Hoe leer je het makkelijkst? De beste studiemethoden op een rij

Ruben

De makkelijkste manier om te leren is door actief met de stof bezig te zijn in plaats van deze passief door te lezen. Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat je hersenen informatie pas echt opslaan als je ze dwingt de informatie zelf te reproduceren of toe te passen. In plaats van je samenvatting voor de tiende keer door te nemen, kun je jezelf dus beter testen of de stof uitleggen aan iemand anders.

Je kunt het beste beginnen met drie soorten aanpak: actief leren, slim plannen en goed voor je lichaam zorgen. We zetten ze voor je op een rij.

Actieve leermethoden: leren door te doen

Actief leren betekent dat je je hersenen aan het werk zet. Je leest niet alleen, maar doet iets met de informatie. Deze methoden helpen je om de stof echt te begrijpen en te onthouden.

De Feynman-techniek

Stel je voor dat je de stof uitlegt aan een jongere broer of zus, of aan een vriend die het vak niet heeft gevolgd. Zodra je vastloopt, weet je precies welk deel van de stof je nog extra moet bestuderen. Dit werkt omdat je gedwongen wordt om de informatie in je eigen woorden te verwoorden. Als je iets niet simpel kunt uitleggen, begrijp je het zelf waarschijnlijk nog niet goed genoeg.

Active Recall (Actief herinneren)

Sluit je boek of laptop en schrijf uit je hoofd alles op wat je nog weet. Jezelf testen werkt vele malen beter dan een tekst simpelweg herlezen. Dit voelt in het begin moeilijker, maar juist die moeite zorgt ervoor dat je hersenen de informatie beter opslaan. Bij StudyGo kun je dit bijvoorbeeld doen met oefentoetsen die je helpen om jezelf te testen.

Spaced Repetition (Gespreide herhaling)

Herhaal de leerstof met steeds grotere tussenpozen, bijvoorbeeld na 1 dag, 3 dagen, 7 dagen en 14 dagen. Dit voorkomt dat je de informatie snel weer vergeet. Je hersenen hebben tijd nodig om informatie te verankeren, en door op het juiste moment te herhalen versterk je die verbindingen. Dit werkt bijvoorbeeld goed bij het leren van woordjes voor talen zoals Engels, Frans of Duits.

Schrijf met de hand

Maak samenvattingen met pen en papier. Dit dwingt je hersenen om de informatie direct te verwerken, in tegenstelling tot gedachteloos meetypen op een laptop. Omdat handschrift langzamer gaat, moet je selecteren wat belangrijk is en de informatie in je eigen woorden samenvatten.

Slim plannen: zo studeer je efficiënter

Zelfs de beste leermethode werkt niet als je afgeleid bent of te lang achter elkaar studeert. Goede planning en focus zijn daarom essentieel.

De Pomodoro-techniek

Studeer gedurende 25 minuten met volledige focus en neem daarna 5 minuten pauze. Dit houdt je concentratie scherp en voorkomt mentale vermoeidheid. Na vier blokken van 25 minuten neem je een langere pauze van 15 tot 30 minuten. Deze methode werkt goed omdat je hersenen niet oneindig lang geconcentreerd kunnen blijven.

Elimineer afleiding

Leg je telefoon in een andere kamer en sluit alle onnodige tabbladen op je computer. Zonder volledige focus slaat je langetermijngeheugen de informatie niet goed op. Elke keer dat je wordt afgeleid, moet je hersenen opnieuw focussen, en dat kost veel energie en tijd.

Studeer consistent

Richt je op korte, dagelijkse studiesessies in plaats van één lange marathonbijeenkomst vlak voor een deadline. Twintig minuten per dag werkt beter dan twee uur de avond voor je toets. Je hersenen hebben tijd nodig om informatie te verwerken, en dat gebeurt vooral tussen studiesessies door.

Slaap, beweging en voeding: zo houdt je brein het vol

Je hersenen zijn onderdeel van je lichaam, en dat lichaam heeft onderhoud nodig om goed te kunnen functioneren.

Waarom voldoende slapen essentieel is voor leren

Je hersenen verplaatsen nieuwe informatie pas tijdens je slaap naar het langetermijngeheugen. Een powernap tussen het studeren door kan het onthouden zelfs direct stimuleren. Probeer daarom niet de hele nacht door te halen voor een toets. Je onthoudt minder en presteert slechter als je te weinig slaapt.

Welke leermethoden combineer je het beste?

De beste resultaten krijg je door verschillende technieken te combineren. Gebruik bijvoorbeeld active recall tijdens je studiesessies, plan die sessies met de Pomodoro-techniek, en herhaal de stof volgens het principe van spaced repetition. Welke combinatie het beste werkt, hangt af van het vak en je persoonlijke voorkeur.

Voor vakken met veel theorie zoals biologie ou geschiedenis werken de Feynman-techniek en active recall uitstekend. Voor talen kun je beter focussen op woordjes leren met spaced repetition. En voor vakken zoals wiskunde is het belangrijk om veel oefenopgaven te maken in plaats van alleen theorie te lezen.

Het belangrijkste is dat je begint met kleine stappen. Kies één of twee technieken uit deze lijst en probeer ze een week lang consequent toe te passen. Je zult merken dat leren makkelijker wordt als je de juiste methode gebruikt.

Zelf aan de slag met deze leermethoden?

Op StudyGo kun je al deze technieken meteen in de praktijk brengen. Oefen met oefentoetsen voor active recall, leer woordjes met spaced repetition via woordjes leren, en bekijk uitlegvideo’s voor elk vak.

Gratis proberen kost je niks en aanmelden doe je in een minuut. Meer dan 675.000 leerlingen en docenten gingen je al voor.

Hoe weet je of je D of T moet gebruiken?

Ruben

Bijna iedereen worstelt er weleens mee: wanneer schrijf je nou d, en wanneer t? Geen zorgen, het is een kwestie van de juiste stappen leren. De d-t-dt regel is misschien wel de bekendste struikelaar van de Nederlandse taal. Maar met een paar simpele stappen schrijf jij het voortaan foutloos. Klinkt lastiger dan het is. Als je de truc eenmaal snapt, maak je die fout nooit meer.

De d-t-dt regel in drie stappen

De d-t-dt regel bestaat uit drie onderdelen: de tegenwoordige tijd, het voltooid deelwoord en een handige truc om te controleren of je het goed hebt gedaan. We leggen ze stuk voor stuk uit.

Stap 1: d of t in de tegenwoordige tijd

Voor de tegenwoordige tijd begin je altijd met de stam van het werkwoord. Die vind je door -en van het hele werkwoord af te halen. Bij ‘lopen’ wordt dat ‘loop’, bij ‘worden’ wordt dat ‘word’.

