In 8 stappen als docent aan de slag met StudyGo

Daan Smith

Met StudyGo kan je het lesgeven net een stukje makkelijker maken, omdat je alles op één plek hebt. Om snel te kunnen beginnen hebben wij hieronder een aantal stappen uitgelegd. Zo kan je het maximale halen uit een docentenaccount op StudyGo.

1. Maak een groep aan

Op StudyGo kan je eigen groepen aanmaken en jouw leerlingen eenvoudig er aan toevoegen. Binnen deze groep kan je woordenlijsten klaarzetten als huiswerk en de resultaten van je leerlingen bekijken. Wanneer je lesgeeft aan meerdere klassen is groepen aanmaken erg handig. Je kan namelijk makkelijk overzicht houden voor welke klas je wat voor huiswerk moet klaarzetten. Zo heb je het juiste huiswerk voor de juiste klas op één plek.

Stap voor stap zien hoe je een groep aanmaakt? Bekijk dan de uitlegvideo.

2. Leerlingen toevoegen aan groep

Nu je een groep hebt gemaakt, is het tijd om je leerlingen eraan toe te voegen. Dit kan via de knop Leden. Deze optie vind je bovenaan de pagina van de groep. 

Via de groene knop Voeg leden toe kan je leerlingen uitnodigen om lid te worden van de groep. Dit kan op twee verschillende manieren:

  1. Via een link
  2. Via e-mail

3. Lijsten aanmaken

Wil je dat jouw leerlingen bepaalde woordenlijsten uit hun hoofd leren? Dan is het tijd om een lijst aan te maken. Via de groene knop ‘nieuw’ kan je een lijst aanmaken. Geef, voordat je de woorden in de lijst invoert, een titel aan je lijst en stel de talen in van de woorden waarvan je wil dat je leerlingen het gaan leren. Bij het invullen van de woorden kan je gebruik maken van de voorgestelde vertaling die wordt gegeven. Het toetsenbord voor speciale tekens verschijnt ook direct bij het invoeren van de woorden.

Een nog snellere manier om lijsten in te voeren op StudyGo is door gebruik te maken van de importeerfunctie. Hoe dit precies werkt vind je in dit artikel.

4. Lijsten toevoegen aan groep

Lijsten voeg je toe aan groepen door te klikken op de knop Voeg lijsten toe (in het scherm van de groep). Kies vervolgens vanuit welke locatie je de lijsten toe wil voegen en selecteer de lijsten om toe te voegen aan de groep. Je kiest eerst de locatie waar de lijst staat, deze kan in je eigen gemaakte lijsten staan, maar je kan ook lijsten importeren uit boeken die online staan. Dan kies je eerst de locatie van de lijsten die je wil toevoegen en dan de betreffende lijsten. Druk vervolgens op de knop Toevoegen.

Het is ook mogelijk om vanuit de bewerkingsmodus van een lijst, een lijst toe te voegen aan een groep. Wanneer je een lijst opent, kan je deze aan een groep toevoegen door te klikken op het groene plusje rechts bovenaan de lijst. 

5. Maak een map aan

Een map is handig wanneer je al verschillende lijsten of quizzen op één overzichtelijke plek wil hebben. Je maakt een map aan via de groene knop ‘nieuw’, maar je kan ook naar het paarse menu navigeren naar de sectie Mappen en hier op + Map te klikken. 

6. Boeken vinden en opslaan

Het voordeel van het opslaan van boeken, is dat je binnen een handomdraai de juiste lijsten hebt opgeslagen op je account. Maak je als wiskundedocent bijvoorbeeld gebruik van de methode Getal en Ruimte? Dan is er een grote kans dat dit boek door de uitgever is toegevoegd aan StudyGo. In het paarse menu kan je via Zoeken lijsten vinden van jouw lesboekenKlik op het boek dat je wil toevoegen. Door in het volgende scherm op de knop + Mijn boeken te klikken, voeg je het boek toe aan jouw account. De opgeslagen boeken kan je later eenvoudig terugvinden in de sectie Przedmioty in het paarse menu.

7. Resultaten van leerlingen inzien

Als een leerling aan de slag gaat met een van de lijsten die jij in de groep hebt klaargezet, dan wordt de voortgang van deze leerling op StudyGo bijgehouden in een rapport. Dit rapport kan je vinden door op de naam van de leerling te klikken. Je krijgt dan een overzicht van de geoefende lijsten en de resultaten hiervan. 

