Engels te formuleren in plaats van in het Nederlands.
Oefen grammatica op een slimme manier
Grammatica leer je het beste door het actief toe te passen, niet alleen door regels uit je hoofd te leren. Maak oefeningen waarbij je zinnen moet maken of fouten moet verbeteren. Zo zie je hoe de regels in de praktijk werken.
Wil je je voorbereiden op een toets of proefwerk? Maak dan oefentoetsen die lijken op wat je op school krijgt. Zo weet je precies waar je nog aan moet werken.
Combineer verschillende oefenmethoden
De beste resultaten krijg je door verschillende manieren van oefenen te combineren. Wissel af tussen luisteren, lezen, spreken en schrijven. Zo blijft het interessant en train je alle vaardigheden die je nodig hebt.
Belangrijk is vooral dat je regelmatig oefent, ook al is het maar tien minuten per dag. Consistentie werkt beter dan één keer per week een uur lang studeren.