Ik-vorm

Bij de ik-vorm schrijf je alleen de stam. Bijvoorbeeld: ik loop, ik word, ik maak.

Jij-vorm

Als ‘jij’ achter het werkwoord staat, schrijf je ook alleen de stam. Bijvoorbeeld: loop jij, word je, maak je. Let op: staat ‘jij’ vóór het werkwoord? Dan voeg je een -t toe: jij loopt.

Hij/zij/u/het-vorm

Bij hij, zij, u of het voeg je altijd een -t toe aan de stam. Bijvoorbeeld: hij loopt, zij wordt, het maakt.

Let op: eindigt de stam al op een -d?

Als de stam al eindigt op een -d, dan komt daar nog een -t achter. Dat geeft -dt. Bijvoorbeeld: hij wordt (stam: word), zij vindt (stam: vind). Dit is vaak een struikelblok, maar onthoud: de -t komt er altijd bij in de hij/zij/het-vorm.

Stap 2: d of t in het voltooid deelwoord

Het voltooid deelwoord gebruik je in zinnen als ‘ik heb gelopen’ of ‘zij is gemaakt’. Deze woorden beginnen vaak met ge-, be- of ver-. Of je een -d of -t schrijft aan het einde, hangt af van de laatste letter van de stam.

’t Kofschip

Kijk naar de laatste letter van de stam. Staat deze letter in ’t kofschip? Dan eindigt het voltooid deelwoord op een -t. Bijvoorbeeld: gemaakt (stam: maak → eindigt op k, zit in ’t kofschip), gewerkt (stam: werk → eindigt op k), gefixt (stam: fix → eindigt op x… wacht, die zit er niet in). Staat de laatste letter er niet in? Dan eindigt het op -d. Bijvoorbeeld: geleefd (stam: leef → eindigt op f, zit er wél in… nee, wacht).

Staat de laatste letter niet in ’t kofschip? Dan eindigt het voltooid deelwoord op een -d. Bijvoorbeeld: geleefd (stam: leef), gehoord (stam: hoor).

Stap 3: De lopen-truc om te controleren

Twijfel je nog steeds? Gebruik dan de ‘lopen’-truc. Vervang het werkwoord in je zin door ‘lopen’ en luister goed. Zeg je ‘hij loopt’ met een -t? Dan schrijf je jouw werkwoord ook met een -t of -dt. Zeg je ‘hij heeft gelopen’ met een -t? Dan eindigt jouw voltooid deelwoord ook op een -t.

Deze truc werkt bijna altijd, omdat ‘lopen’ een werkwoord is dat iedereen goed kent. Het helpt je om te horen of je een -d of -t nodig hebt.

Veelgemaakte fouten met de d-t-dt regel

Dit zijn de fouten die leerlingen het vaakst maken:

  • “Hij word” vs “hij wordt”: De stam van ‘worden’ is ‘word’. Bij hij/zij/het voeg je altijd een -t toe: hij wordt.
  • “Veranderd” vs “verandert”: ‘Jij verandert’ (tegenwoordige tijd, -t erbij), maar ‘hij is veranderd’ (voltooid deelwoord, stam ‘verander’ eindigt op -r, niet in ’t kofschip, dus -d).
  • “Gewerkt” vs “gewerkd”: De stam van ‘werken’ is ‘werk’, die eindigt op -k. Dat zit in ’t kofschip, dus: gewerkt.
  • “Loop jij” vs “loopt jij”: Staat ‘jij’ ná het werkwoord? Dan geen -t: loop jij. Staat ‘jij’ ervóór? Dan wel: jij loopt.

Voorbeelden om mee te oefenen

Hieronder zie je per werkwoord hoe de vormen eruitzien:

  • Worden: ik word, jij wordt, hij wordt, het is geworden
  • Maken: ik maak, jij maakt, zij maakt, het is gemaakt
  • Horen: ik hoor, jij hoort, hij hoort, het is gehoord
  • Vinden: ik vind, jij vindt, zij vindt, het is gevonden

Nu je de theorie kent, is het tijd om te oefenen. Op StudyGo vind je oefenvragen per onderwerp en uitlegvideo’s over de d-t-dt regel, zodat je het echt inslaat. Je kunt ook oefenen met Nederlands om deze regel helemaal onder de knie te krijgen.

Loop je ergens tegenaan of wil je zien hoe anderen deze regel toepassen? Bekijk de vraag in ons forum en lees mee met andere leerlingen. Nog geen account? Maak gratis een account aan en oefen meteen verder.

Hoe herken je signaalwoorden in een tekst?

Ruben

Signaalwoorden zijn de wegwijzers van een tekst. Als je ze herkent, snap je meteen hoe een tekst in elkaar zit en wat de schrijver bedoelt. Deze woorden geven aan hoe zinnen of alinea’s met elkaar samenhangen. Je kunt signaalwoorden zien als wegwijzers die je door de tekst leiden en de logica ervan verduidelijken.

Signaalwoorden staan vaak aan het begin van een zin of alinea en markeren de overgang naar een nieuwe gedachte. Door ze te herkennen, begrijp je sneller wat de schrijver bedoelt en hoe de informatie is opgebouwd.

Strategieën om signaalwoorden te herkennen

Er zijn een paar handige manieren om signaalwoorden in een tekst op te sporen:

  • Stel jezelf vragen over de logica: Vraag je tijdens het lezen af wat de relatie is tussen twee zinnen. Komt er een reden? Wordt er iets opgesomd? Wisselt de schrijver van mening? Het woord dat dit verband legt, is het signaalwoord.
  • Kijk naar de start van zinnen en alinea’s: Signaalwoorden staan heel vaak aan het begin van een nieuwe zin of alinea om de overgang te markeren. Let hier dus extra op.
  • Leer de vaste categorieën: De makkelijkste manier om signaalwoorden snel te spotten, is door de meest voorkomende woorden per tekstverband te kennen. Hoe vaker je ze tegenkomt, hoe sneller je ze herkent.

Wil je je leesvaardigheid verder verbeteren? Bij Nederlands oefenen vind je meer materiaal om tekstbegrip te trainen.