8. Ontdek de vele gratis functies

Nu je alles goed hebt ingesteld binnen jouw docentenaccount, kan je gaan ontdekken wat StudyGo nog meer te bieden heeft. Zo kan je quizzen maken om je les sterk mee te starten of mee af te sluiten. Voor meer informatie over alle functies kan je deze pagina bekijken.

Sluit je les goed af met een 3-2-1 exit ticket

Daan Smith

Hoe sluit je de les goed én nuttig af? Eén van de beste manieren om een les goed af te sluiten is met een 3-2-1 exit ticket. Dit is een kleine, afsluitende werkvorm dat bestaat uit drie onderdelen. In deze blog leggen wij uit wat het precies is en uit welke drie onderdelen een 3-2-1 exit ticket bestaat.

Wat is een 3-2-1 exit ticket?

Deze eenvoudige en snelle werkvorm is een ideale manier om de les nuttig mee af te sluiten. Met een 3-2-1 exit ticket laat je je leerlingen een aantal vragen beantwoorden die zowel de leerlingen als jou waardevolle inzichten geven. Omdat het aan het einde van de les wordt ingezet, zijn de vragen kort en krachtig. Het zijn vaak inhoudelijke vragen over de lesstof en de les, opgehakt in drie onderdelen.

1. Schrijf drie dingen op die je hebt geleerd

Bij het eerste onderdeel van een exit ticket vraag je je leerlingen drie dingen op te schrijven die ze in de les hebben geleerd. Door ze op het allerlaatste moment van de les actief te laten denken over de inhoud van de les, halen ze onbewust hun kennis weer op. Dit geeft jou een beeld van hoeveel er is blijven hangen.

2. Benoem twee dingen die je nog wil leren

Als docent wil je natuurlijk zoveel mogelijk kennis overbrengen in één les, maar dat is niet altijd realistisch. Door ze aan het eind van de les te vragen om twee dingen op te schrijven die ze nog willen leren, kom je er snel achter wat je de volgende les kan behandelen.

3. Zet één vraag neer die je nog hebt

Wat willen leerlingen nog weten van de lesstof? De beste manier om daarachter te komen is door ze hun vraag op te schrijven. Beperk het tot slechts één vraag, zo kom je erachter wat ze écht willen weten. Dit kan je vervolgens meenemen naar de volgende les.

Kortom: een handige manier om je les af te sluiten!

Wil je nog meer manieren weten om je les sterk te eindigen? Lees dan ook deze blog: 5 quizzen om jouw les mee te starten (of eindigen)

Nieuwe baas bij StudyGo!

Daan Smith

StudyGo is dit jaar wederom een trotse deelnemer van JINC Baas van Morgen. Op donderdag 2 juni 2022 staat CCO Tijntje Louwers haar stoel af aan de baas van vandaag: de 14-jarige Chantal Hu. Zij zit op het vmbo-tl en gaat meedenken over hoe wij StudyGo kunnen neerzetten als hét oefenplatform voor alle leerlingen. Tijntje: “Wij zijn druk bezig met het nadenken en ontwikkelen waar een eindexamen product aan moet voldoen. Daar kan zij ons goed bij helpen!”

De baas van StudyGo voor één dag

Vandaag ervaart Chantal hoe het is om StudyGo over te nemen voor één dag. Ze leert hoe StudyGo in elkaar zit door de hele dag taken over te nemen van CCO Tijntje. Ook denkt ze mee over hoe wij StudyGo nóg beter kunnen maken.

Tijntje: “StudyGo is een platform voor middelbare scholieren om te oefenen en uitleg te krijgen voor schoolvakken waar zij binnenkort een toets of proefwerk voor hebben. Wie weet dan beter waar zo’n platform aan moet voldoen dan iemand die zelf die leeftijd heeft. Chantal gaat daarnaast volgend schooljaar eindexamen doen en dat komt voor ons perfect uit. Want net als Chantal gaan wij volgend jaar ook eindexamen doen. En daar kunnen wij nog wel wat hulp bij gebruiken.”

Gelijke kansen voor iedereen

Met Baas van Morgen willen StudyGo en JINC de strijd aangaan tegen de kansenongelijkheid. In Nederland groeien honderdduizenden kinderen op in een omgeving met veel sociaaleconomische achterstand. Al deze kinderen hebben dromen en talenten, maar hun postcode en sociale omgeving zijn vaak obstakels op hun weg naar succes. Wie opgroeit in een omgeving met weinig rolmodellen of kansen, heeft helaas minder uitzicht op een succesvolle loopbaan dan leeftijdsgenoten uit ‘rijkere’ wijken. Ongeacht hoe slim of talentvol de kinderen zijn.

Tijntje zegt hierover: “In Nederland kunnen we allemaal goed onderwijs krijgen. En dat is nodig. Want we hebben al het talent nodig dat er is om ons land klaar te maken voor de toekomst. We leiden de toekomstige leiders nu op. En wij als bedrijf helpen daarbij met onze platformen maar ook om alle leerlingen die dat willen te inspireren met de verschillende banen die zij in de toekomst zouden kunnen doen. Dat doen we door veel samen te werken met JINC middels bliksemstages, carrière coaching en de Baas van Morgen. Ieder kind heeft talent, en bij elk talent hoort een passende carrière. Sommige kinderen kennen de verschillende opties niet om voor verder te leren. Door ons bedrijf open te stellen voor deze kinderen, willen we ze inspireren hun eigen talenten te vinden en ook te zien wat ze daarmee kunnen doen in de toekomst. “

Een belofte voor de toekomst

De tips en inzichten van Chantal zijn er een paar om nooit te vergeten! En om te laten zien dat Chantal bij StudyGo ook nooit wordt vergeten, ontving de jonge baas een ‘beloftekaartje’ van Tijntje. Met dit kaartje belooft Tijntje dat Chantal later in haar carrière altijd bij haar kan aankloppen.

Maar… wat vonden de medewerkers van hun nieuwe baas Chantal? In hun woorden: “Wát een baas!”

4 coöperatieve werkvormen om je leerlingen te activeren

Daan Smith

Coöperatieve werkvormen hebben een hoop voordelen. Niet alleen leren de leerlingen samenwerken, maar ze kunnen ook elkaar helpen om de lesstof beter te begrijpen. Maar, welke coöperatieve werkvormen zijn er en hoe kan je ze toepassen? Hieronder vind je 4 voorbeelden.

1. Wandel – Wissel uit

Bij deze werkvorm lopen de leerlingen rond door het klaslokaal. Op een gegeven moment roep jij “Sta stil!” en dan stoppen ze met lopen. Vervolgens vormt elke leerling een duo met de leerling waar ze het dichtst bij staan. Het is dan aan jou om aan elk duo een vraag te stellen of een opdracht te geven. Tenslotte gaan de duo’s de antwoorden met elkaar uitwisselen.

2. Binnencirkel – buitencirkel

Hier worden er tweetallen gevormd. In een tweetal is een leerling nummer één en de andere leerling nummer twee. De leerlingen met nummer één vormen een cirkel. Als de cirkel compleet is, zoeken de leerlingen met nummer twee hun maatje op en gaan ze achter ze staan. Dan stel jij de leerlingen een vraag, bijvoorbeeld: wat is de stelling van Pythagoras? De leerlingen in de buitencirkel geven antwoord en de leerlingen uit de binnencirkel luisteren. Daarna wisselen de leerlingen van plek. Tenslotte verplaatsen de leerlingen uit de buitencirkel zich één of meerdere plaatsen door voor een nieuwe vraag.

3. Hoeken

In elke hoek van het klaslokaal hangen bijvoorbeeld papieren met stellingen. De leerlingen kiezen een hoek met de stelling waar ze het mee eens zijn en schrijven hun keuze op. Daarna lopen ze naar de hoek en vormen ze een duo met iemand die daar ook staat. Met die leerling praten ze over hun keuze. Vervolgens steken de leerlingen over naar een hoek aan de andere kant en vormen een duo met iemand uit die hoek. Het kan zomaar zijn dat iemand voor de stelling is, terwijl de ander tegen is. Beide leerlingen wisselen argumenten uit over hun keuzes. Tenslotte lopen de leerlingen weer terug naar hun hoek om te vertellen waarom andere leerlingen voor een andere hoek hebben gekozen.