De belangrijkste tekstverbanden en hun signaalwoorden

Hieronder vind je een overzicht van de meest voorkomende tekstverbanden en de signaalwoorden die daarbij horen:

TekstverbandFunctieTypische signaalwoorden
OpsommingDingen achter elkaar zettenen, ook, tevens, bovendien, daarnaast, ten eerste, tot slot
TegenstellingVerschillen of contrasten laten zienmaar, echter, toch, daarentegen, hoewel, enerzijds… anderzijds
Oorzaak en gevolgLaten zien hoe iets ontstaat zonder menselijke wilwaardoor, doordat, zodoende, als gevolg van, hierdoor
Reden of verklaringUitleggen waarom iemand iets doet of vindtwant, omdat, daarom, immers, namelijk, vanwege
VoorbeeldEen abstract idee concreet makenbijvoorbeeld, zoals, zo, ter illustratie, onder andere
ConclusieDe logische uitkomst presenterendus, concluderend, hieruit volgt
SamenvattingDe kern in het kort herhalenkortom, samenvattend, al met al
Tijd / VolgordeAangeven wanneer iets gebeurteerst, daarna, toen, ondertussen, voordat, nadat

Een praktisch voorbeeld

Bekijk deze twee zinnen:

“Het stormde buiten heel hard. De voetbaltraining ging niet door.”

Zonder signaalwoord moet je het verband zelf invullen. De schrijver kan er dit van maken:

“Het stormde buiten heel hard, dus ging de voetbaltraining niet door.” (Conclusie)

“De voetbaltraining ging niet door, want het stormde buiten heel hard.” (Reden)

Door te speuren naar woorden zoals dus en want, zie je direct hoe de zinnen logisch aan elkaar gekoppeld zijn. Het signaalwoord maakt het verband expliciet en helpt je de tekst beter te begrijpen.

Waarom signaalwoorden belangrijk zijn

Signaalwoorden helpen je niet alleen bij het begrijpen van een tekst, maar ook bij het maken van samenvattingen en het voorbereiden op toetsen. Als je weet hoe een tekst is opgebouwd, kun je de belangrijkste informatie sneller vinden en onthouden. En dat scheelt je écht tijd bij het leren voor een toets.

Daarnaast zijn signaalwoorden handig bij het schrijven van je eigen teksten. Door ze bewust te gebruiken, maak je je betoog duidelijker en logischer voor de lezer.

Wil je oefenen met tekstbegrip en signaalwoorden? Maak dan gebruik van oefenvragen per onderwerp of bekijk uitlegvideo’s voor extra verduidelijking.

Tips om signaalwoorden te oefenen

  • Lees een tekst en onderstreep alle signaalwoorden die je tegenkomt.
  • Probeer bij elk signaalwoord te benoemen welk tekstverband het aangeeft.
  • Schrijf zelf een korte tekst en gebruik bewust verschillende signaalwoorden.
  • Oefen met verschillende soorten teksten: nieuwsartikelen, schoolboeken en verhalen.

Hoe meer je oefent, hoe sneller je signaalwoorden herkent en hoe beter je tekstbegrip wordt.

Nieuw onderzoek laat zien: leerlingen leren écht met StudyGo

Daan Smith

Je kind oefent online voor een toets. Maar als ouder wil je natuurlijk vooral één ding weten: werkt dat online oefenen op StudyGo ook echt?

Nieuw wetenschappelijk onderzoek naar StudyGo laat zien van wel. Leerlingen worden al tijdens het oefenen beter in wat ze doen. En dat is goed nieuws, want juist die korte oefenmomenten passen vaak het beste in een drukke schoolweek.

Wat is er onderzocht?

In samenwerking met de Universiteit Utrecht is er gekeken naar gewone oefensessies op StudyGo. Dus niet naar een speciale test in een lab, maar naar hoe leerlingen StudyGo normaal gebruiken; thuis of op school.

De onderzoekers bekeken meer dan 53.000 antwoorden van ruim 6.300 middelbare scholieren. Daarbij werd op een slimme manier gekeken of leerlingen dezelfde soort vragen aan het einde van een oefenset beter maakten dan aan het begin.

    Wat kwam er uit het onderzoek?

    Leerlingen maakten aan het einde van een oefenset minder fouten dan aan het begin.

    Het verschil was ongeveer 3 procentpunt. Dat lijkt misschien geen enorme sprong. Maar bij leren gaat het vaak juist om kleine stappen. Het gaat namelijk om korte oefensessies, vaak dus al tastbare resultaten na het oefenen met maar een paar vragen.

    Waarom is dit fijn om te weten?

    Veel middelbare scholieren moeten steeds zelfstandiger leren. Dat is niet altijd makkelijk. Want hoe weet je of je kind goed oefent? En of die tien of vijftien minuten achter de laptop echt iets opleveren?

    Dit onderzoek laat zien dat korte, gerichte oefenmomenten op StudyGo kunnen helpen. Niet door harder of langer te leren, maar door slimmer te oefenen.

    Gedeeld op een wetenschappelijk congres

    Het onderzoek naar StudyGo is gepubliceerd op een internationaal wetenschappelijk congres over leren, data en onderwijs. Dit jaar vond het congres plaats in Bergen, Noorwegen.

    Dat betekent: de werking van StudyGo wordt niet alleen door onszelf onderzocht, maar ook gedeeld met wetenschappers en onderwijsprofessionals van over de hele wereld. Ook was dit onderzoek speciaal gericht op een goede samenwerking tussen de wetenschap en de praktijk. Iets wat heel goed past bij StudyGo.

    We blijven onderzoeken wat werkt

    StudyGo doet al langer onderzoek naar hoe leerlingen beter leren. Eerder schreven we bijvoorbeeld een blog over de overhoormethode Leren, waarin actief oefenen en slim herhalen centraal staan.

    Dit nieuwe onderzoek breidt het bewijs verder uit, en laat opnieuw zien wat voor leerlingen, docenten en ouders het belangrijkst is: oefenen met StudyGo helpt leerlingen echt vooruit.

    Want uiteindelijk draait leren niet om zoveel mogelijk oefenen. Het draait om effectief en efficiënt leren. En daar helpt StudyGo leerlingen stap voor stap bij.

    Wil je meer weten?

    Een kijkje naar de overhoormethode Leren: spreiding en blijvende kennis

    Daan Smith

    Leerlingen verwarren gemakkelijk oefenen vaak met goed leren. De wetenschap laat iets anders zien [1] [2]. Geheugen wordt sterker wanneer je a) een antwoord oproept in plaats van het opnieuw te lezen [3] [4]; en b) herhalingen spreidt, zodat een volgende herhaling plaatsvindt na antwoorden al een beetje te zijn vergeten [5] [6] [7]. Die combinatie, het testeffect plus het spreidingseffect, creëert ‘gewenste moeilijkheid’: inspanning die nu wat zwaarder voelt maar waar je later profijt van hebt [8] [2].