4. Interviews

Hier geef jij aan over welk onderwerp de leerlingen elkaar gaan interviewen en maakt tweetallen. De leerlingen bedenken welke vragen zij willen stellen over dit onderwerp en schrijven dit vervolgens op. Daarna gaan de leerlingen elkaar interviewen, waarbij ze ook goed doorvragen. Tenslotte volgt de klassikale nabespreking. Deze werkvorm is geschikt om bijvoorbeeld meningen, oplossingen of informatie uit te wisselen.

Hoe overwin je uitstelgedrag?

Daan Smith

Herken je dat: soms lijkt het wel alsof je zoveel taken op je bordje hebt liggen, dat je het overzicht verliest. En dan doe je maar niets… Wat kan je doen om uitstelgedrag tegen te gaan? Hieronder lees je 5 tips hoe je uitstelgedrag de baas kan worden. Je ontdekt onder andere hoe een tomaat kan helpen.

1. Maak een to do lijst

Als eerste stap is het belangrijk om op te schrijven wat je moet doen. Schrijf per vak op wat voor schoolwerk je te wachten staat. Werk met markeerstiften, schrijf alles op in steekwoorden of maak er een tabel van. Doe wat voor jou het beste werkt! Het schrijven van een takenlijstje lijkt misschien niet belangrijk, maar het is een goede stap om overzicht terug te krijgen.

2. Breek de lesstof op

Moet je veel doen en zie je er tegenop? Het helpt om grote taken in kleine stukken uit te voeren. Net zoals bij een taart: je snijdt de taart eerst in stukken, voordat je het gaat eten. Ook hiervoor kan je een apart takenlijstje maken. Bijvoorbeeld: je moet een groot verslag schrijven, wat moet je daar allemaal voor doen? Zo’n lijst kan er als volgt uitzien:

  • Stap 1: informatie verzamelen
  • Stap 2: de informatie logisch onderverdelen
  • Stap 3: schrijven van de inleiding

En ga zo maar door.

3. Stel prioriteiten 📝

Voor nog meer overzicht is handig om prioriteiten te stellen. Moet je écht met je vrienden afspreken als je morgen een toets hebt? Of kan je ook ná de toets iets leuks doen? Probeer alles wat je deze week moet en wil doen te rangschikken, van leuke dingen tot schoolwerk. Zo heb je een goed overzicht wat welke dag moet gebeuren en kan je keuzes maken.

4. Verander je denkwijze

Leren kan snel aanvoelen als ‘moeten’ in plaats van ‘willen’. Deze manier van denken kan je motivatie naar beneden halen. Probeer daarom een positieve insteek te vinden. Zo kan je het volgende in je achterhoofd houden: is het moeilijk? Ja. Is het de moeite waard? Absoluut, want dan ga ik over. Een positieve denkwijze kan je dat zetje geven dat je zoekt om te beginnen met leren.

5. Productief dankzij een 🍅

Hier hebben we het niet over tomaten, maar over de bekende Pomodoro techniek (Pomodoro = tomaat in het Italiaans). Het is een time management techniek waarmee je het beste uit een korte tijd haalt. Op deze manier kan je overzichtelijk te werk gaan. Het werkt als volgt:

  1. Kies wat je gaat doen
  2. Stel de timer in op 25 minuten
  3. Werk aan de gekozen taak tot de wekker gaat
  4. Neem een break van 5 minuten
  5. Elke vierde “pomodoros” neem je een langere pauze (tussen de 15 en 30 minuten)

Meer leertips? Check dan ook deze blog: Leer moeilijke lesstof met deze 4 gouden tips!

Leer moeilijke lesstof met deze 4 gouden tips!

Daan Smith

Hoe krijg je al die moeilijke formules in je hoofd? Of hoe moet je ooit al die lastige begrippen onthouden? Soms wil de lesstof maar niet in je hoofd blijven hangen. Op dat soort momenten kun je wel wat tips en tricks gebruiken hoe je de stof wél kan onthouden. Wil jij weten hoe je moeilijke stof het beste kunt leren? Hier vind je onze beste tips.

1. Scheid de hoofd- en bijzaken

Soms lijkt de lesstof zo veel, dat je het overzicht verliest. Dan is het handig om te kunnen bepalen wat de belangrijkste informatie is. Dat doe je door hoofd- en bijzaken te onderscheiden.

  1. De eerste stap is om de tekst goed te lezen om te begrijpen wat er staat. Probeer vervolgens de tekst aan jezelf in eigen woorden te vertellen. Het kan heel goed zijn dat je al wat hoofdzaken hebt onthouden door de tekst één keer te lezen.
  2. Vervolgens lees je nog een keer de titel, tussenkoppen en het begin en het einde van de tekst. De titel en koppen geven namelijk meteen aan waar de stof over gaat. Meestal wordt in het begin het onderwerp of de hoofdgedachte van de tekst toegelicht. Aan het eind vind je vaak een samenvatting van de hele tekst, dat ook de hoofdzaken bevat.
  3. Hierna ga je verder op zoek naar hoofdzaken. Als je geschiedenis leert, zijn dit waarschijnlijk jaartallen. Bij biologie kunnen dit bijvoorbeeld bepaalde begrippen of feiten zijn.
  4. Om te testen of je nu écht de hoofdzaken uit de tekst hebt gehaald, kun je met een klasgenoot vergelijken. Als jullie dezelfde hoofdzaken hebben gevonden, weet je dat je goed zit!

2. Bekijk uitlegvideo’s

Bij alleen het zien van de hoeveelheid moeilijke lesstof die je moet leren kan de moed je soms in de schoenen zakken. Maak het jezelf iets makkelijker én leuker door uitlegvideo’s te kijken. Hiermee kun je tijd en moeite besparen, zodat je tijd over hebt om leuke dingen te doen. Je vindt bijvoorbeeld op StudyGo uitlegvideo’s voor veel verschillende vakken, maar er zijn ook genoeg YouTube-docenten die je op goed op weg kunnen helpen. Zo kan Math With Menno je alles uitleggen over wiskunde en dankzij Biologie met Joost ben je optimaal voorbereid op je biologietoets.

3. Maak een mindmap

Voor vakken als aardrijkskunde kan een mindmap goed helpen bij het leren. Als je een mindmap maakt, zet je in het midden het onderwerp en hieromheen termen en begrippen die daarbij horen. Het hoeft niet alleen maar tekst te zijn, je kan ook gebruik maken van plaatjes, kleuren of emojis door bijvoorbeeld met het programma Canva te werken. Zo maak je het leren alleen maar leuker.

Let wel op dat je de tekst bij een mindmap zo kort en bondig mogelijk houdt. Aan de hand van de steekwoorden en afbeeldingen leg je de verbanden en ga je de lesstof beter begrijpen.

4. Gebruik flashcards

Een ander fijn hulpmiddel bij het leren zijn flashcards. Probeer deze kaartjes wel altijd zelf te maken en niet van bijvoorbeeld een klasgenootje te lenen. Door vragen, formules of begrippen zelf op de kaartjes te schrijven ben je namelijk al aan het leren! Aan de ene kant schrijf je de vraag en aan de andere kant het antwoord. Wanneer je de vraag voor je hebt, bedenk je in gedachten het antwoord. Vervolgens draai je de flashcard om en zie je of je het antwoord goed hebt. Het handige van flashcards is dat je deze kleine kaartjes overal mee naartoe kan nemen. Zo kun je moeilijke lesstof altijd even in de bus, tijdens een tussenuur of bij het ontbijt leren. 

Is dit jouw favoriete manier om te leren, maar wil je het wel een keertje afwisselen met iets anders? Probeer dan ook eens de overhoormethode ‘in gedachten’ op StudyGo, die vergelijkbaar is met flashcards.

Klas op stelten: hoe schep je orde in de chaos?

Daan Smith

Ben je voor meer rust en orde in de klas op zoek naar een manier om het te laten ‘klikken’ tussen jou en je leerlingen? Met alleen actieve werkvormen of duidelijke instructies blijft dit soms een uitdaging. Wij hebben 5 tips op een rijtje gezet voor een goed klassenmanagement.

1. Creëer rust en structuur

Als je leerlingen weten wat ze van je kunnen verwachten, zal de les vaak een stuk soepeler verlopen. Zo kun je leerlingen structuur bieden door altijd aan te geven wat ze de volgende les te wachten staat. Zeg bijvoorbeeld: “In de volgende les gaan we dit hoofdstuk uit het boek behandelen en sluiten we de les af met een terugblik op…”. Een ander handig hulpmiddel is een weekplanning die je met je leerlingen deelt. Op die manier weten ze precies waar ze die week aan toe zijn. Ook kun je orde in de klas scheppen door met een klasindeling te werken. Geef de leerlingen vaste plaatsen in de klas, dit scheelt een hoop geroezemoes en tijd aan het begin van elke les.