    De overhoormethode Leren in StudyGo zet dit principe al binnen één studiesessie om in de praktijk. In plaats van hetzelfde woordpaar meteen weer te tonen tijdens het woordjes leren, wisselen we items af tussen herhalingen en bouwen we de antwoordmodus op richting getypt terughalen (niet alleen herkennen). We doen dit omdat het niet ons doel is om oefencijfers kunstmatig op te krikken; we willen dat kennis blijft hangen op de momenten die ertoe doen (toetsen, proefwerken en gebruik in gesprekken).

    Hoe Leren werkt

    Een leerling kiest een woordenlijst, uit de schoolmethode of een eigen samengestelde lijst. In Leren doorloopt elk item een korte ladder van vraagtypen:

    1. Flashcard (bekijk beide kanten; een woord en de vertaling)
    2. Meerkeuze (kies uit vier vertaalopties)
    3. Hints (de eerste letter verschijnt, typ de rest)
    4. Open vraag (typ de volledige vertaling)

    Zodra een item in elk vraagtype correct is beantwoord, wordt het als afgerond gemarkeerd en verdwijnt het uit de cyclus. Om zwakke plekken te versterken, verschijnt aan het eind nog een korte ronde waarin de meest foutgevoelige items terugkomen.

    Spreiding verwijst naar de tijd tussen herhalingen van een item. Stel: een leerling ziet tijdens het leren voor Frans dat ‘bioscoop’ ‘cinéma’ betekent. Dat item komt eerst als Flashcard langs; daarna volgen meerdere andere items. Vervolgens verschijnt bioscoop-cinéma opnieuw, nu als meerkeuzevraag, enzovoort. Spreiding vindt plaats binnen een blok van items: nieuwe geïntroduceerde woorden duwen eerdere woorden uit elkaar; tegen het einde van zo’n blok wordt de spreiding weer wat kleiner. Meer uitleg over Leren kun je hier vinden.

    Hoeveel spreiding geeft de juiste balans?

    Leerlingen, ouders en leerkrachten hechten terecht waarde aan dat iets werkt in de klas en thuis, niet alleen in een lab. Daarom hebben we twee versies van Leren in StudyGo zelf vergeleken, waarbij het enige verschil was hoeveel spreiding er werd toegepast. Alles bleef verder hetzelfde: de inhoud, de stappen binnen Leren en de manier waarop we antwoorden beoordelen. Om de vergelijking eerlijk te maken wees het systeem leerlingen stilletjes en willekeurig toe aan de ene of de andere versie. Dit wordt vaak een A/B-test genoemd, maar je kunt het gewoon zien als het opgooien van een muntje dat de twee groepen in balans brengt, zodat we een eventueel later verschil kunnen toeschrijven aan de spreiding en niet aan wie toevallig welke versie gebruikte.

    Vervolgens keken we wat er daarna gebeurde, zonder leerlingen te vragen hun gewoonten aan te passen. Sommige leerlingen gingen rechtstreeks van Leren door naar een latere Toets (een andere overhoormethode) op dezelfde lijst, anderen kwamen terug na een korte pauze en weer anderen wachtten langer. Die natuurlijke variatie is nuttig, omdat we zo kunnen zien of het voordeel van spreiding afhangt van de tijd tussen leren en toetsen. Het onderzoek is uitgevoerd als onderdeel van een masterscriptie door onze Data Scientist Tatiana Litvin, in samenwerking met de Vrije Universiteit Amsterdam en prof. dr. Martijn Meeter.

    Wat we hebben gemeten (en waarom)

    Onze belangrijkste uitkomst was het cijfer in Toets op dezelfde lijst, omdat dat echt iets zei over daadwerkelijk later kennisbehoud. Daarnaast keken we naar het Leren-cijfer (dus tijdens het oefenen), omdat dat vertelt hoe de leersessie in het moment voelde. Om de vergelijking eerlijk te houden, corrigeerden we voor de tijd tussen Leren en Toets, voor de duur van de Leren-sessie en voor eventuele extra oefenrondes op dezelfde lijst tussendoor. Om het even technisch te zeggen, we gebruikten een statistisch model dat elke leerling en elke lijst zijn eigen referentiepunt geeft, zodat we een moeilijke lijst niet verwarren met een makkelijke, of een gevorderde leerling met een beginner.

    Wat er gebeurde binnen Leren

    Zoals verwacht voelde de versie met minder (dus krappere) spreiding makkelijker. Zoals te zien is in Figuur 1, waren cijfers tijdens Leren iets hoger wanneer items sneller terugkwamen (de ‘small block’-lijn). Dat voelt de leerling ook: minder momenten van “hmm, hoe zat het ook alweer?” en meer vloeiende, bekende antwoorden. De keerzijde is dat veel van die ‘gemakkelijke’ successen komen door herkenning en zeer korte intervallen tussen herhalingen. Ze geven terecht zelfvertrouwen, maar dagen het geheugen misschien net niet genoeg uit om écht te blijven plakken.

    Figuur 1.  Effect van de verandering in spreiding (‘Groups’) en overhoormethode (‘Quiz type’) op cijfers (‘Mean grade’).

    Wat er gebeurde binnen Toets

    In Figuur 1 zien we ook dat leerlingen die oefenden met ruimere spreiding (‘large block’) het beter deden toen zij dezelfde lijst toetsten. Gemiddeld lagen de Toets-cijfers enkele punten hoger in de groep met meer spreiding. We bekeken ook of dit voordeel pas na lange pauzes ontstaat. Dat is niet zo. Veel leerlingen maken eigenlijk al binnen een uur na Leren een Toets-oefening, en het voordeel van ruimere spreiding is zelfs dan al zichtbaar; het blijft aanwezig naarmate de tijd tussen Leren en Toets groter wordt. Dat zie je in Figuur 2: ‘large block’ (meer spreiding) presteert gemiddeld en consistent beter dan ‘small  block’ (minder spreiding).

    Figuur 2. Het verschil in cijfers (‘Average Grade’) blijft consistent over tijd (‘Time Difference’).

    Waarom dit patroon eigenlijk best logisch is

    Een antwoord uit het hoofd typen is alsof je met een iets zwaarder gewicht traint. Het hoeft niet onmogelijk te zijn, maar er moet genoeg uitdaging zijn om de gewenste aanpassing uit te lokken. Meer spreiding creëert die uitdaging door een ‘beetje vergeten’ toe te laten tussen ontmoetingen. Als een item na andere items terugkomt, moet je het heropbouwen. Precies die inspanning versterkt het geheugen. De tijdelijke dip in vloeiendheid tijdens oefenen is dus geen fout, het is juist de weg naar beter herinneren op het moment dat ertoe doet.