2. Leg de focus op verbinding

Je leerlingen zullen eerder gemotiveerd zijn om te gaan leren als ze zich op hun gemak voelen. Om dit te bereiken kun je groepsactiviteiten inzetten om de groepsvorming van de klas te stimuleren. Hierbij kun je de leerlingen in verschillende samenstellingen in groepen laten werken. Geef hierbij aan hoe je verwacht dat leerlingen met elkaar omgaan. Wanneer je leerlingen beter kunnen samenwerken, zal de sfeer en de houding van de klas verbeteren.

3. Wees consequent en duidelijk

Vooral aan het begin van het schooljaar willen leerlingen graag weten wat ze van jou kunnen verwachten. Creëer duidelijkheid door direct jouw verwachtingen uit te spreken. Stel samen met je leerlingen afspraken op. Wat hebben jouw leerlingen nodig om te kunnen leren? En wat heb jij van hen nodig om goed les te kunnen geven?

4. Geef positieve feedback

Feedback werkt het best als het op de juiste manier gegeven wordt. Wanneer feedback vooral draait om wat er niet goed gaat, kan dit ertoe leiden dat leerlingen ongemotiveerd raken. Als docent wil je graag dat je feedback effectief is. Dit bereik je vooral door de feedback positief in te steken. Je kunt bijvoorbeeld beginnen met wat er wél goed ging en daarna overgaan tot de meer serieuzere feedback.

5. Wees jezelf, maar houd het professioneel

Leerlingen zijn in een docent niet op zoek naar een nieuwe vriend, blijkt uit eerder onderzoek. Maar ze willen wel graag een docent die toegankelijk is. Probeer hierin daarom een gulden middenweg te vinden. Blijf dichtbij jezelf en ga voor een natuurlijke leiderschapsstijl. Zorg daarbij voor een zekere afstand en blijf vooral hun docent, die wel altijd benaderbaar is.

Meer tips voor docenten? Lees hier over actieve werkvormen of over leermethodes om leerlingen te motiveren.

Overhoren = scoren. In 3 stappen goed overhoren

Daan Smith

Hoe leert jouw kind het liefst? Markeren, lezen of flashcards zijn voorbeelden van goede leermethodes, maar jezelf overhoren blijft een van de meest effectieve methodes. Door overhoren gaat je kind beter scoren. Maar hoe kan je kind zichzelf voor elk vak overhoren? Lees mee hoe jouw kind in 3 stappen goed kan overhoren.

Stap 1: Leer de lesstof

Met overhoren traint je kind wat hij/zij al weet, maar er moet dan wel eerst geleerd worden. Hoe je kind leert, is volledig afhankelijk van zijn/haar favoriete leermethode. Zo kunnen ze leren door samenvattingen, mindmaps of flashcards te maken. Andere goede leermethodes zijn ezelsbruggetjes of de blaadjes methode.

Stap 2: Blijf herhalen

Ze zeggen ook wel ‘oefening baart kunst’ en dat is niet voor niets. Als je kind elke dag tien minuten besteedt aan het leren van de lesstof, kan hij/zij het steeds makkelijker onthouden. Het beginnen met leren is vaak het lastigst, daarvoor moet hij/zij vaak een drempel over. Door dit in blokjes van tien minuten te doen zal de tegenzin een stuk minder zijn.

Stap 3: Test de kennis door te overhoren

Nu je kind de stof heeft geleerd is het tijd om te overhoren. Een mooie manier om te kijken hoe goed de lesstof daadwerkelijk is blijven hangen en of er misschien nog specifieke aandachtspunten zijn. Het kan saai worden om maar op één manier te overhoren, daarom is het handig om verschillende overhoormethodes af te wisselen. Zo kan je kind op StudyGo met onder meer hints, in gedachten en dictee oefenen.

Nu weet je welke stappen je kind kan doorlopen om op de juiste manier te overhoren. Laat die toetsen maar komen!

Vooral voor talen is het handig om woordenschat te blijven oefenen. Op StudyGo kan je kind gericht oefenen met overhoormethodes speciaal voor woordjes en begrippen.

Frans leren: let op deze 5 instinkers!

Daan Smith

Herken je dat: tijdens het Frans leren ontdek je dat een bepaald woord wel héél erg op een Nederlands woord lijkt. Hoewel woorden in een andere taal bekend kunnen klinken, betekenen ze vaak iets heel anders. In het Frans zijn er een hoop woorden die echte instinkers kunnen zijn. Wij zetten een aantal op een rij, zodat jij dit weet voor je komende Frans toets.

Le comédien

Het is logisch als je bij dit woord meteen denkt aan een cabaretier. Dat is nu juist misleidend aan dit woord, want het betekent totaal iets anders. De vertaling van dit woord is namelijk toneelspeler, filmacteur of komiek. Toch nét iets anders dan een cabaretier.

La vis

Aangezien dit Franse woord identiek is aan het Nederlandse woord ‘vis’, zou je kunnen denken dat het vis betekent. Wat het woord daadwerkelijk betekent zag je misschien niet aankomen. De vertaling ligt in een totaal andere hoek dan etenswaren. La vis betekent namelijk… de schroef!

Drôle: het is niet wat je denkt

We kunnen het je niet kwalijk nemen als je grinnikt bij het zien van dit woord, want we denken allemaal aan hetzelfde. Toch betekent dit woord niet wat je denkt. De vertaling van drôle is namelijk grappig of amusant. Máár, dit Franse woord is wel afgeleid uit de Nederlandse taal. Een drol of drolle betekende in het oud-Nederlands een trol of kaboutermannetje.

La cloque

Het is begrijpelijk als je bij dit woord aan een klok denkt, maar ook bij dit woord is niets minder waar. Je kan hier namelijk niet mee klokkijken, want de vertaling van dit woord is geen klok, maar: de (voet)blaar. Nu zal je deze fout niet maken als je Frans gaat leren!

Le pouce

Wanneer je dit woord uitspreekt klinkt het waarschijnlijk als het woord ‘poes’. Of misschien denk je wel aan de altijd lekkere tompouce van de Hema. Net als bij la vis, heeft dit woord ook niets te maken met een poes. De vertaling van le pouce is namelijk: de duim.

Test je kennis

We hebben nog meer instinkers voor je opgezocht. Speel de quiz en ontdek of jij de échte betekenis van deze Franse woorden kent! Klik op de button onderaan de pagina om de quiz te spelen.

Aan de slag met digitale geletterdheid? Zo doe je dat

Daan Smith

Wat is digitale geletterdheid en hoe kan je het als docent een plek geven in de les? Theodora geeft les in digitale geletterdheid en legt uit hoe je leerlingen wegwijs kan maken in de digitale wereld. Van hoe moet je reageren op Instagram tot het gebruiken van Google Maps, lees hieronder wat dit vak allemaal inhoudt én hoe je het kan inzetten in jouw les.

Zou je kunnen toelichten wat digitale geletterdheid inhoudt?

“Digitale geletterdheid gaat over vaardigheden die leerlingen nodig hebben om zich wegwijs te kunnen maken in de digitale wereld. Digitale geletterdheid bestaat uit vier van de elf 21e eeuwse vaardigheden: mediawijsheid, ICT-basisvaardigheden, informatievaardigheden en computational thinking.”

“Het is de bedoeling dat docenten de 21e eeuwse vaardigheden aan leerlingen op de basisschool én leerlingen op de middelbare school aanleren. Uit onderzoek blijkt dat docenten moeite hebben om deze vaardigheden toe te passen in hun eigen vakken. Het is de bedoeling dat alle docenten dit in hun lessen zouden moeten opnemen, maar de vraag is: gebeurt dat overal? Wordt dat voldoende gedaan, ja of nee?”

Kan je meer uitleggen over jouw rol als docent digitale geletterdheid? 

“Ik werk fulltime als docent op het Erasmus, een middelbare school in Almelo. Dat is een middelbare school van praktijkonderwijs tot en met het gymnasium en we hebben zelfs internationale schakelklassen. Ik ben verantwoordelijk voor het digitaal geletterd maken van leerlingen, maar ook zeker mijn collega’s. Mijn collega’s moet ik natuurlijk ook digitaal geletterd maken, zodat zij de vaardigheden überhaupt aan leerlingen kunnen aanleren.”