    Wat dit betekent voor leerlingen, leraren en ouders

    Als Leren soms net wat pittiger voelt, zeker vergeleken met oefeningen waarin hetzelfde item meteen terugkomt, dan is dat opzettelijk. Lagere oefencijfers betekenen geen mislukking; ze laten zien dat je het soort werk doet dat zich uitbetaalt bij een latere toets. Voor leraren is de boodschap bemoedigend: je hoeft geen extra huiswerk of nieuw materiaal in te zetten om dit voordeel te krijgen. Het algoritme verschuift de inspanning binnen de sessie, een beetje minder nadruk op nu, een beetje meer op winst straks. Voor ouders helpt het om de oefenfase te zien als training, niet als rapportcijfer. Enkele extra “hmm, even denken”-momenten vandaag betekenen vaak minder lege blikken morgen.

    Wat we op het platform hebben aangepast

    Op basis van deze resultaten standaardiseren we de ruimere spreiding in Leren. Achter de schermen betekent dit dat er meer items tegelijk in het spel blijven, zodat herhalingen verder uit elkaar liggen binnen een sessie. De stappen die je als leerling ziet (Flashcard, Meerkeuze, Hints, Open vraag) blijven precies hetzelfde, en de lijsten waaruit je kiest ook. Wat verandert, is het ritme tussen herhalingen.

    Ruimere spreiding binnen één Leren-sessie leidt tot betere herinnering in een latere Toets, ook als oefenen in het moment net wat zwaarder voelt. Daarom maken we dit de standaard. Voor leerlingen betekent dit dat meer van de inspanning van vandaag terugkomt op de momenten die tellen; voor leraren en ouders betekent het dat StudyGo stilletjes meewerkt op de achtergrond, zodat leerlingen niet langer hoeven te studeren of hun routine hoeven aan te passen. We blijven ons hieraan houden: ontwerpen op basis van leertechniek, zorgvuldig checken in echt gebruik, en alleen datgene toepassen wat kennis versterkt.

    Bronnen

    [1] Soderstrom, N. C., & Bjork, R. A. (2015). Learning versus performance: An integrative review. Perspectives on Psychological Science, 10(2), 176-199. (link)

    [2] Bjork, E. L., & Bjork, R. (2014). Making things hard on yourself, but in a good way: Creating desirable difficulties to enhance learning. In Psychology and the real world: Essays illustrating fundamental contributions to society (2nd ed., pp. 59-68). New York: Worth Publishing.

    [3] Karpicke, J. D., & Roediger, H. L. (2008). The critical importance of retrieval for learning. Science, 319, 966–968. (link)

    [4] Roediger, H. L., & Karpicke, J. D. (2006). Test-enhanced learning: Taking memory tests improves long-term retention. Psychological Science, 17(3), 249-255. (link)

    [5] Kornell, N. (2009). Optimising learning using flashcards: Spacing is more effective than cramming. Applied Cognitive Psychology, 23(9), 1297-1317. (link)

    [6] Karpicke, J. D., & Bauernschmidt, A. (2011). Spaced retrieval: Absolute spacing enhances learning regardless of relative spacing. Journal of Experimental Psychology: Learning, Memory, and Cognition, 37(5), 1250-1257. (link)

    [7] Nakata, T., & Suzuki, Y. (2019). Effects of massing and spacing on the learning of semantically related and unrelated words. Studies in Second Language Acquisition, 41(2), 287-311. (link)

    [8] Pyc, M. A., & Rawson, K. A. (2009). Testing the retrieval effort hypothesis: Does greater difficulty correctly recalling information lead to higher levels of memory? Journal of Memory and Language, 60(4), 437-447. (link)

    Hoe typ je de e met puntjes (ë)

    Daan Smith

    Wil je weten hoe je puntjes op de e zet? In het Duits of Frans zie je vaak letters met puntjes of andere accenten, zoals ë, ö, ü of “ß” (in het Duits ‘Eszett’). Die puntjes heten een trema ou umlaut. Op deze pagina leer je stap voor stap hoe je de e met puntjes (ë) typt op je PC en Mac.

    De ë op Mac – snelle versie

    Het intoetsen van vreemde tekens op Mac is heel eenvoudig. Door de alt-toets (of option-toets), (⌥) te combineren met de e komt er een keuzescherm naar voren.

    1. Houd de e-toets ongeveer één seconde ingedrukt.
    2. Er verschijnt een keuzemenu met accenten en leestekens.
    3. Druk op 2 om de ë te selecteren.
    4. Klaar! De letter ë verschijnt.

    De ë op Mac – alternatief

    Werkt de vorige methode niet bij je? Dan heb je misschien een oudere versie van Mac. Het intoetsen van vreemde tekens op Mac is heel eenvoudig. Door de alt-toets (of option-toets) te combineren met een lettertoets, komt een speciaal leesteken tevoorschijn. Je kiest daarna op welke letter je dit leesteken wil plaatsen.

    Als voorbeeld de ë:
    1. Houd alt (⌥) ingedrukt en druk op de u.
    2. Laat beide toetsen los.
    3. Typ daarna de e.
    4. Voilà: de ë verschijnt.

    é ï ê è
    Stap 1
    Stap 1 alt (⌥) + e alt (⌥) + u alt (⌥) + i alt (⌥) + `
    Stap 2
    Stap 2 Laat stap 1 los Laat stap 1 los Laat stap 1 los Laat stap 1 los
    Stap 3
    Stap 3 Druk op e Druk op e Druk op e Druk op e

    De ë op PC

    Op het toetsenbord van je PC vind je de accent aigu (‘), trema/ umlaut (“), accent grave (`), accent circonflexe (^) en tilde (~). Terug naar ons voorbeeld ë: druk op de SHIFT + “-toets en daarna op de e. De letter ë verschijnt.

    Een ‘ met een a, e, i, o, u, y of c geeft respectievelijk een á, é, í, ó, ú, ý of ç
    Een ” met een a, e, i, o, u, of y, geeft respectievelijk een ä, ë, ï, ö, ü, of ÿ
    Een ` met een a, e, i, o of u, geeft respectievelijk een à , è, ì, ò, of ù
    Een ^ met een a, e, i, o of u, geeft respectievelijk een â, ê, î, ô, of û
    Een ~ met een a, o of n, geeft respectievelijk een ã, õ, of ñ

    De e met puntjes op StudyGo

    Dit zijn natuurlijk handige sneltoetsen om te kennen. Maar het kan best ingewikkeld zijn om de sneltoetsen uit je hoofd te leren. Leer je bijvoorbeeld het woord ‘bovenstaand’ met de Duitse vertaling ‘über’ dan hebben wij daar een oplossing voor. Op StudyGo worden deze leestekens, afhankelijk van de taal waarvoor je leert, automatisch weergegeven. Minder kans op typefouten en daardoor leer je je woordjes dus beter. Op StudyGo kun je gratis woordjes en begrippen leren.

    5 slimme ezelsbruggetjes die je nog niet kent

    Daan Smith

    Leren hoeft niet moeilijk te zijn, als je het maar slim aanpakt. Ezelsbruggetjes zijn korte, vaak grappige geheugensteuntjes die je helpen om dingen sneller en makkelijker te onthouden. Of je nu bezig bent met werkwoordspelling, de dagen in een maand, rekenregels of tijdzones: met een goed ezelsbruggetje bespaar je jezelf een hoop twijfel.
    In dit artikel ontdek je vijf slimme ezelsbruggetjes die je in de klas, bij een toets of gewoon thuis kunt gebruiken. Grote kans dat je na vandaag nooit meer vergeet of de klok nou vooruit of achteruit gaat.

    Akelige Morgen & Prettige Middag – zo onthoud je AM en PM

    De Amerikaanse tijdnotatie zorgt bij veel leerlingen voor verwarring. Wat betekent AM ook alweer? En wanneer gebruik je PM?

    Met dit ezelsbruggetje weet je het in één keer:

    • Akelige Morgen = AM → van 00:00 uur tot 12:00 uur
    • Prettige Middag = PM → van 12:00 uur tot 00:00 uur

    Het woord ‘akelige’ helpt je onthouden dat AM bij de ochtend hoort — je moet er vroeg uit, en dat is voor veel mensen nou eenmaal akelig. De middag is meestal prettiger: je hebt al wat gedaan, het is warmer en je bent wakkerder — dus PM = Prettige Middag.

    Voorbeeld:
    3:00 AM → midden in de nacht
    3:00 PM → drie uur ’s middags

    Dit ezelsbruggetje is niet alleen handig bij Engels of aardrijkskunde, maar ook als je films, apps of internationale chats tegenkomt met tijdstippen in AM/PM.

    Smurfen – hoe je nooit meer twijfelt over d of dt

    Werkwoordspelling is voor veel leerlingen lastig. Vooral de vraag of je een werkwoord eindigt op -d ou -dt is vaak verwarrend. Denk maar aan de zinnen: “Jij vind(t) het leuk” of “Hij word(t) boos”. Hier komt het smurfen-ezelsbruggetje om de hoek kijken.

    Zo werkt het:
    Gebruik het verzonnen werkwoord smurfen in plaats van het werkwoord waar je over twijfelt:

    • Ik smurf → ik vind
    • Jij smurft → jij vindt
    • Hij smurft → hij vindt

    Als het woord ‘smurft’ goed klinkt, weet je dat er een -t achter moet. Twijfel je tussen vind ou vindt? Vervang het werkwoord door smurfen, en je hoort meteen of het klopt.

    Bonus:
    Voor wie worstelt met grammatica: bekijk ook het hun of hen ezelsbruggetje – ideaal voor toetsen Nederlands.

    Knokkels van je hand – het aantal dagen in een maand

    Elke maand opnieuw de vraag: heeft deze maand 30 of 31 dagen? Je kunt het opzoeken, maar dit ezelsbruggetje heb je altijd bij je: je hand.

    Zo werkt het:

    1. Maak een vuist met beide handen.
    2. Begin met de knokkel van je linkerwijsvinger (januari).
    3. Tel vervolgens knokkel – kuiltje – knokkel – kuiltje, enzovoort.

    Elke knokkel staat voor een maand met 31 dagen. Elke kuiltje staat voor 30 dagen (behalve februari natuurlijk).

    Let op:
    Na juli (de knokkel van je linkerhand) spring je naar augustus (de knokkel van je rechterhand). Zo zie je meteen waarom juli en augustus allebei 31 dagen hebben: ze vallen allebei op een knokkel.

    Dit ezelsbruggetje is populair omdat het zó visueel is — je vergeet het nooit meer zodra je het eenmaal hebt gedaan.

    Op in het Oosten, Weg in het Westen – de richting van de zon

    Waar komt de zon op, en waar gaat die onder? Deze vraag komt vaak terug bij topografie, aardrijkskunde of bij opdrachten met een kompas of kaart. Gelukkig is dit ezelsbruggetje eenvoudig én logisch:

    • Op in het Oosten – de zon komt op in het oosten
    • Weg in het Westen – de zon gaat onder in het westen

    Zo kun je je oriënteren, bijvoorbeeld als je een route moet bepalen of een windrichting moet aangeven.

    Tip:
    Veel leerlingen gebruiken dit ezelsbruggetje ook bij kaartlezen of bij praktische buitenopdrachten, zoals excursies of veldwerk. Een klassieker die altijd werkt.

    Wintertijd? Je wint er tijd mee – klok verzetten wordt logisch

    Twee keer per jaar gaat de klok een uur vooruit of achteruit, maar wat gebeurt er precies in de wintertijd? Veel mensen halen het door elkaar. Met dit eenvoudige ezelsbruggetje onthoud je het in één keer:

    • Wintertijd: je wint er tijd bij → de klok gaat achteruit
    • Zomertijd: je verliest tijd → de klok gaat vooruit

    Als de wintertijd ingaat, mag je dus een uurtje langer slapen. In de zomertijd wordt het juist eerder licht en moet je een uur eerder opstaan.

    Voorbeeld:
    Op zondagnacht 03:00 uur → de klok gaat terug naar 02:00 uur. Je wint dus een uur.

    Meer ezelsbruggetjes nodig?

    Ezelsbruggetjes zijn niet alleen handig, ze maken leren ook leuker en efficiënter. Er zijn ezelsbruggetjes voor bijna elk schoolvak, zoals:

    • Het rekenvolgorde ezelsbruggetje (Haakjes – Machten – Delen – Vermenigvuldigen – Optellen – Aftrekken)
    • Een debet en credit ezelsbruggetje voor economie (Debet = wat je hebt, Credit = waar het vandaan komt)
    • Het kruizen en mollen ezelsbruggetje voor muziekleerlingen
    • Ezelsbruggetjes voor natuurkunde, geschiedenis, spelling en grammatica

    Wil je alles op één plek? Bekijk dan onze overzichtspagina met alle ezelsbruggetjes.

    Of gebruik onze tips om binnen korte tijd veel te leren, bijvoorbeeld met deze handleiding: Hoe leer ik voor een toets in 1 dag?