“Het is nog niet zo dat er daadwerkelijk getoetst wordt op digitale geletterdheid. Het is nog niet verplicht vanuit de overheid, dat er getoetst wordt of een leerling digitaal vaardig is of niet. Maar, digitale geletterdheid is wel iets dat steeds meer naar voren komt. Vooral in Coronatijden bleek heel erg hoe belangrijk ICT-vaardigheden of informatievaardigheden eigenlijk zijn voor leerlingen om zich te kunnen redden in de maatschappij. Ik zorg dat ik zoveel mogelijk van de kernwaardes en kerndoelen van digitale geletterdheid toepas in andere vakken. De vaardigheid mediawijsheid, waarbij we het hebben over ‘hoe reageer je bijvoorbeeld als iemand jou rare berichtjes stuurt op Instagram’, is lastig bij andere vakken te implementeren. Daarom geef ik deze lessen zelf.”

Is digitale geletterdheid een apart vak? 

“Ik bied digitale geletterdheid niet aan als een apart vak, daar is geen tijd en ruimte voor in het huidige curriculum. Ik probeer het zoveel mogelijk te implementeren bij de andere vakken. Bij aardrijkskunde kan je het bijvoorbeeld hebben over Google Maps en bij burgerschap kan je het hebben over normen en waarden online. Maar er blijven zaken over en dat geef ik dus in gastlessen over mediawijsheid. Die lessen geef ik bijvoorbeeld in plaats van mentorles. In de les kunnen we het hebben over wat wel een normale reactie in de algemene WhatsApp groep van de klas is en wat niet. Dat zijn onderwerpen die ter sprake komen.”

Maak je gebruik van bepaalde lesmethodes?

“Ik maak niet gebruik van vaste lesmethodes omdat ik vind dat die heel snel achterhaald zijn. Het is belangrijk om non-stop in te spelen op wat leerlingen op dat moment het meest bezighoudt. Je kan het wel gaan hebben over Facebook, maar dat gebruiken ze helemaal niet, dus je moet het gaan hebben over Snapchat, TikTok en Instagram. Een van de methodes die ik wel gebruik is dat ik mijn leerlingen les geef en ze vervolgens les laat geven aan leerlingen uit groep 7 en 8. Ik laat leerlingen ook weleens zelf lesmateriaal zoals presentaties maken, waardoor ze ook weer hun ICT-basisvaardigheden en informatievaardigheden gebruiken. Ze moeten namelijk zelf nadenken over welke informatie interessant is. Leerlingen zijn meer geïnteresseerd als ze het van leerlingen horen in plaats van de docent.” 

Heb je tips voor andere docenten om digitale geletterdheid toe te passen?

“Het is belangrijk om het gesprek aan te gaan met leerlingen. Hierbij moet je wel onthouden om weg te blijven van alle gevaren en wat je wel/niet online moet doen. Laat de leerlingen vooral zelf vertellen wat ze aan het doen zijn en laat ze zelf het gesprek voeren. Ze gaan dan vanzelf elkaar op dingen aanspreken. Het is soms zelfs bijna grappig. Stel het gaat over WhatsApp gedrag en je hebt het over wel of niet spammen, dan stel ik weleens de vraag ‘hey maar jongens, wat vinden jullie ervan als die en die en die dit soort berichtjes stuurt’.  Dan ontstaat er vanzelf een gesprek. Ze zeggen dan gewoon tegen elkaar ‘luister, wat jij doet is helemaal niet leuk’. Daar heeft de ander dan veel meer aan dan wanneer een docent het zegt. Ik stel ook weleens de vraag ‘wie heeft er moeite mee om de telefoon weg te leggen’ en dan gaat er een hand omhoog en dan zegt een leerling ‘ik heb er moeite me, want ik vind het moeilijk om te stoppen’.”

“Dat is echt zinvolle informatie waar je als docent heel veel uit kan halen. Vraag gewoon een keer aan een leerling ‘wat is TikTok, leg het eens uit’ of ‘kan iemand mij helpen met het digibord’ of ‘kan iemand googelen hoe de standby functie van het digibord werkt’. Geef ze een opdracht en laat ze meedenken, want wij gaan het niet winnen als docenten.” 

Tot slot: op welke manier maak je gebruik van StudyGo?

“StudyGo ken ik al vanuit mijn studietijd, maar dan meer om woordjes te leren. Ik gebruik het zelf wel eens om nieuwe talen te leren of om juist een woordenlijst te maken van digitale termen. Ik zet StudyGo dus meer in om bepaalde begrippen uit je hoofd te leren, daar is het platform erg geschikt voor.”

pl_PLPolski