    Andere handige artikelen:

    5 tips voor een goed begin van het nieuwe schooljaar (2025)

    Daan Smith


    De zomervakantie is voorbij. Je hebt nieuwe docenten, een ander rooster en waarschijnlijk ook klasgenoten die je nog niet kent. De overgang naar een nieuw schooljaar, en zeker van de basisschool naar de middelbare school, kan best spannend zijn. Je moet wennen aan verschillende vakken, lokalen en de grotere zelfstandigheid die van je wordt verwacht.

    Een goede voorbereiding maakt die eerste weken een stuk makkelijker. Met de juiste aanpak kun je stress verminderen, sneller je weg vinden en meteen een goede start maken. Hieronder vind je vijf tips voor middelbare scholieren om het schooljaar goed te beginnen.

    In deze blog delen we 5 tips om je schooljaar goed te beginnen.

    1. Start met plannen vanaf dag 1

    Op de middelbare school krijg je voor elk vak ander huiswerk en toetsen. Zonder planning wordt het al snel een chaos. Daarom is het slim om meteen vanaf het begin structuur aan te brengen.

    • Gebruik een agenda of digitale planner om huiswerk en toetsen overzichtelijk te noteren.
    • Maak per dag een korte to-dolijst, zodat je precies weet wat je moet doen.
    • Is iets niet af? Schuif het door naar de volgende dag in plaats van het te vergeten.

    Met de planningsfunctie van StudyGo maak je eenvoudig een schema waarbij je elke dag een beetje oefent. Zo hoef je niet alles op het laatste moment te leren en kom je beter voorbereid je toetsen in.

    Wist je dat scholieren die hun schoolwerk plannen sneller wennen aan hun nieuwe leeromgeving en minder stress ervaren (NJi, 2025)?

    2. Bereid je schoolspullen slim voor

    Niets is vervelender dan halverwege de les ontdekken dat je je spullen niet bij je hebt. Met de juiste voorbereiding zorg je dat je altijd klaar zit om aantekeningen te maken of opdrachten uit te voeren.

    Zorg dat je etui gevuld is met:

    voldoende pennen en potloden

    markeerstiften om belangrijke informatie te onderstrepen

    post-its voor snelle aantekeningen

    een rekenmachine (als je die nodig hebt)

    een oplader voor je laptop of tablet

    Handige tip: houd je tas en kluisje overzichtelijk. Zo kun je snel alles vinden en verlies je geen tijd aan het zoeken naar boeken of materialen.

    3. Zorg voor goede slaap en balans

    De eerste weken van een nieuw schooljaar zijn intensief. Je doet veel nieuwe indrukken op en dat kost extra energie. Voldoende slaap helpt je om die energie vast te houden, geconcentreerd te blijven en beter te presteren.

    • Bouw in de laatste vakantieweek alvast een vast slaapritme op.
    • Streef naar minimaal acht uur slaap per nacht.
    • Leg je telefoon of laptop op tijd weg: schermen maken in slaap vallen lastiger.

    Uit onderzoek blijkt dat jongeren die meer dan acht uur per nacht slapen niet alleen betere cijfers halen, maar zich ook minder gestrest voelen (UU, 2024).

    4. Wees op tijd en leer je rooster kennen

    Te laat komen zorgt voor stress en onrust. Als je te laat binnenkomt, heb je bovendien minder kans om een fijne plek te kiezen of rustig je spullen klaar te leggen. Zorg dus dat je ruim op tijd op school bent.

    Dat geeft je de mogelijkheid om:

    • je boeken uit je kluisje te halen
    • nog even te praten met klasgenoten
    • rustig je spullen neer te leggen of in te loggen op je laptop

    Gebruik school-apps of roosterwijzigingen-apps om lokaalwissels bij te houden. Zo kom je niet onverwachts in de verkeerde klas terecht. Door op tijd te zijn maak je bovendien makkelijker nieuwe vrienden: je kunt naast iemand gaan zitten of samen naar de volgende les lopen.

    5. Gezonde voeding voor focus

    Een gezond ontbijt en lunch zijn de brandstof voor je hersenen. Als je goed eet, kun je je beter concentreren in de les en houd je energie over voor sport of ontspanning na school.

    Handige ideeën voor in je tas of broodtrommel:

    • een fles water
    • fruit, zoals een appel of banaan
    • noten of mueslirepen als tussendoortje

    Probeer energiedrank en veel snoep te vermijden. Die geven vaak een korte energieboost, maar daarna een flinke dip waardoor concentreren moeilijker wordt.

    Bonustip: Gebruik StudyGo om slimmer te leren

    Naast deze tips helpt ook StudyGo je om je schooljaar goed te beginnen. Met een gratis account krijg je toegang tot:

    • woord- en begrippenlijsten die aansluiten op jouw schoolboeken
    • oefentoetsen en uitlegvideo’s van docenten
    • een handige planner om elke dag een beetje te leren

    Zo kun je meteen aan de slag en voorkom je dat je alles op het laatste moment moet doen.

    Wil je meteen starten met plannen en oefenen? Maak gratis een StudyGo-account aan en begin goed voorbereid aan het schooljaar.

    Wat zijn de grootste verschillen tussen groep 8 en de eerste klas?

    7 tips bij het maken van een samenvatting

    Daan Smith

    “Maak een samenvatting” klinkt simpel, maar hoe zorg je dat alles erin staat voor de toets? Samenvatten kost tijd, vooral al je het voor meerdere vakken wilt doen. Van wiskunde tot biologie, StudyGo heeft handige tips rondom ‘slim leren‘. In deze blog lees je al 7 tips om in ieder geval goed én efficient samen te vatten voor al je schoolvakken.

    1. Lezen, begrijpen, schrijven

    Veel leerlingen schrijven meteen mee bij de eerste keer lezen. Zo mis je info, vooral als je de tekst nog niet goed begrijpt. Iets wat eerst onduidelijk lijkt, wordt vaak later in de tekst vanzelf duidelijk.

    ✅ Oplossing: lees de tekst eerst één keer volledig, markeer daarna kernpunten. Zo loop je niet onnodig vast in het begin van de tekst.

    2. Vat de tekst samen in eigen worden in plaats van overschrijven

    Vaak worden stukken tekst letterlijk overgenomen. Maar als je dingen niet in je eigen woorden zet, onthoudt je het minder goed.

    ✅ Oplossing: herschrijf dingen in je eigen woorden. Zo denk je er nog een keer extra over na en onthoudt je het beter.

    3. Breng structuur aan in de tekst

    Een samenvatting met losse zinnen is lastig terug te lezen. Door het gebrek aan een duidelijke structuur is het moeilijk om de samenhang te begrijpen wanneer je het opnieuw bekijkt.

    ✅ Oplossing: gebruik duidelijke indeling met kopjes, kleuren en markeringen.

    4. Benoem vooral de hoofdzaken

    Soms lijkt elk detail belangrijk. Je kent het wel, je samenvatting wordt bijna net zo lang als de originele tekst, maar dat is niet efficient.

    ✅ Oplossing: oefen met het filteren van hoofdzaken en bijzaken. Markeer deze in de tekst: hoofdzaak (rood), bijzaak (blauw) én maak bij het schrijven van je samenvattingen gebruik van kopjes en bullet points.

    5. Lees samenvattingen van boeken op StudyGo

    Eén lange lap tekst lezen kan vermoeiend zijn of je hebt er gewoon geen zin in.

    ✅ Oplossing: gebruik StudyGo voor kant-en-klare samenvattingen. Je vindt jouw schoolboek op het platform met de bijbehorende samenvatting per hoofdstuk.

    6. Op tijd beginnen met samenvatten

    Last minute samenvatten zorgt voor stress en slordigheid.

    ✅ Oplossing: begin ruim van tevoren en verdeel het werk over meerdere dagen.

    7. Check je samenvatting met het boek of op StudyGo

    Het zou zonde zijn als er foutjes in de samenvatting staan, waardoor je de verkeerde informatie voor je toets leert.

    ✅ Oplossing: StudyGo biedt per methode samenvattingen en oefeningen aan. Vergelijk je samenvatting met die op StudyGo of je eigen boek.

    Op deze manier bespaar je tijd en maak je sneller een samenvatting

    De meeste tijd bespaar je door de kant-en-klare samenvattingen van StudyGo te gebruiken. Combineer ze met samenvattingen met woordjes leren en oefentoetsen voor de beste cijfers!


    7 tips om goed voorbereid aan Engels in de brugklas te beginnen

    Daan Smith

    Als docent Engels loop je jaarlijks tegen het probleem aan dat er binnen de brugklas grote verschillen zitten in het Engels taalniveau van de leerlingen. Op de ene basisschool krijgen leerlingen al vanaf groep 1 Engels, op de andere pas in groep 7. Dit komt omdat er geen eindtermen zijn vastgelegd voor Engels aan het eind van de basisschool, je hoeft dus niet te voldoen aan een bepaald basisniveau.

    Er komt in de brugklas al veel op je af. Nieuwe school, klasgenoten, docenten, andere vakken… Een achterstand op Engels komt dan niet echt van pas. Gebruik daarom je laatste paar maanden op de basisschool om je Engels op te krikken en goed voorbereid naar klas 1 te gaan. Hieronder 7 tips die je daarbij kunnen helpen. Succes!

    1. Zorg ervoor dat je het leuk vindt

    Grammatica stampen, woordjes leren; zo leer je voor een toets, maar daar heb je in je vrije tijd natuurlijk geen zin in. Daarnaast is dit niet helemaal de manier om echt beter te worden in Engels. De meest effectieve manier is veel in contact zijn met de Engelse taal. Of dit nou lezen of luisteren is, dat maakt niet zo veel uit. Het belangrijkste is dat je het leuk vindt. Komt je moeder aanzetten met een klassieker die ze vroeger fantastisch vond, maar lees jij liever Diary of a Wimpy Kid of een strip? Zeg dan tegen je moeder dat de snelste manier om je te laten stoppen met lezen is om saaie boeken voor te schrijven. Kies iets dat jou motiveert om te lezen.

    2. Luister naar luisterboeken en podcasts

    Onderzoek wijst uit dat het niet uitmaakt of je leest of luistert naar verhalen. Luisterboeken en podcasts zijn steeds populairder bij leerlingen. Het voordeel van podcasts is dat ze gratis zijn en dat je er niet voor stil hoeft te zitten. De website CommonSenseMedia heeft een collectie van leuke podcasts voor leerlingen die je kan uitproberen.

    3. Luister met aandacht naar de liedjes die je luistert

    Als je lezen in boeken echt niks vindt, dan zijn er ook een hoop andere manieren om Engels te leren. Hoe bewust ben je van de Engelse tekst in de liedjes die je luistert? Zing je mee met de tekst of probeer je de betekenis te achterhalen? Op Genius.com kun je de betekenis van heel veel songteksten vinden en als je het leuk vindt ook zelf proberen opmerkingen aan de liedjes toe te voegen. Zo oefen je je luisteren, lezen en schrijven.

    4. Zet de taal van je telefoon, laptop of tablet in het Engels

    Nogmaals: het is vooral belangrijk dat je veel in contact staat met de Engelse taal. Je leest gedurende de dag veel meer dan je beseft. Bijvoorbeeld alle woorden en zinnen op je telefoon, laptop of tablet. Als je de taal van je telefoon in het Engels zet, verhoog je in één klap het aantal Engelse woorden die je elke dag leest. Helemaal omdat veel websites en apps hun taal aanpassen aan de instellingen van jouw apparaat.

    5. Verbind je dagelijkse activiteiten met Engels

    Volgens onderzoek blijft taal extra goed hangen als je het verbindt aan de activiteiten die je onderneemt. Welke hobby’s heb je in de vakantie? Wil je bijvoorbeeld beter leren skateboarden? Misschien kan een Engelstalige YouTube-uitleg je goed helpen. Ga je een taart bakken? Zoek dan wat Engelse recepten. Ga je met je ouders naar een museum? Daag jezelf dan uit met de Engelse brochure of gids.

    6. Gamen toegestaan

    Docenten Engels weten altijd meteen welke leerlingen in de brugklas veel gamen. Deze leerlingen zijn namelijk altijd beter in Engels dan hun klasgenoten. De meeste spellen zijn in het Engels, dus je leest veel tijdens het spelen. Maar online multiplayer games zoals Minecraft en Fortnite nodigen je ook uit om in het Engels te praten. Een goed excuus wanneer je ouders weer vinden dat je te lang hebt zitten gamen!

    7. Gebruik het vakantieboek The Next Step

    StudyGo heeft samen met Squla en Stepping Stones een bijspijkerboek voor Engels gemaakt, om je te helpen goed voorbereid naar de brugklas te gaan. The Next Step is een werkboek van 100 pagina’s vol opdrachten, puzzels en interessante weetjes. Zo kun je in de zomervakantie aan de slag met Engels, op een leuke en leerzame manier. Lees hier meer over The Next Step.

    Bronnen:

    pt_BRPortuguês do Brasil